Philipse houdt niet van tegenspraak

De veelheid van religies impliceert een aantal dilemma's, schrijft Herman Philipse op 20 januari in NRC Handelsblad. Het eerste dilemma is: religieus relativisme of religieus absolutisme. Philipse wijst beide af op grond van het aristotelisch principe van geen tegenspraak of contradictie. Het tweede dilemma is kiezen tussen geloof (eventueel agnosticisme) en atheïsme.

Mag ik het heel gewoon zeggen: dit óf-óf-gedoe is én uit de tijd én het komt over als een soort primitief valkuilensysteem. Ik blijf er buiten of Aristoteles dit principe van noncontradictie zo gezien heeft; ik ben geen filosoof, maar ik weet wel dat de toepassing van Philipse thuishoort in het Verlichtingsdenken. Dit denken kwam aan het einde van de zeventiende eeuw op en heeft veel te maken met het denken in termen van secularisatie. Er bestaat tegenwoordig grote weerstand tegen dat Verlichtingsdenken en de gevolgen ervan. Het is nu duidelijk dat de óf-óf-benadering leidt tot valse dilemma's wanneer het gaat over culturele en religieuze zaken. Een paar voorbeelden om dit duidelijk te maken.

In 1989 schreef correspondent K.G. van Wolferen in zijn boek 'Japan, de onzichtbare drijfveren van een wereldmacht': “Als er één gebod is dat sinds de Grieken door de hele Westerse intellectuele ontwikkeling heeft gegalmd, dan is het: “Gij zult geen contradicties dulden.” Op dit gebod berusten de logica, de mathematica en alle natuurwetenschappen. De erfgenamen van uiteenlopende Aziatische wijsgerige tradities voelen zich beter op hun gemak met de gedachte van een veelsoortige, tegenstrijdige waarheid.”

Wat zit hier precies achter? Hiervoor ga ik te rade bij Michael Amaladoss s.j., een groot theoloog in het moderne India: “Het óf-óf-denken van de aristotelische logica heeft een beperkte toepassing, wellicht op het terrein van de positieve wetenschappen. Toegepast op de religieuze ervaring, schept het een tweespalt tussen mens en natuur, tussen God en mens, tussen lichaam en geest. Zo kan nooit de ervaring van God, die zowel immanent als transcendent is, van Jezus die zowel God als mens is, van de mens die zowel lichaam als geest is, gevat worden. Het óf-óf moet vervangen worden door een én-én-manier-van-denken. Het yin/yang van de oosterse traditie is een symbolische uitdrukking van de én-én-manier-van-denken.”

Wanneer Philipse de Nederlandse bisschoppen vraagt een uitweg uit het dilemma te vinden, dan denk ik, dat mijn collega's - wanneer het gaat om religieuze of culturele zaken - het beste doen dit dilemma van óf-óf te ontkennen, en helder te maken dat het echte leven uitgaat van én-én.

Dat was ook de stelling van het Tweede Vaticaanse Concilie in de verklaring 'Nostra Aetate': eerst zoeken wat mensen gemeenschappelijk hebben (al die menselijke vragen over leven, zin, bestemming) en dan de verschillen bezien en beseffen dat in die verschillen een straal van de Waarheid aanwezig kan zijn.

Juist omdat God of de Allerhoogste zo anders is dan wij, kan Hij zich alleen maar gedeeltelijk binnen de context van een bepaalde groep mensen in een bepaalde tijd en in een bepaalde cultuur openbaren. We hebben elkaar, onze godsdiensten, nodig om God dichter te naderen. Er is dus gemeenschappelijkheid, complementariteit en er zijn echte verschillen. We mogen ons geloof dus niet tegenover de andere godsdiensten plaatsen, ons geloof staat midden in de religieuze traditie van de mensheid.

Ik besef dat dit een rehabilitatie van alle godsdiensten vanuit de christelijke theologie vraagt. Dat is wat anders dan absolutisme, relativisme of atheïsme. Het is ook geen projectie: het hoort bij hetmenszijn. Jezus is niet gekomen om op te heffen, maar om tot volheid te brengen. Is het niet de roeping van christenen om overal mee te werken aan het tot stand komen van die volheid? Wij zijn allen pelgrims. Het Woord Gods, dat Licht en Leven is, zal ons altijd leiden op onze wegen. Dat Woord, die Logos, is zichtbaar geworden in de mens Jezus van Nazareth. Hij is de exegese van wat God vanaf het begin tot het einde der tijden aan het doen is: ons naar Zijn huis leiden langs wegen en paden, tot de Zoon alles teruggeeft aan de Vader en er geen wegen (godsdiensten) meer zijn, want we gaan het huis met vele woningen binnen.