Battle of Britain

Op Wembley verloor Engeland twee weken geleden het kwalificatieduel tegen de Italianen met 1-0: de eerste thuisnederlaag in een WK-kwalificatieduel sinds 1950. Het zal de Engelsen geen soelaas bieden, maar wij wilden even terugblikken op een gewonnen interland tegen de Italianen. Zo was er een in de jaren vijftig, toen duizenden Italiaanse supporters zich met de 'Conte di Savoia' naar Groot-Brittannië lieten vervoeren, in het sterke vermoeden dat hun voetbal beter was dan dat van de oude meesters. Dat bleek niet zo te zijn.

De Engelsen hadden een merkwaardige, neerbuigende gewoonte. Zij wensten soms hun bezoekers niet in hun nationale stadion (Wembley) te ontvangen, maar op een clubterrein. In de jaren vijftig was dat het veld van de Spurs in Londen en in 1934 was het Highbury van Arsenal (toen hun topclub) de gastheer. Op 14 november 1934 waren daar 56.044 betalende bezoekers de turnstile gepasseerd. De oorspronkelijk aangewezen Duitse arbiter was door de Italianen geweigerd, omdat hij wél Engels maar geen Italiaans sprak en verstond; nu floot er een toegeeflijke Zweed, die Olsen heette en de zaak nauwelijks in bedwang kon houden toen het moeilijk werd.

Na een kwartier stonden de gastheren al met 3-0 voor en dreigde voor de gasten een debacle. De agressieve en snelle linksbuiten Eric Brook van Manchester City scoorde in de eerste en de tiende minuut en zag bovendien kans in die fase van de wedstrijd een strafschop te missen. Na een kwartier doelpuntte Ted Drake, die als international debuteerde. Hij was een van de zeven Arsenal-spelers (de anderen waren Moss, de keeper, Hapgood en Male de backs, Coppin, de middenvelder, Bowden en Bastin). Ook de Italianen steunden grotendeels op spelers uit een en hetzelfde team, namelijk dat van Juventus. Hun manager Vitorio Pozzo had vijf voetballers van 'de oude dame' opgesteld, waaronder de spelbepalende middenvelder Monti en de linksbuiten Orsi. Die Orsi was oorspronkelijk een Argentijn. Engeland speelde stopperspil, maar de Italianen waren nog niet zo ver, al had Monti er wel de allure voor. Voor de gasten was het eerste kwartier dramatisch: drie goals tegen en Monti brak een teen.

Maar de Azurri bleken merg in hun botten te hebben. In de tweede helft werd de jonge Matthews uit de wedstrijd gespeeld, terwijl hun aanvalsleider Meazza tweemaal scoorde (62ste en 90ste minuut). Ook in die tijd was het hier en daar al gewoonte om een muur te construeren bij een vrije schop. De Italiaanse doelman Ceresoli, die in de eerste minuut al een stafschop van Brook had gestopt, maakte tegen zijn ploeggenoten het als magnifiek bedoelde gebaar, dat hij geen muur nodig had. Moedig gedaan, alleen schoot Eric Brook de bal nu langs de keeper in het doel. Na rust werd het keihard op een zwaar veld, waarbij de Italianen prachtig terugkwamen en over meer conditie bleken te bezitten. Hun dictator Benito Mussolini liet zich vanuit zijn paleis in Rome van minuut tot minuut op de hoogte houden van de gang van zaken in de voetbaloorlog waarin de Engelse aanvoerder Eddie Hapgood in de tweede helft zijn neus brak. De feitelijke winnaars waren dus de Engelsen (3-2), maar de Italianen claimden de morele winnaars te zijn. Tenzij men de neus van Hapgood zou mogen wegstrepen tegen de teen van Monti, is er iets voor het standpunt van de Azurri te zeggen.

Na afloop kwamen hun theatrale talenten duidelijk tot uiting, toen manager Pozzo met de geblesseerde Monti in een rolstoel door het centrum van Londen reed.