Hollandse clichés zijn zelden ter zake

Op grond van een uit zijn verband gerukt oordeel, waarin ik Simon Schama's vrijblijvende kreten over de Nederlandse eigenheid op de korrel nam, schaart professor Luc Beheydt mij onder de in zijn ogen typisch Nederlandse soort van culturele zelfverachters (NRC Handelsblad, 8 februari). Was ik niet de auteur van Het einde van Nederland?

Als Beheydt de boeken die hij citeert ook las, zou hij weten dat ik niets te maken heb met enig boek onder die titel, dat zelfs de gedachte daaraan mij volkomen vreemd is, en dat ik tot de overtuigde, ja strijdbare gebruikers van de Nederlandse taal behoor, in het dagelijks leven zo goed als in cultuur en wetenschap.

Ik vermoed dat de heer Beheydt wel een klok had horen luiden, maar toen subiet door een freudiaanse lapsus werd bevangen. In mei 1996 heb ik namelijk de NWO-OKW voorjaarslezing gehouden onder de titel Eigenzinnig Nederland. Vanuit de toen actuele aantijging tegen Nederland als 'narcostaat', stelde ik daarin dat de evidente eigenzinnigheid van Nederland in het internationaal verkeer te maken heeft met het historisch gegroeide maar nog steeds actuele overwicht van de cultuurnatie boven de staatsnatie in het identiteitsbesef van de Nederlanders. Ik vroeg mij af of de cultuurnatie Nederland niet veel taaier zou kunnen blijken dan natiestaat Nederland.

Het betoog van Beheydt is te minder overtuigend daar hij met evenveel gemak en even vrijblijvend als de buitenlandse auteurs die hij citeert, in de manicheïstische tegenstelling vervalt tussen lucide, Nederlandminnende buitenlanders en kortzichtige, zelfhatende Nederlanders.

Dat is nu precies wat ik een auteur als Schama (wiens verdiensten als historicus ik erken) inderdaad verwijt: het opgeblazen vertoog van de externe specialist die het allemaal zo goed weet en het die geborneerde Nederlanders, niet eens in staat te zien hoe ze zijn, wel even in twee woorden zal komen vertellen. Schama lijkt Nederland te reduceren tot een uitvergrote versie van koopman/dominee-Holland. Ik zou de buitenlandse schrijvers, van ambassadeurs tot hoogleraren, de kost niet willen geven die dat net zo zien.

Zulke stereotiepe voorstellingen maken hen lekker leesbaar, maar weinig overtuigend voor een historicus die wensdenken probeert te vermijden, beeldvorming en gedragswetenschap uit elkaar wil houden, en ook nog van enig nut voor zijn cultuurgemeenschap wil zijn. Het minste dat men kan zeggen is wel dat ze niet van diep inzicht in de daadwerkelijke belevingswereld van cultuurgemeenschap Nederland getuigen. Om van respect nog niet te spreken.

Wordt het geen tijd dat zij die ons als buitenstaanders wensen te observeren er iets meer oog voor krijgen dat de Nederlanders op hun eigen - voor mijn part eigengereide - manier met hun identiteit omgaan, en dat die manier zelf iets over de belevingswereld van hun cultuurgemeenschap zegt? Dat ze ons, met andere woorden, ook zelf eens serieus nemen?