Vragen uit de Kamer naar val van Srebrenica

DEN HAAG, 24 FEBR. De fracties van CDA en PvdA in de Tweede Kamer willen van minister Voorhoeve (Defensie) meer details krijgen over de gebeurtenissen na de val van de moslim-enclave Srebrenica in Bosnië. De PvdA heeft de minister schriftelijke vragen gesteld om nog eens duidelijk antwoord te krijgen op de vraag welke Nederlandse militairen contact hebben gehad met brigade-generaal C. Nicolai op 13 juli 1995.

Nicolai, chef staf van UNPROFOR, de VN-troepen in Bosnië, vaardigde op die dag een opdracht uit aan overste T. Karremans, commandant van Dutchbat in Srebrenica, om zijn mannen en materieel veilig te stellen. In de opdracht, die werd verstuurd op VN-papier, stond niets over de bescherming van de moslim-vluchtelingen. De PvdA wil ook weten of minister Voorhoeve, de chef van de Defensiestaf Van den Breemen of een andere verantwoordelijke militair over de inhoud van deze richtlijnen contact hebben gehad met brigade-generaal Nicolai. Heeft overste Karremans instructies gekregen of adviezen hoe gehandeld moest worden ten aanzien van de vluchtelingen en wat er moest gebeuren om de afvoer van mannen door de Bosnische Serviërs te voorkomen, luidt de derde vraag van de PvdA.

Het CDA vraagt de minister of de telefoon van de journalist Westerman door de marechausse is afgetapt. Westerman schreef een boek over de val van Srebrenica en onthulde in een tv-interview dat hij was afgeluisterd.

Ook het CDA wil meer details over de contacten tussen Defensie en het VN-hoofdkwartier in Sarajevo tijdens en na de val van de moslim-enclave. Er komt geen nieuw debat, zo hebben de Kamerleden besloten, maar zij willen binnen tien dagen schriftelijk antwoord op hun vragen.