Gezondheidszorg (1)

Het artikel in NRC HANDELSBLAD 18 februari onder de stoere kop 'De gezondheidszorg kan best goedkoper', ademt het verfrissende simplisme van iemand die niet weet waar ze het over heeft. Aan de hand van enige sappige voorbeelden wordt het beeld geschapen van een gezondheidszorg waarin voornamelijk nutteloze en schadelijke dingen worden gedaan.

Was het maar zo eenvoudig. Natuurlijk is het medisch handelen niet altijd even noodzakelijk en effectief, maar de opmerking dat “veel medische ingrepen nauwelijks genezend werken, maar des te meer schadelijke bijwerkingen geven” is, zonder kosten-baten onderzoek dat een dergelijke opmerking ondersteunt, een modieuze losse flodder.

Het probleem is veeleer dat voor steeds meer veelvoorkomende gezondheidsproblemen op grond van deugdelijk onderzoek een redelijke indicatie bestaat voor (soms dure, bijvoorbeeld Taxol) medische behandeling.

De opmerking over “dure uren die in de spreekkamer aan praten worden besteed” getuigt van weinig inzicht in de honorering in de gezondheidszorg. Een belangrijker bezwaar is dat de huidige conventionele geneeskunde juist getroffen wordt door kritiek van technocratisering en orgaangerichtheid. Er bestaat terecht een behoefte door de dokter als gehele mens met klacht in plaats van als alleen klacht gezien te worden. Een patiënt met hoofdpijn kortweg heenzenden met de mededeling dat er geen sprake is van een hersentumor, zoals door mevrouw Braams voorgesteld, kan onmogelijk opgevat worden als een goede manier om de noden van de gezondheidszorg te lenigen. Bovendien kan juist een goed en uitvoerig gesprek nodeloze en dure diagnostiek besparen.

Alleen een grondige en gefundeerde discussie over wat de samenleving wel en geen zinvol medisch handelen acht, bijvoorbeeld aan de hand van de trechter van Dunning en samen met betrokken artsen en patiënten, kan op evenwichtige manier verdere oververhitting van de gezondheidszorg voorkomen. De meningen van mevrouw Braams leveren daar geen zinvolle bijdrage aan.