Media in Servië: geen censuur, wel effectieve druk

BELGRADO, 25 FEBR. Eind november keek journaliste Biserka Matic van de krant Politika in Belgrado toe terwijl eieren tegen de gevel uiteen spatten. 'Kom naar buiten, rode bandieten', riepen tienduizenden betogers. “Ik vond het vreselijk, want ze hadden gelijk. Politika, de oudste en beste krant van Joegoslavië, is op zijn best lachwekkend.”

Bij Politika, opgericht in 1904, was begin jaren negentig de hoofdredacteur vervangen door Dragan Antic, voormalig manager van een krachtcentrale. 'Mr. Elektriciteit' bouwde de krant om tot spreekbuis van het regime. Zo zweeg Politika een maand lang over het straatprotest tegen Miloševic, totdat het regime in december een tegenbetoging organiseerde. Toen ontdekten de lezers plots dat de straten van Belgrado al wekenlang in handen waren van 'criminelen en hooligans'. Matic: “We prijzen onszelf uit de markt. In de steden weet iedereen wat er gaande is, en daar wonen onze lezers. De oplage van Politika was 200.000 exemplaren, nu zal het niet meer zijn dan 50.000.”

Matic klaagde begin december in een open brief over het beleid van Politika. Haar bazen negeerden de brief, maar gingen zich zorgen maken toen Matic eind december een protestvergadering belegde met vijftig collega's. Op de dag van de vergadering werd haar toegang geweigerd tot de redactie waar ze 35 jaar werkte. Sindsdien zit Matic geschorst thuis. Haar huis is al overhoopgehaald, haar telefoon wordt afgetapt. “Soms hoor ik drie gesprekken tegelijk wanneer ik de hoorn opneem.”

Vrije media is het volgende doel van de oppositie in Servië. Met de komst van Slobodan Miloševic in 1987 is de Servische pers stap voor stap 'gedifferentieerd' - het lokale eufemisme voor gelijkschakelen. Drie min of meer onafhankelijke kranten hielden zich tot voor kort staande: Naša Borba, Dnevni Telegraf en Blic. Daarnaast waren er twee vrije opiniebladen: Nin en Vreme, en radiozender B92, die alleen in Belgrado was te ontvangen. Tegenover hen stond een gesloten front van 'staatsmedia', een misleidende term omdat ze vaak privé-eigendom zijn van zakenvrienden van Miloševic. Maar in hun rangen groeit nu het aantal deserteurs.

Het populaire tv-kanaal BK is een onderneming van de gebroeders Karic, eigenaars van een multinational met belangen in Canada en Rusland. Afgelopen maand leverde Bogoljub Karic in The Washington Post kritiek op zijn oude vriend Miloševic, onlangs zond zijn zender beelden uit van politiegeweld in Belgrado. De reactie was prompt: staatzender RTS dreigde de licentie van BK in te trekken wegens oude schulden. Interessant is ook de desertie van de krant Vecernje Novosti, jarenlang de trouwste pilaar van het regime. Nu bericht de krant neutraal over de oppositie en levert in gepolijste woorden kritiek op Miloševic.

De onafhankelijke pers bloeit. De oplage van het opinieblad Vreme steeg dit jaar met de helft, tot 60.000 nummers. “Onze invloed beperkt zich tot intellectuelen”, zegt politiek redacteur Aleksandar Ciric van Vreme. “Daarom worden we tot dusver getolereerd.” Vreme houdt kantoor in een flat met een defecte lift. Composthopen van oude nummers in de gang, computers van enkele generaties terug, veel schrijfmachines. De redactie werkt op deze donkere namiddag bij kaarslicht, want de stroom is uitgevallen. “We wankelen permanent op de rand van de afgrond”, zegt Ciric.

Censuur in klassieke zin bestaat nauwelijks in Servië, legt Ciric uit. Het strafrecht kent één censuur-bepaling uit de Tito-tijd tegen belediging van de president. Onder Miloševic is dat uitgebreid tot de president, de premier en het parlement van Servië, alsmede de president van Montenegro. De bepaling werd vorig jaar vruchteloos ingezet tegen oppositieleider Zoran Djindjic omdat zijn partijblad Demokracija de Servische premier verweet zich te verrijken met graanexporten. Een hoofdredacteur van een krant uit de zuidelijke mijnstreek, die een montagefoto van een bodybuilder-torso met het gelaat van Miloševic afdrukte, ging na internationale druk vrijuit. Aanvankelijk was hij tot drie jaar celstraf veroordeeld.

In Servië wordt de pers eerder gemuilkorfd door een subtiel systeem van economische pressie. Toen Miloševic in 1987 op de golven van het Servische nationalisme aan de macht kwam, bestond er een zekere persvrijheid. Ciric werkte indertijd voor Nin. In het kader van de 'differentiatie' maakte de hoofdredactie plaats voor 'Miloševic-mannen'. De nieuwe bazen eisten zelfkritiek in oud-communistische stijl. Ook mochten ze eigen mensen inhuren, zonder uitleg salarissen verlagen of bonussen uitdelen. Ciric: “Toen ik in 1990 bij Nin vertrok, waren er collega's die minder verdienden dan de toiletdames.” Daarnaast kwamen er de 'geheime lijsten'. Journalisten op zo'n lijst moesten gewoon doorwerken, maar hun kopij werd stelselmatig weggegooid. Na 1990 kwam een derde methode in zwang: de 'permanente vakantie'. Staatszender RTS loosde zo 1.200 tot 1.500 onwillige werknemers - ze zitten thuis met tien tot vijftig procent van hun salaris. Ciric: “Het resultaat is uiteindelijk natuurlijk zelfcensuur.”

