De voorkeuren van Teylers' verzamelaars

Tentoonstelling: Meesterlijk getekend; Nederlandse tekeningen uit de zeventiende eeuw. Teylers Museum, Haarlem. T/m 25/5.

De tentoonstelling Meesterlijk getekend in het Haarlemse Teylers Museum, laat een schitterende selectie zien van tekeningen uit de eigen verzameling. Veel van de bladen zijn zelden of nooit geëxposeerd. Pas sinds een recente verbouwing beschikt het museum over een speciale tentoonstellingsruimte voor kwetsbare en lichtgevoelige kunstwerken, waar een groot aantal tekeningen tegelijk kan worden gepresenteerd.

Dat biedt de mogelijkheid om de tekeningencollectie, die bij kenners een zeer goede naam heeft, ook voor een groter publiek toegankelijk te maken. In een reeks van zeven bestandscatalogi zal in de komende jaren de hele collectie worden beschreven. Aan de publicatie van elke catalogus wordt een tentoonstelling gekoppeld. Nu het eerste deel is verschenen, worden ruim honderd Nederlandse tekeningen uit de zeventiende eeuw getoond. Ze illustreren niet alleen ontwikkelingen in de tekenkunst van die periode, maar vertellen ook iets over het verzamelbeleid en de artistieke voorkeuren van de late achttiende en negentiende eeuw.

Een belangrijke basis voor de verzameling van Teylers Museum vormt de tekeningencollectie van koningin Christina van Zweden, die in 1790 werd verworven. Daar waren bladen bij van beroemde Italiaanse renaissance-meesters als Michelangelo en Rafael. Toch staat het bedrag van 10.000 gulden dat voor deze hele verzameling van honderden werken werd betaald, in geen verhouding tot de 1350 gulden die Teylers nog in hetzelfde jaar neertelde voor één enkele tekening van Adriaen van Ostade (1610-1685). De grote waardering voor deze Haarlemse schilder, die bekend stond om zijn prachtig gedetailleerde en uitgewerkte tekeningen, weerspiegelt de smaak van die dagen. Meer dan schetsmatige studies voor schilderijen of vingeroefeningen van de kunstenaar, werden tekeningen die als zelfstandig kunstwerk waren bedoeld, op waarde geschat.

Het leeuwendeel van de verzameling Nederlandse zeventiende-eeuwse tekeningen is verworven in de eerste honderd jaar na de oprichting van de Teylers Stichting in 1778. Autonome tekeningen, bedoeld voor een markt van liefhebbers en verzamelaars, voeren dan ook de boventoon op de tentoonstelling. Van Van Ostade zijn er voorstellingen van gelagkamers met drinkende en dansende boeren, uitgevoerd in een uiterst precieze stijl en met waterverf gekleurd. Maar ook van andere kunstenaars worden voorbeelden van uitgewerkte, vaak gekleurde en volledig gesigneerde tekeningen geëxposeerd: landschappen van Jacob van Ruisdael en Roelant Roghman, een ijstafereel van Hendrick Averkamp, een portret van Jan Lievens en twee historie-voorstellingen van Salomon de Bray. In het mooie Gezicht op een haven in een Mediterrane stad van de Italianisant Jacob van der Ulft (1621-1689) lijkt het wel alsof het licht, dat in groene en roze plassen op de gebouwen valt, de voorstelling gefilterd door een glas-in-loodvenster beschijnt.

In de loop van de negentiende eeuw komt er verandering in de smaak voor tekeningen. De waardering richt zich steeds minder op het ambachtelijk meesterschap van de kunstenaar, en meer op directheid en spontaniteit. Deze belangstelling voor de tekening als stadium in het scheppend proces, maakte de weg vrij voor de waardering voor de tekenkunst van bijvoorbeeld Rembrandt en zijn school. Van Rembrandt zelf zijn maar heel weinig op zichzelf staande tekeningen bekend, maar des te meer vlotte schetsen of neergekrabbelde ideeën voor motieven en composities. De kunstenaar bewaarde zulke tekeningen in zijn atelier om ze te gebruiken als visueel reservoir voor prenten en schilderijen. Op de tentoonstelling is van Rembrandts verbluffend trefzekere hand een aantal schetsen van figuren en landschappen te zien, en een prachtige tekening van een vrouw die, op de rug gezien, staat in een interieur. Haar kleding is vrij nauwkeurig weergegeven, maar de architectonische omlijsting is met enkele snelle halen van de pen neergezet, net als de man in de achtergrond - mogelijk een leerling die dezelfde vrouw van voren aan het tekenen is.

In de catalogus worden de achtereenvolgende conservatoren besproken en het stempel dat zij door hun verzamelbeleid op de collectie hebben gedrukt. Die catalogus, waarin kunsthistoricus Michiel Plomp 577 tekeningen beschrijft, is een voorbeeld van economische volledigheid. Elke tekening wordt beknopt maar ter zake behandeld en ofschoon gepaste voorzichtigheid in acht is genomen, worden vrijwel alle tekeningen toegeschreven of tenminste in verband gebracht met een bepaalde kunstenaar. De beschrijvingen worden gekenmerkt door grote, soms bijna amusante, nauwkeurigheid, zoals bij Pieter Holsteyns (1614-1687) tekening van een Dodo, die ook op de tentoonstelling te zien is. Plomps precieze identificatie van de soort (Raphus solitarius, een loopvogel die voorkwam op het eiland Réunion in de Indische Oceaan en die in 1746 is uitgestorven), sluit mooi aan bij de traditie van de bestudering van merkwaardige natuurverschijnselen die een ander, typisch achttiende-eeuws kenmerk is van de collectie van Teylers museum.