Immigratie in 1996 gestegen

DEN HAAG, 25 FEBR. De gunstige economische ontwikkeling in Nederland heeft in 1996 geleid tot een toename van het aantal immigranten met 13 procent. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanochtend bekendgemaakt.

Onder de 109.000 immigranten die zich vorig jaar lieten inschrijven bevonden zich vooral Turken, Marokkanen, Somaliërs, voormalige Joegoslaven en Surinamers (in totaal 20.000). Ook de immigratie uit de landen van de Europese Unie (bij elkaar 18.000) en uit de Antillen en Aruba nam toe. Het aantal asielverzoeken nam daarentegen voor het tweede achtereenvolgende jaar af, van 29.300 in 1995 tot 22.900 vorig jaar.

Het CBS spreekt van een trendbreuk. In de jaren 1994 en 1995 was de immigratie gedaald tot minder dan 100.000. In de periode van 1990 tot en met 1993 was het aantal immigranten jaarlijks 120.000. De daling van het aantal immigranten in 1994 en 1995 wordt door het CBS toegeschreven aan overheidsmaatregelen: strengere regels voor gezinshereniging en gezinsvorming, een zwaardere procedure voor het aanvragen van een verblijfsvergunning voor meer dan drie maanden en strengere regels voor inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (voorheen: bevolkingsregister). Bovendien werden maatregelen genomen om schijnhuwelijken tegen te gaan en is de procedure voor asielzoekers aangescherpt.

Het effect van deze maatregelen lijkt nu uitgewerkt. Behalve de aanzuigende werking van de florerende economie noemt het CBS als mogelijke oorzaken van de toenemende immigratie ook uitstel van de komst naar Nederland in 1993 en 1994 in verband met de strenge toelatingsregels en het wegwerken van achterstanden in de behandeling van aanvragen voor verblijfsvergunningen.