Dualisme als methode

VVD-LEIDER Frits Bolkestein trekt volle zalen. Hij is altijd in voor een nummertje dualisme en dat bevalt het kiezersvolk. Het torentje van de premier, symbool van het vaderlandse bekokstoven, wordt voortdurend door Bolkestein bestookt en zijn operaties doen denken aan die van mythische legerleiders.

Hij dirigeert zijn troepen niet naar en over het slagveld, hij duelleert daarentegen hoogst persoonlijk met zijn zelfgekozen tegenstanders en oogst de lauweren. Toch loopt deze held ook de nodige risico's: eens wordt de vraag actueel of de geachte afgevaardigde slechts schuim klopt of werkelijk uit is op alternatieven voor het gevoerde kabinetsbeleid.

Voorlopig opereert Bolkestein op de flanken en vermijdt hij het toernooiveld waar slechts overwinnaars en verliezers tellen. Dat verhoogt de indruk dat hij wat vroeg en nogal vrijblijvend aan zijn verkiezingscampagne is begonnen. Of het nu gaat om de NAVO-uitbreiding (niet doen), de euro (desnoods zonder ons) of de groei van Schiphol (nog dit jaar een besluit) - het zijn de anderen die het door de meest gehaaide politicus van het moment aangeboorde thema naar de arena moeten tillen waar uiteindelijk de eindstrijd wordt gevoerd en de beslissing valt. Het Kamerdebat over de NAVO had deze week meer duidelijkheid kunnen scheppen.

IN NEDERLAND bestaan ruwweg twee benaderingen van de methode die Bolkestein zich met zoveel verve heeft eigen gemaakt. In de ene wordt dit dualisme - binding aan het regeerakkoord maar verder vrijheid van handelen voor de coalitiepartijen in de Tweede Kamer - als een verademing beschouwd na jaren van gedisciplineerd en tot in de details uitgewerkt monisme van de drie kabinetten-Lubbers. In de andere wordt de onduidelijkheid gekritiseerd die dreigt te ontstaan doordat kabinet en een deel van de ondersteunende Kamermeerderheid op een aantal kenmerkende beleidsonderdelen niet meer met elkaar in de pas lopen.

In de dualistische zienswijze hoeft een minister zich niet al te veel aan te trekken van wat zijn politieke vrienden in en zeker buiten de Kamer beweren - tenminste zolang hij daar toch op een meerderheid kan rekenen. Dat was althans met zoveel woorden de reactie van minister Voorhoeve na Bolkesteins kortgeleden in de Volkskrant herhaalde ontboezeming over de NAVO. Na diens kritische opmerkingen over de voorwaarden waaronder de euro moet worden ingevoerd, werd ook van minister Zalm (Financiën) weinig vernomen. Maar mevrouw Jorritsma lijkt nu toch Bolkesteins handschoen te willen oprapen: voor het kiezen van een plek voor een nieuw vliegveld is de tijd nog niet aangebroken. Iets anders suggereren noemt zij “van weinig realisme getuigen”.

MISSCHIEN MOET de voorlopige slotsom zijn dat het dualisme zijn verdiensten heeft, maar zich onder omstandigheden tegen zichzelf kan keren. Dat de volksvertegenwoordiging wel eens ver is gegaan met haar betrokkenheid bij het kabinetsbeleid is in het verleden gebleken. Haar bemoeienis met de uitzending van blauwhelmen naar Bosnië bijvoorbeeld - niet slechts verlenen van de, vereiste, instemming, maar vooral ook aansporen om tot operaties out of area over te gaan - heeft later bij de beoordeling van de onderneming de scherpte aan het adagium 'de regering regeert, de Kamer controleert' ontnomen.

Toch zouden aan dualistisch ageren van Kamerleden en -fracties eisen kunnen worden gesteld. “Dualisme houdt in dat parlement en regering in open overleg tot overeenstemming komen”, zei premier Kok in zijn regeringsverklaring. Dat is al enigszins een voorwaarde in de zin dat overleg niet bij voorbaat moet zijn dichtgetimmerd met uitdagende uitspraken.

Zeker in de buitenlandse politiek vormen verdragen en afspraken die al zijn aangegaan en gemaakt een beperking van de vrijheid van handelen. De oppositie heeft hier in beginsel meer manoeuvreerruimte, maar het Nederlandse coalitiestelsel waarbinnen alle grote partijen wel eens een periode in de regeringsverantwoordelijkheid hebben gedeeld, trekt zijn eigen grenzen. Temeer geldt dit voor regeringspartijen en -politici en dat nog weer in het bijzonder voor hun leiders. De volle zalen zullen zich hiervan niet altijd rekenschap willen geven.