Met Westerse steun is een circuit van armlastige onafhankelijke kranten ontstaan. Ze worden scherp geobserveerd. Zolang de oplage de 40.000 niet overschrijdt, is er weinig aan de hand. Daarboven worden de marges krap. Dat ondervond Blic, een blad met een Oostenrijkse eigenaar en een oplage van 200.000 exemplaren. Toen Blic in december al te royaal berichtte over de betogingen, werd de oplage op bevel van hogerhand gereduceerd tot 100.000. De overheid maakt creatief gebruik van het distributiemonopolie van de semi-staatsbedrijven Borba en Politika. Ook is er maar één papierfabriek, Matroz, die de leveranties opschort als dat zo uitkomt. Onafhankelijke kranten hebben geen adverteerders. “Als je vandaag bij ons adverteert, staat morgen de belastingdienst op je stoep”, waarschuwt Ciric.

Rauwe propaganda reserveert het regime voor tijden van crisis. Zo verscheen vorig jaar bij aanvang van de betogingen plots het blad Fleš in de kiosken. Het schreef dat de betogingen een complot waren van de CIA en de Albanese mafia om Servië te vernietigen. De samenzweerders betaalden dertig mark voor deelname aan demonstraties, deelden gratis XTC uit en gebruikten zwarte magie om betogers tot waanzin te drijven. Staatszender RTS herhaalde deze onthullingen plichtsgetrouw. Het 'fantoomblad' Fleš - de redactie bleef anoniem - verdween al na drie nummers. Kennelijk is dit soort propaganda niet langer effectief.

Gordana Logar, hoofd van de onafhankelijke journalistenbond NUNS, heeft weer vertrouwen in de toekomst. Ze was tot de lente van 1994 hoofdredacteur van de oude partizanenkrant Borba, die naar de zin van het regime al te kritisch werd. Op een avond stapte de minister van Informatie de redactie binnen met de mededeling dat hij de zaak overnam. Twee weken lang bezette de redactie de krant en bracht piratenedities uit. Daarna volgde een uittocht naar een nieuwe krant, Naša Borba. Vorig jaar begon Logar een vrije journalistenbond. Het ledental van zeshonderd is de laatste weken met een hondertal journalisten gegroeid. “Vooral mensen van de staatsmedia”, schampert ze. “Die vonden het opeens sjiek om vooraan te staan bij de betogingen. Het regime zit er niet zo mee. Kranten zijn te duur voor de gemiddelde Serviër. Zolang we geen invloed hebben op de massa, zijn we een mooi bewijs dat de pers vrij is.”

De macht van Miloševic is vooral gebaseerd op controle over radio en tv. Op het Servische platteland vormen elektronische media vaak de enige bron van informatie. Uit het nieuws van de staatszender RTS valt op te maken dat de economie bloeit en het bewind het land met kalme hand bestuurt. Aan het regime gelieerde zakenlieden brengen via hun zenders een menu van turbo-folk, vechtfilms en pornografie, in verkiezingstijd aangevuld met staatspropaganda. Als een zender te kritisch dreigt te worden, volgt een harde ingreep.

Radio en televisie vormen een reden waarom het bewind de nederlaag in veertien steden zo moeilijk kon verkroppen: stadsbesturen controleren meestal de lokale media. In Kragujevac, van oudsher een rebelse stad, kwam het vorige maand tot een bloedige botsing over de zender RTK. De directie trachtte op de valreep de controle over te dragen aan de staatszender, maar die transactie werd door de rechter verijdeld. Tussen de processen door bezette de oproerpolitie de studio en was er een nachtelijke veldslag met betogers.

Nu is de zender in handen van Vidosav Števanovic, een kritische schrijver die jaren in ballingschap sleet en sinds 1995 in een gehucht in isolement leefde. Het 'dagboek van eenzaamheid' dat hij toen bijhield, heeft hij nu vervangen door een 'dagboek van chaos'. Števanovic holt kettingrokend van vergadering naar vergadering. Iedereen komt op zijn RTK aan het woord, met name de censors van vroeger. Plaatselijke politici beantwoorden wekelijks drie uur lang vragen van luisteraars.

Over conservatisme van het Servische platteland maakt Števanovic zich geen zorgen. “Vuk Draškovic voerde hier vorig jaar campagne en vroeg een boer: 'Heb je op me gestemd?' De boer antwoordde: 'Nee, ik stem pas op je als je wint.' Dat is de Servische boer. Dat de provincie Miloševic steunt, is niet van belang. Revoluties spelen zich af in de steden.” Het regime zal de komende maanden een tegenoffensief inzetten tegen de vrije media, verwacht Števanovic. De voortekens dienen zich al aan. Een klein bericht vorig weekeind: vrijdagnacht deed de politiedienst een grote inval bij ABC Grafika, niet toevallig de drukker van Demokracija, Blic en Nin. “Maar dat gemanipuleer helpt ze niet”, denkt Števanovic. “De dijk is gebroken.”