Wantrouwen tekent band met Sint Maarten

PHILIPSBURG, 24 FEBR. Met gemengde gevoelens neemt hij deze week voor het laatst het vliegtuig van Sint Maarten naar Amsterdam. Anderhalf jaar nadat de orkaan Luis over de Bovenwindse Eilanden raasde, glijdt de blik van Han Lammers, coördinator voor de wederopbouw van Sint Maarten, nog een keer langs de groene heuvels die Philipsburg omringen.

De resten van de honderden hutjes van hout, plastic en golfplaat, de shanty-towns, zijn van de hellingen verdwenen. De meeste huizen zijn hersteld, Amerikaanse cruiseschepen varen af en aan, de hotels zitten weer vol.

Ondanks de steun van 82 miljoen gulden om de schade te herstellen die de orkaan had aangericht, heeft de Nederlandse overheid weinig aan krediet gewonnen op het vakantie-eiland. Die conclusie trekt Han Lammers tijdens een inspectietocht over het Nederlandse deel van Sint Maarten. Hij is geschrokken van “de Haagse bureaucratie die over de oceaan heen alles tot in detail wil regelen”, waardoor de herstelwerkzaamheden en de bouw van honderden nieuwe woningen worden vertraagd. Elke fase van elk project moet apart worden goedgekeurd door een Nederlandse ambtenaar, zegt de voormalige commissaris van de koningin. “Als ik op die manier in Flevoland had gewerkt, lag die polder er niet zo bij als nu.”

Een jaar geleden werd Lammers door minister Voorhoeve (Antilliaanse en Arubaanse Zaken) aangesteld als coördinator tussen het bestuur van Sint Maarten en het kabinet van de Nederlandse Antillen (KabNa) in Den Haag. Sinds maart vorig jaar reisde Lammers negen keer naar Sint Maarten.

De belangrijkste verbindingen, waaronder de luchthaven, waren snel provisorisch hersteld, maar wachten nog steeds op verdere verbetering. De haven, waarvan de kades nog steeds zwaar beschadigd zijn, moet snel worden aangepakt om de cruiseschepen binnen te houden. Volgens de gezaghebber van Sint Maarten, Dennis Richardson, hebben verscheidene Amerikaanse maatschappijen gedreigd het eiland links te laten liggen als ze niet kunnen afmeren.

“Veel van de plannen worden doorkruist door stugge ambtelijke procedures aan de andere kant van de oceaan”, zegt Richardson, terwijl hij zijn limousine behendig over de smalle wegen loodst. “We hebben veel plannen, maar als je telkens op toestemming van KabNa moet wachten kun je niet doorwerken. Het is een kwestie van vertrouwen in de Antillianen. Onze financiën worden goed gecontroleerd, door een Rekenkamer, door speciale accountants die vanuit Nederland worden ingevlogen. We hebben onze zaken goed op orde.”

Lammers vindt net als Richardson dat de vooroordelen bij Nederlandse bestuurders moeten verdwijnen. Lammers: “Nederlanders leven met drie vooroordelen over de Antillen en Aruba. We denken dat we ze vanaf het Plein in Den Haag kunnen besturen, dat we na een verblijf van een paar dagen op de Antillen weten hoe het zit, en dat de mensen hier niet deugen. Van zulk denken is VVD-leider Bolkestein een frappant voorbeeld.” Bolkestein haalde in november vorig jaar fel uit naar Aruba, toen hij met de fractievoorzitters van PvdA, CDA en D'66 een bezoek bracht aan de Antillen en Aruba. Hij zei onder meer dat hij sterke aanwijzingen had dat “hier dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen”.

Volgens Lammers hebben Bolkesteins opmerkingen hem veel schade berokkend. “Ik heb gezien dat mensen in regeringskringen volstrekt verontrust waren. Het gebrek aan vertrouwen in de Antillianen is er de oorzaak van dat Nederland elke keer weer wil beoordelen of een uitgave voldoet aan de criteria. Heus, er zijn gemeenten in Nederland die een hoop kunnen leren van het bestuur op Sint Maarten. Het ligt in belangrijke mate aan Nederland of het goed komt met de onderlinge relaties binnen het Koninkrijk.”

De Nederlandse Antillen en Aruba moeten een grote financiële onafhankelijkheid krijgen naar analogie van het gemeentefonds in Nederland, zo vinden zowel Lammers als inmiddels ook de Antilliaanse bestuurders. “Ook een aparte minister voor Antilliaanse en Arubaanse Zaken in het volgende kabinet zal veel goed kunnen doen, mits die bewindspersoon heel veel tijd doorbrengt in het Caribisch gebied”, zegt Lammers.

Minister Voorhoeve liet vorig jaar al weten dat hij het met Defensie te druk heeft.