De geheime Spaarduiten van de bank; Deukjes in de winstcurve

Een geheim potje, om in slappe jaren de winstcijfers wat op te kunnen fleuren - dat zou elk bedrijf wel willen, maar is hen met recht en reden verboden. Zo niet de banken. Banken waren in Nederland zelfs verplicht een stille reserve aan te houden, een unicum binnen Europese verhoudingen. Na jaren van uitstel, en overgangsmaatregelen, is deze week het moment aangebroken dat de banken hun reserves openbaar zullen maken. Menno Tamminga analyseert de oude cultuur van geheimhouding. En Karel Berkhout beschrijft wat de gevolgen zullen zijn van de nieuwe openheid.

Rabobank en ABN Amro maken deze week hun stroppenpot openbaar, en daarmee worden niet alleen lang verborgen miljarden zichtbaar, maar ook de methodes waarmee de banken hun winsten sturen. Of liever gezegd drukken, want de Nederlandse banken zijn conservatieve boekhouders.

Dat concludeerde enkele jaren geleden ook De Nederlandsche Bank (DNB), de toezichthouder op het Nederlandse bankwezen. De Nederlandse banken tonen sinds de recessie aan het begin van de jaren tachtig een gestage winstgroei. ABN Amro, ING Bank en Rabobank doen het beter dan de banken in Zwitserland en Duitsland. DNB heeft vastgesteld dat de banken het zelfs nog beter hebben gedaan dan uit de cijfers blijkt, doordat zij een flink stuk van hun winst in de VAR hebben gestopt.

Deze winstversluiering is niet langer mogelijk. De stille reserve VAR (Voorziening voor Algemene bankRisico's) wordt omgezet in een zichtbare reserve met de naam FAR, ofwel Fonds Algemene bankRisico's. De toevoegingen aan de stroppenpot melden de banken al enige jaren en nu ook de stroppenpot mèt onttrekkingen zichtbaar wordt, kan de buitenwereld de geldstromen goed volgen. “Dat alleen al heeft een positieve invloed op de winst. De banken zullen waarschijnlijk minder reserves vormen nu de omvang van de toevoeging aan de FAR zichtbaar wordt”, zegt bankanalist. D. Worm van ING/Barings.

De zichtbaarheid is een van de winstopdrijvend effecten die algemeen worden verwacht van de gedaanteverwisseling van de stroppenpot. De afgelopen maanden zijn de koersen van de bankaandelen op de Amsterdamse effectenbeurs al flink opgelopen. Deels komt dat door de verwachtingen die beleggers koesteren ten aanzien van de openbaarmaking van de stroppenpot.

De omvang van de pot mag dan nog even geheim zijn, er zijn wel al schattingen gemaakt. ABN Amro schat dat ING Bank ongeveer 2,8 miljard gulden openbaar zal maken. De schattingen over de pot van ABN Amro lopen uiteen van 3 tot 4,5 miljard gulden. Aan de Rabobank besteden analisten weinig aandacht, omdat de coöperatieve bank niet is genoteerd aan de beurs.

De FAR wordt net als de oude VAR gebruikt voor uitzonderlijke tegenslagen in onder meer de kredietverlening, rente, valuta, derivaten, fraudes en processen. De banken kunnen de vrijkomende VAR-gelden helemaal overhevelen naar de FAR, zoals Rabobank waarschijnlijk doet. In theorie kan het geld in zijn geheel worden opgenomen in het eigen vermogen, zodat alle tegenvallers via de winst- en verliesrekening lopen. ABN Amro kiest ervoor om een deel in de FAR en een deel in het eigen vermogen te stoppen en naar verwachting doet ING hetzelfde.

In zekere zin is het lood om oud ijzer. Waar het om gaat is dat de omzetting van de stroppenpot de armslag van de banken hoe dan ook vergroot. De hoeveelheid geld die banken kunnen aantrekken en uitzetten wordt bepaald door het vermogen. Dat bestaat deels uit 'echt' eigen vermogen, waaronder het aandelenkapitaal en zichtbare reserves, bekend als Tier 1-kapitaal. Dat is de zekerste buffer in geval van faillissement. Daarnaast bestaat het uit een tweede schil van Tier 2-kapitaal, grofweg het garantievermogen, waaronder achtergestelde leningen en stille reserves. Bij het aantrekken van gelden weegt Tier 1-vermogen zwaarder dan Tier 2-vermogen.

De VAR valt onder het Tier 2-vermogen en staat op de debetzijde van de balans als onderweging van de kredietportefeuille. De nieuwe FAR staat op de creditzijde van de balans als deel van het Tier 1-vermogen. De banken kunnen dus meer middelen aantrekken en dat heeft een positieve invloed op de winst.

ABN Amro verwacht dat het dividend van ING door de omzetting van de stroppenpot structureel 6 tot 8 procent zal stijgen met alle gunstige gevolgen voor de koers van het aandeel. Als voorbeeld haalt de bank de verzekeraar Aegon aan, die in 1995 het percentage van de winst dat aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd verhoogde. Dat jaar steeg de koers Aegon met 67 procent, ruim boven de rest van de beurs en de overige financiële instellingen.

De omzetting betekent dat de winst niet alleen hoger, maar ook gevoeliger wordt voor tegenvallers. De verliezen van banken op leningen zijn sinds 1991 gestaag afgenomen, hoewel het aantal faillissementen tot 1994 nog behoorlijk toenam. Nederlandse banken krijgen dus minder tikken dan Britse of Amerikaanse die een enorme winstgevendheid paren aan een hoog risicoprofiel.

Dat neemt niet weg, dat de stroppenpot er niet voor niets is. De norm van De Nederlandsche Bank voor de VAR was minimaal 1 procent van de waarde van de uitstaande kredieten. Banken bepalen de omvang van de stroppenpot voortaan zelf en zullen de FAR laten groeien in lijn met de toename van de portefeuille. En ze zullen de FAR ook gebruiken, kondigde ABN Amro onlangs ten overvloede aan. Wordt er een jaar een flinke strop gelden, dan wordt met een greep in de pot de winst op peil gehouden.

Het verschil met vroeger is dat dit nu zichtbaar zal zijn. De winstcurve in de grafiek blijft fraai, als alles goed gaat. Vermoedelijk zal ook worden gevraagd om een winstlijn waarin de bijdragen uit de stroppenpot niet is meegenomen. En die zal in de toekomst waarschijnlijk wel eens een deukje vertonen.

    • Karel Berkhout