PvdA, D66 en CDA positief; Kabinet tegen herroepen plan grotere NAVO

DEN HAAG, 25 FEBR. De NAVO mag niet terugkomen van haar aankondiging dat zij in juli een of meer landen uit Oost-Europa zal uitnodigen over hun toetreding te onderhandelen. Dat zou leiden tot ongeloofwaardigheid, een 'diepe' interne crisis van het bondgenootschap en onzekerheid en instabiliteit in Europa, “in het bijzonder Oost-Europa”.

Dit schrijft het kabinet in een nota over de geplande uitbreiding van het bondgenootschap, die gisteravond aan de Tweede Kamer is gezonden. Die uitbreiding mag niet leiden tot een nieuwe scheidslijn in Europa, terwijl met de afwijzende houding van Rusland rekening moet worden gehouden zonder dat Moskou een vetorecht mag krijgen, zo herhaalt de nota het standpunt dat premier Kok, als waarnemend minister van Buitenlandse Zaken, en minister Voorhoeve (Defensie) vorige week in de Tweede Kamer verdedigden.

In eerste reacties steunden de fracties van PvdA, D66 en CDA gisteravond de door Kok en Voorhoeve getekende nota. VVD-fractieleider Bolkestein bleef er echter bij dat de beoogde NAVO-uitbreiding “een schop tegen de schenen van Rusland” is en de stabiliteit en veiligheid in Europa dus niet dient. Bolkestein verzette zich anderhalve week geleden in een opiniestuk tegen uitbreiding van de NAVO. Gisteren zei Bolkestein dat liberaal minister Voorhoeve aan kan blijven, ook al zou de VVD in het debat over de nota, dat gisteren is uitgesteld naar volgende week, tegenover het kabinet komen te staan. “Als bij elk meningsverschil een bewindsman zou moeten opstappen, is er geen discussie meer mogelijk”, aldus Bolkestein.

Premier Kok heeft vorige week gewaarschuwd dat de Nederlandse geloofwaardigheid als voorzitter van de Europese Unie kan lijden onder een hevig Haags debat over de NAVO-uitbreiding. Hij vroeg de VVD-fractie daarom om “volstrekte duidelijkheid” in het komende Kamerdebat.

Een belangrijk motief voor de NAVO-uitbreiding is de toetredingswens van landen in Oost-Europa zelf, zegt de regeringsnota. Die landen, zoals Hongarije, Polen en Tsjechië op de korte termijn en circa tien landen op wat langere termijn, mogen niet door afwijzing van hun toetreding of vertraging daarvan worden teleurgesteld. Zo'n afwijzing of vertraging zou ook schadelijk zijn voor hun ontwikkeling op weg naar democratische vernieuwing.

Aan landen die niet op korte termijn voor NAVO-toetreding worden uitgenodigd, moet wel zo'n perspectief en een vaste relatie met het bondgenootschap aangeboden worden, met name via het Partnerschap voor de Vrede (PvV), aldus het kabinet. Omdat in de “nieuwe NAVO-architectuur” meer rekening moet worden gehouden met collectieve veiligheid en (regionale) crisisbeheersing zouden er met zulke landen voorshands nauwere banden voor operationele samenwerking kunnen onstaan in een “Super-PvV”. Ook dient er, aldus de nota, een apart “nieuw en permanent NAVO-Rusland mechanisme” voor overleg en samenwerking te komen, liefst vóór de NAVO-top in juli haar besluiten neemt inzake toetredingsonderhandelingen.

De “politiek meest gevoelige vraag” verbonden met de NAVO-uitbreiding is het Russische verzet daartegen. Want, aldus de nota, “doelstelling is immers te komen tot een stabiele Europese veiligheidsstructuur waarin ook Rusland zijn plaats vindt”. Maar: “uitstel van de beslissing tot uitbreiding zou de Russische bezwaren niet verminderen - eerder het tegendeel: het zou Moskou in zijn afwijzende houding kunnen sterken en zijn bereidheid tot afspraken met de NAVO te komen over de relatie NAVO-Rusland doen afnemen.”