De wraak van een radeloze vader

Radeloze vaders zijn er tegenwoordig in alle soorten en maten, maar de 42-jarige Rudi Supardo is wel een heel bijzonder exemplaar. In zijn slonzige kledij en met het sluike haar tot op de schouders ziet hij eruit als een verdwaald lid van een junglecommando. Zijn houding is van een vermoeide martialiteit: de slag is geleverd, en verloren.

Supardo is van Molukse afkomst, maar hij onderhoudt geen banden met de Molukse gemeenschap in zijn woonplaats. Hij is een eenling. Als zodanig heeft hij zich in de samenleving kunnen handhaven, zij het met hangen en wurgen. Hij staat bekend als een nogal vage, asociale man. Zijn strafblad vermeldt enkele niet al te grove geweldsdelicten, zoals het inslaan van een ruit bij de Sociale Dienst.

Eén ding moet Supardo worden nagegeven: hij heeft altijd zo goed mogelijk voor zijn dochter Tamara proberen te zorgen. Zijn vrouw was er vandoor gegaan toen Tamara nog geen jaar oud was. Supardo moest haar in zijn eentje opvoeden, een taak waar hij zich nooit aan onttrokken heeft. Ze hadden het niet royaal, omdat Supardo op een bijstandsuitkering was aangewezen. Toch kreeg zijn strafblad geen uitbreiding meer vanaf het moment dat hij voor Tamara moest zorgen.

Zijn dochter moet de ziel van zijn bestaan zijn geweest. Toen zij, veertien jaar oud, op een dag vertrok, stortte Supardo in. Hij ging weer, zoals vroeger, rare dingen doen. Zwaaien met wapens, agressieve taal uitslaan, ruiten vernielen.

Daarom staat hij nu terecht voor de Utrechtse politierechter, mr. P. Huisman. Supardo zou een hem bekende familie hebben bedreigd. Het gebeurde op 25 september 1996.

“Het is toen uit de hand gelopen”, zegt Supardo. “Het ging om mijn dochter. Ik ging naar die mensen om te praten, maar ik gooide hun ruit stuk.”

“U heeft tegen de politie gezegd: ik neem altijd messen mee als ik kwaad ben.”

“Dat heb ik nooit gezegd. Ik maakte me die dag zorgen over mijn dochter. Ik ben niet gewend alleen te zijn. Ik was door het dolle heen.”

Gewapend met een hakbijl, een keukenmes en een zwaard, en gekleed in een legergroen jak, vervoegde Supardo zich aan het adres van de familie Van der Veen. Daar zullen ze niet aan een vreedzame reünie van het KNIL hebben gedacht.Integendeel, ze kenden het temperament van Supardo wel enigszins en ze reageerden doodsbang.

Tussen het echtpaar Van der Veen en Supardo was de afgelopen maanden een vete gegroeid die als een kwaadaardig gezwel voortwoekerde. Supardo haatte vooral mevrouw Van der Veen omdat ze zijn dochter van hem zou hebben afgepakt. Hij kende haar nog van de tijd dat Tamara - tot haar vierde jaar - op een kinderdagverblijf had gezeten. Mevrouw Van der Veen had zich toen wel eens over haar ontfermd en Supardo opvoedingsadviezen gegeven.

Toen Tamara puber was geworden, stortte mevrouw Van der Veen zich met verdubbelde vormingsdrift op haar. Haar toewijding verkeerde in botte bemoeizucht, vond Supardo. Ze ontpopte zich als een informele voogdes. Hij nam het haar kwalijk dat Tamara steeds meer tijd bij de Van der Veens doorbracht.

“Ze zat er wel drie, vier dagen per week”, zegt Supardo tegen de rechter. “Terwijl ook ik eten thuis heb. Maar ik had niets meer over haar te vertellen.”

Er ontstonden scherpe conflicten. Toen een leraar Supardo thuis kwam informeren over de vorderingen van Tamara, bemoeide mevrouw Van der Veen zich met het gesprek. “Eruit!” had Supardo geroepen, “ik ben de vader.”

“Er waren toenemende conflicten over de huisregels”, zegt Supardo's advocaat, mr. Th. van Blokland.

“Zijn die nogal pittig?” vraagt de rechter.

“Als ze nog huiswerk moest maken en ze wilde weg, dan zei ik dat ze binnen twee uur terug moest zijn”, zegt Supardo.

Een andere keer had hij geweigerd Tamara op vakantie te laten gaan met de familie Van der Veen. Het meisje scheen zich steeds minder bij hem op zijn gemak te voelen. Half juli nam ze definitief de benen. “En tot zijn verbijstering is ze niet meer teruggekomen”, zegt de advocaat. “Niemand wilde hem vertellen waar ze was.”

Na veel uitstel arrangeerde de Raad voor de Kinderbescherming in augustus een gesprek tussen vader en dochter. Het werd een fiasco. “Ik ben je vader, je moet naar me luisteren”, had Supardo geroepen. Tamara had haar schouders opgehaald en was naar haar schuiladres teruggegaan.

Dat alles had Supardo moeten verwerken toen hij, beneveld door drank en rancune, op 25 september bij het echtpaar Van der Veen aanbelde. Zij beschuldigen hem ervan dat hij enkele weken eerder al tegen hen had geroepen: “Jullie hebben een kind van mij afgepakt, nu ga ik een kind van jullie afpakken.” Daarmee zou hij gedoeld hebben op hun kleinkind dat met zijn ouders aan de overkant woont.

Die 25ste september riep hij naar het huis van de Van der Veens: “Die huichelaars denken dat ze alles met geld kunnen kopen. Ik maak ze kapot. Ik ben van een beruchte familie en ik haal desnoods mijn broers erbij.”

Terwijl meneer Van der Veen de politie belde, liep Supardo naar de overkant. Van der Veen junior was thuis met vrouw en kind. Ze hoorden Supardo schreeuwen: “Ik maak de hele boel kapot. Ik kom mij wreken op jullie kind.” Toen pakte hij zijn bijl en sloeg een ruit in. De echtgenote van Van der Veen junior ontvluchtte daarop via het balkon haar huis.

Niet lang daarna was de politie ter plekke om het huis te ontzetten.

,Ik was zó kwaad”, zegt Supardo tegen de rechter. “Normaal neem ik nooit wapens mee. Maar als ik ze echt iets had willen aandoen, was ik wel eerder naar ze toegegaan.”

“Heeft u wel eens gedacht aan professionele hulp?” vraagt de rechter.

“Mij mankeert niets.”

“Toch wel, want uw dochter is niet thuis.”

“Dat komt niet door mij.”

“Hoe gaat het nu verder tussen u en uw dochter?”

“Over twee weken hebben we een gesprek met de gezinsvoogdes erbij.”

“En tussen u en de familie Van der Veen?”

“Daar wil ik niks meer mee te maken hebben.”

“U zit nu alleen thuis. Moet u er niet veel aan denken?”

“Ik kijk tv, biljart wat. De mensen kalmeren me.”

De officier van justitie, mr. C. Kok, eist twaalf weken gevangenis waarvan vier voorwaardelijk en gedurende twee jaar geen contact met de familie Van der Veen. De rechter houdt het bij zes weken voorwaardelijk en een jaar lang geen contact met de Van der Veens.

De namen van de verdachten en getuigen zijn in deze rubriek om redenen van privacy gefingeerd.