Softdrugs zijn wel degelijk slecht

Wat zou het leuk zijn als de zogenaamde softdrugs hasj en marihuana werkelijk zo onschuldig waren als de Nederlandse regering gelooft. Dan zou iedereen rustig hasj kunnen gebruiken, de hasjhandelaar zou geen crimineel meer zijn, en we zouden de hele wereld duidelijk kunnen maken dat zij verkeerd is voorgelicht als zij denkt dat hasj gevaarlijk is.

Maar, helaas, het is niet waar. De rook van hasj bevat meer kankerverwekkende stoffen dan tabaksrook. De werkzame stof in hasj, THC, lost heel moeilijk op in water en is heel goed oplosbaar in vet. De sterk vethoudende organen, zoals hersenen, beenmerg en testikels zuigen daarom de in het lichaam binnenkomende THC gretig op en geven het heel moeilijk weer af. Van één sigaret kan na een maand nog altijd THC achtergebleven zijn.

Dus als men regelmatig hasj gebruikt, hoopt zich steeds meer THC op in de vethoudende organen. En hoe hoger de concentratie des te moeilijker wordt het voor deze organen om normaal te werken. De hersenen worden beschadigd, waardoor men het op school geleerde moeilijk onthoudt, onverschillig en traag wordt, enz. Het beenmerg wordt beschadigd waardoor de cellen die het lichaam moeten beschermen tegen besmettelijke ziektes worden aangetast. Door de hoge concentraties van THC in de testikels ontstaan zaadcellen met te weinig erfmateriaal.

De regering laat coffeeshops toe om scheiding te brengen tussen de plaatsen waar hasj wordt verkocht en plaatsen waar men zogenaamde harddrugs, zoals heroïne en cocaïne kan vinden. Maar op straat worden soft- en harddrugs tegelijk aangeboden, zodat daar geen sprake van scheiding is.

Ook legalisatie zou niet helpen. Want als gebruik van drugs zou worden gelegaliseerd, zouden alleen maar meer mensen meer drugs gaan gebruiken. Ook als de prijs van drugs lager zou worden, zou de handel zodoende sterk winstgevend blijven.

Maar we hoeven niet te wanhopen. In Zweden is het gelukt het drugsgebruik te verminderen. Het Zweedse drugsbeleid heeft vier kanten, die alle vier tegelijk moeten worden aangepakt:

goede voorlichting aan ouders, scholen en kinderen;

verwijdering van drugs uit de samenleving door niet grote maar ook kleine dealers aan te pakken;

goede opvang van verslaafden, zo nodig gedwongen;

goede nazorg, waarop de verslaafde kan terugvallen bij het zoeken van huisvesting, werk, enzovoort. (Wekelijkse urinecontrole is gewenst om eventuele terugval zo snel mogelijk te herkennen.)

Waarom zouden we dit beleid niet in één stad kunnen toepassen? Waarom niet in Rotterdam?

    • K.F. Gunning
    • K.F.Gunning