Afwikkeling van erfenis overleden grootaandeelhouder neemt tijd; Eigenaren Enhobel in impasse

AMSTERDAM, 25 FEBR. R. Homburg, de directievoorzitter en gangmaker achter het vastgoedfonds Uni-Invest, lijkt met zijn bod op de kleinere concurrent Enhobel, een fonds met ruim 100 miljoen gulden vastgoed in portefeuille, iets te vroeg te zijn geweest.

Homburg leek begin dit jaar tot geruststelling van de effectenbeurs, De Nederlandsche Bank en de beurswaakhond STE als een witte ridder Enhobel te willen bevrijden uit een schimmige omgeving vol onduidelijke aandeelhouders. Geen enkele aandeelhouder Enhobel reageerde echter op het bod van Uni-Invest.

Homburg lijkt onvoldoende rekening te hebben gehouden met de impasse die binnen het gezelschap aandeelhouders van Enhobel is ontstaan na de onverwachte dood, eind september, van grootaandeelhouder mr. L. Schrijver. Hij had een aandelenbelang van ruim 15 procent in Enhobel en was de enige aandeelhouder waarvan de identiteit bekend is.

De overige beleggers met meer dan 5 procent van de aandelen die zich conform de wet hebben gemeld zijn drie vage stichtingen (goed voor 40 procent van de aandelen), een brievenbusvennootschap op het Kanaaleiland Guernsy en een Nederlandse vennootschap waarvan Schrijver naar verluidt samen met de vastgoedhandelaar R. van de Putte eigenaar is.

Van de Putte heeft een controversiële reputatie. Hij werd in 1989 failliet verklaard door zijn voormalige bancaire geldschieters, maar ontkwam aan een feitelijk bankroet dankzij een financiële regeling die makelaar H. Mens voor hem heeft getroffen.

Mens was tevens de drijvende kracht achter de omvorming van Enhobel begin jaren negentig van een algemeen beleggingsfonds in een vastgoedfonds. Hij is al zeker drie jaar formeel niet meer bij het fonds betrokken, maar zei na het bod van Uni-Invest nog indirect voor zo'n tien procent aandeelhouder van Enhobel te zijn.

Uni-Invest rekende erop dat de erven Schrijver wel belangstelling zouden hebben voor het bod op aandelen Enhobel, al was het maar om geld vrij te maken om de successierechten te betalen. Uit informatie van de rechtbank in Den Haag blijkt dat de erven zo ver nog helemaal niet zijn. Zij hebben de erfenis aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving, zoals dat heet, wat erop neerkomt dat zij de erfenis niet accepteren als de schulden hoger zijn dan de bezittingen.

Als executeur-testamentair treedt op P. Kerdel, een jeugdvriend van Schrijver. De twee werkten in de jaren zeventig bij de Nederlandse effectendochter van de Britse bank Slater Walker, die op de fles ging. Uit de Nederlandse dochter ontsproot de zakenbank Kempen & Co waar Kerdel directievoorzitter werd. Later banaderde Kerdel Schrijver om financieel directeur te worden bij Textlite, een producent van zaktelexen die zich ontpopte als een van de speculatiefondsen van de 'wilde' jaren tachtig. Textlite hield kantoor in de Amsterdamse villa die daarvoor het hoofdkantoor van Van de Putte was geweest. Kerdel wil over zijn werk als executeur-testamentair niets kwijt. Voor de hand ligt dat hij zal proberen het netwerk van gezamenlijke belangen van Schrijver en Van de Putte in het vastgoed te stroomlijnen. Het tweetal staat onder meer garant voor de terugbetaling van een lening van de Haagse bank Staal Bankiers waarmee drie stichtingen aandelen Enhobel hebben gekocht. Kerdel kan Van de Putte een uitruil voorstellen: jij neemt de garanties aan de banken over en in ruil daarvoor krijg je jullie gezamenlijke vastgoedbelangen.

Wanneer daarna de aandeelhoudersstructuur van Enhobel is opgehelderd, kan aan verkoop worden gedacht, menen zegslieden in financiële kringen, voor wie wel duidelijk is dat Enhobel als beursfonds geen toekomst heeft. Daarvoor is het fonds te klein en te veel speelbal van enkele onduidelijke grootaandeelhouders.

Hoe groot de gezamenlijke belangen van Schrijver en Van de Putte zijn, naast de aandelen Enhobel, is onduidelijk. Zij werkten samen in een vennootschap genaamd Chesprop, een houdstermaatschappij met een kerstboom aan BV's. Enkele panden van die Chesprop BV's werden doorverkocht aan Enhobel.

In vastgoedkringen wordt gezegd dat Van de Putte alleen of samen met anderen ook panden ter waarde van ongeveer 20 miljoen gulden in Noordwijk bezit, alsmede een kantoorpand in Leiden.