Sanctie is inhumaan; Joris C. Luyendijk studeert Arabisch en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Adriaan van Dis is getergd. Al acht jaar duurt het doodvonnis tegen Rushdie en nog steeds heeft het Westen niet zijn zin. Dat is wennen; een niet-Westers land volhardt in zijn weigering naar het pijpen van het Westen te dansen. Dan maar sancties, pleit Van Dis van het Rushdie Defense Committee op deze pagina (14 februari) strijdvaardig. Wie niet horen wil zal voelen.

Bijna niemand zal weerspreken dat de fatwa tegen Rushdie een barbaarse schending is van het internationaal recht en de menselijke waardigheid. Dat Van Dis zich hierover kwaad maakt is juist en begrijpelijk. Onjuist en onbegrijpelijk is de door hem aanbevolen oplossing: sancties.

Er zijn twee doorslaggevende bezwaren tegen sancties: ze zijn contraproduktief en ze zijn inhumaan. Om met het eerste te beginnen: Voor velen van en in de islamitische wereld die het Westen haten of vrezen, is de fatwa tegen Rushdie het symbool van verzet geworden. Het Westen, zeggen de ayatollahs, wil de islam vernietigen. Zie Israel in Palestina en Libanon, zie de genocide op Bosnische moslims, zie oud-NAVO-topman Claes' uitspraak dat de islam de nieuwe vijand is en zie Rushdies suggestie dat de Koran een verzinsel is van een seksmaniak. De Egyptenaren en Saoedi's zitten in de zak bij het Westen, maar wij ayatollahs staan pal voor ons en jullie geloof.

De zaak Rushdie heeft dus een hoge symboolwaarde. Economische sancties en dreigementen zullen deze verhoudingen slechts polariseren. Hoe hoger defense committees de zaak opspelen, hoe hoger het prestige voor Iran bij voortdurende trotsering van het Westen en, omgekeerd, hoe dieper de knieval bij herroeping van de fatwa. Rushdie is daarom niet geholpen bij rumoerige j'accuses. De enigen die daar baat bij hebben zijn de defense committees zelf. Zij verdedigen toch maar mooi Verlichting en Vrijheid tegen de “fanatieke ayatollahs” en “politiek correcte cultuurrelativisten”.

Het tweede bezwaar tegen sancties is samen te vatten onder wat Van Dis noemt “globale ethiek”. Beseft Van Dis wel waarvoor hij pleit? Opdat een maatregel wordt herroepen waarvan de liberale Westerse intelligentia slecht slaapt, worden 64 miljoen Iraanse zielen in de ellende gestort! Economische sancties tegen ontwikkelingslanden straffen een volk voor gedrag van leiders die het niet zelf heeft gekozen.

Hoe werken economische sancties. De naar Europa exporterende aardewerkfabriek in Teheran verliest haar afzetmarkt en gaat failliet. Vijfhonderd man staat op straat. Wie gaat er nu voor hen zorgen? Het Rushdie Defense Committee? Een economische boycot waardoor bruggen instorten, ziekenhuizen sluiten en levensmiddelen schaars worden, lijkt mij een duidelijke schending van de rechten van Iraanse mensen. De ayatollahs zelf zullen er geen schaaltje kaviaar minder om eten.

Sancties tegen Iran zijn ook in het voordeel van de moslims, vervolgt Van Dis, omdat “Europa ze dan eindelijk serieus neemt”. Verwacht Van Dis werkelijk dat een dergelijk respectbetoon opweegt tegen fysiek lijden? “Weet je”, zullen ze in Teheran zeggen, “sinds die acties hebben we weliswaar weinig meer te eten, maar het Rushdie Committee neemt onze religie nu dus wel serieus.”

Stille diplomatie tegen de fatwa lijkt vruchteloos, sancties treffen de verkeerde partij en zijn inhumaan. Derhalve rest ons dus betrekkelijk machteloos toe te zien bij het voortduren van wat wij beschouwen als onrecht. Het is tenenkrommend, maar tevens de realiteit in deze postkoloniale wereldorde. Onze gefrustreerde dadendrang afreageren op de Iraanse bevolking is misdadig.