Studie: te weinig toezicht bij faillissement Vie d'Or

DEN HAAG, 25 FEBR. De Verzekeringskamer is tekortgeschoten in het toezicht bij het faillissement van verzekeringsbedrijf Vie d'Or in 1993.

De Verzekeringskamer en de staat zijn aansprakelijk voor de financiële schade van de ruim 11.000 gedupeerde polishouders.

Tot die conclusie komen de Groningse hoogleraren mr. C. Brunner en mr. H. Scheltema.

In opdracht van de Stichting Vie d'Or, die de belangen behartigt van de ruim 11.000 ex-polishouders, hebben de hoogleraren onderzoek gedaan naar het toezicht van de Verzekeringskamer bij het faillissement.

Brunner geldt als een expert op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht; Scheltema is bekend als regeringscommissaris voor de wetgeving inzake het algemene bestuursrecht.

De Stichting Vie d'Or onderzoekt al enige tijd een claim tegen de Verzekeringskamer en de Nederlandse staat. Het faillissement heeft de 11.000 polishouders bij elkaar 180 miljoen gulden gekost.

De Stichting heeft de afgelopen maanden overleg gevoerd met het ministerie van Financiën over een schadevergoeding. De Verzekeringskamer valt onder de verantwoordelijkheid van dit ministerie.

Ministerie Zalm (Financiën) heeft onlangs in een gesprek met de stichting meegedeeld dat hij de aansprakelijkheid van de Verzekeringskamer en de staat te blijven afwijzen en heeft “in het verlengde daarvan geen bereidheid getoond tot een minnelijke schikking”, aldus woordvoerder van de stichting H. van Ronkel.

Met de bevindingen van de twee hoogleraren hoopt de stichting alsnog tot een schikking te komen. Mocht dit niet lukken dan zal de Stichting Vie d'Or overgaan tot aansprakelijkheidsstelling van de Verzekeringskamer en de staat en zal de stichting vervolgens een civielrechtelijke procedure beginnen.

Het ministerie van Financiën wilde aan het begin van de middag nog niet inhoudelijk reageren op de nieuwe eisen van de stichting.

De opdracht aan de twee hoogleraren is een van de vele procedures die de Stichting Vie d'Or heeft verstrekt aan een groot aantal partijen en personen die bij het faillissement waren betrokken.

Op instigatie van de stichting gaan drie enquêteurs van de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam de ondergang van de Veldhovense levensverzekeraar onderzoeken. Het onderzoek beslaat de periode vanaf 1 januari 1988.