Veldslagen tussen snel en langzaam

Concert: Houston Symphony Orchestra o.l.v. Christoph Eschenbach m.m.v. Mitsuko Uchida, piano. Programma: L. van Beethoven: Vijfde pianoconcert; A. Bruckner: Vierde symfonie. Gehoord: 24/2 Concertgebouw Amsterdam.

Bij het Houston Symphony Orchestra, gisteravond onder leiding van de Duitse dirigent Christoph Eschenbach op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw, was het oorlog tussen pianisimo en fortissimo, met veldslagen tussen snel en langzaam.

In Beethoven en Bruckner stonden de contrasten op scherp en als sommige extremen samenvielen leverde dat soms spannende momenten op. Zo was daar de inzet van Beethovens Vijfde pianoconcert, door Mitsuko Uchida spectaculair hard èn snel gespeeld. De overgang van het tweede naar het derde deel was een langdurige periode van absolute, nauwelijks waarneembare stilstand en zulke bijna eindeloos opgerekte passages kwamen ook voor in de Vierde symfonie van Bruckner.

Bij Bruckner past dat wel een beetje, maar men doet de componist geen recht door hem te dwingen in een zó schematisch concept van hard / zacht / snel/ langzaam. De combinatie hard en langzaam leidde tot een als graniet dichtlopend klankbeeld. Alleen de Ländler in het derde deel zorgde voor een zweem van ontspanning. Zo hadden ook eerder bij Beethoven enkele vleugjes kamermuziek geklonken temidden van de fortissimi die oprukten naar de overwinning, aan het slot van Bruckner uitbarstend in verpletterende triomfalistische bombast.

Beethovens Keizersconcert, toch al neigend naar pompositeit, werd hier tot barstens toe opgepompt. Mitsuko Uchida, die aan haar rechterhand een paar van de lenigste vingers ter wereld heeft, leverde hier een prestatie die door de afwisseling van ongenadig gebeuk en vederlicht geparel op fysiek niveau verbazingwekkend was. Maar waar was de klassieke goede smaak, die nog sprak uit haar vertolking van Beethovens Vierde pianoconcert, in 1994 bij het Concertgebouworkest onder leiding van Kurt Sanderling? Welbewust afgeschoten, want ze toonde zich content met de meedogenloze aanpak van generaal Eschenbach.