In Imelda gebeuren de schoonste dingen

Ik heb zaterdagavond een ster ontdekt. Een sterretje. Een heerlijk fonkelend sterretje. Eigenlijk was het Jan die haar ontdekte. Maar ontdekken alleen was niet voldoende. Ze moest ook nog aangesproken worden en overtuigd.

Jan en ik zaten in de familiesauna Imelda in Mechelen witlof met ham en kaas te eten. Jan attendeerde me op haar. Ze zat een tafel verder en dronk Ice Tea uit een Duvel-glas. Tegenover haar zat haar zusje. Twee mannen zaten tussen hen in met de rug naar ons toe. Wij dachten haar vriend en haar vader.

We zagen haar in profiel in haar witte badjasje, haar mooie benen over elkaar geslagen. Jan zei: ze is net Sylvia. Aan het begin van Goodbye Emmanuelle komt ze uit bad en zijn haar natte haren ook zo naar achteren gekamd.

Twee brokken gesternte die elkaar naderen in de kosmos, elkaar rakelings passeren en elkaar daarna voor altijd kwijt zijn. Elkaar voor de eeuwigheid uit het oog verliezen was als doodgaan. En daarvoor was het nog veel te vroeg. Ik was tweeëndertig en zij de helft misschien. Ik mocht haar niet laten gaan. Ik had vaker kansen laten liggen en iedere keer dacht ik: dit mag nooit meer gebeuren. Maar hóe moest ik haar aanspreken?

Het was zeker en vast een nuchter Vlaams meisje. Ze zou denken dat ik haar probeerde te versieren en mij de rug toekeren. Haar vriend zou haar in bescherming nemen en mij verjagen. Misschien zouden ze denken dat ik meisjes in de sauna ronselde voor de porno-industrie. En als ik alleen haar zou benaderen zou haar zusje zich misschien afgewezen voelen.

Jan zei: je moet haar vader aanspreken en dan uitleggen waar je mee bezig bent en vragen of je zijn dochter mag benaderen. Op dat moment stonden het meisje en haar gevolg op en liepen weg in de richting van het subtropisch buitenbad. Ik kon niet meer eten. Ik zag haar al de jonge Julia spelen in een verfilming van mijn roman. Ik stelde me voor dat ze in haar kostschoolbedje lag te dromen van de man van haar leven, dat ze in een mosselrestaurant Maurice ontmoette en stapelverliefd op hem werd. Ik hoorde haar fluisteren: “Ik wil dat jij opgaat in mij en ik opga in jou, dan kunnen we elkaar nooit verliezen.”

Later op de avond kwam ik hen tegen bij de douches op de eerste verdieping. Ze liepen vlak langs me heen. Ik wilde, ik durfde niet, het moest: ik sprak haar vriend aan, een gespierde jongen van zestien. Ik zei: “Zou ik wat mogen vragen, het is een beetje raar, misschien zullen jullie wel denken...” En toen zei zij: “Vraag het maar gewoon.” Ze sprak op moederlijke toon. Ik durfde haar niet aan te kijken.

Ik zei tegen de vriend: “Ik heb een boek geschreven over een vrouw die Julia heet, mijn plan is om dat te verfilmen en eigenlijk doet jouw vriendin me aan haar denken en, ik bedoel... mag ik misschien jouw adres hebben, dan stuur ik mijn roman naar jou en dan geef jij het door aan haar. Het is niet mijn bedoeling...”

“Je kunt het ook gelijk aan mij opsturen”, zei ze lachend. “Zal ik je mijn adres geven?” Toen keek ik haar voor het eerst in haar ogen, heerlijk waren ze. “Laten we beneden iets halen om te schrijven”, zei ze en tikte op mijn arm.

Terwijl ze achter me de trap afliep was ik er zeker van dat ze mijn tattoo guilty in spiegelbeeld op mijn schouder las. Misschien zou ze denken dat ik een serial-killer was, en rechtsomkeert maken. Maar het vertrouwen van het meisje was groter dan haar fantasie. Of misschien was haar verlangen wel groter dan haar angst. Ze bleef me volgen. Aan de man achter de kassa vroeg ze pen en papier. Hij gaf ons een knipoogje en mompelde: “In Imelda gebeuren de schoonste dingen.” Ze schreef in ronde krulletters haar naam en adres voor me op. Ze heette Emmelien. Ik beloofde haar het boek zo snel mogelijk te sturen. Ze zei dat ze niet zo van lezen hield. Ik nam het voor haar op en zei dat van de meeste boeken moeilijk te houden was. Mijn boek was ánders. Ze keek me verlegen glimlachend aan en fluisterde: “Ik wil dat graag geloven.”

Later kwamen we elkaar boven in de sauna tegen. Ze ging naast haar vriend met de rug naar mij toe zitten voor het raam met uitzicht op het verlichte zwembad en de houten chaletjes. In het fluorescerende water zagen wij lichamen van geliefden in elkaar verstrengeld. Ik verborg mijn gezicht in mijn handen. Ik hoorde nu duidelijk haar adem: jachtig, koortsachtig, vol verwachting. Ik wist dat ik haar leven had veranderd. Ik stond op en keek nog een keer in haar richting. In de weerspiegeling van het glas ontmoette ik haar nieuwsgierige ogen. Haar vriend legde beschermend een arm om haar blote schouders.