MASSIMO D'ALEMA; De man die (bijna) nooit lacht

ROME, 24 FEBR. Sinds hij drie jaar geleden de macht overnam binnen de Democratische Partij van Links, de voormalige communisten, heeft Massimo D'Alema met zorg een imago opgebouwd van saaie degelijkheid. Hij werd daardoor de man die nooit lacht. Maar op het partijcongres van de afgelopen dagen krulde er af en toe een glimlach onder zijn snor: want dat heeft D'Alema bevestigd als de sleutelfiguur in de Italiaanse politiek.

Bij deze 47-jarige beroepspoliticus komen de twee hoofdlijnen binnen de politiek samen. Als voorzitter van de commissie voor grondwetshervorming van de twee kamers van het parlement wil hij richting en vaart geven aan de politieke vernieuwing die al zo lang op zich laat wachten. Als leider van de grootste coalitiepartij heeft hij de aanzet gegeven tot de broodnodige herziening van het sociale stelsel.

D'Alema heeft nu de hefbomen in handen voor de politieke en economische veranderingen die Italië rijp moeten maken voor verdere integratie in Europa. Die sleutelrol werd onderstreept toen hij premier Romano Prodi een dag vooruitreisde bij diens bezoek aan Bonn eerder deze maand.

Uit de toespraken en boeken van D'Alema blijkt dat hij een historische taak voor zichzelf ziet. Voor het eerst in vijftig jaar is links aan de macht in Italië. D'Alema wil daarvan een succes maken, een breekpunt met voorgaande kabinetten die problemen vaak vooruit hebben geschoven. Hij neemt zijn taak zo serieus dat hij niet meer wil meedoen aan politieke praatprogramma's. Daarin zit teveel irrelevant geklets, vindt hij. D'Alema profileert zich als de staatsman die Italië de weg wijst in de verwarring nadat drie jaar geleden het oude bestel is ingestort.

Daarbij sneuvelen heilige huisjes. Tot verbijstering van veel linkse kiezers ziet hij Berlusconi als iemand met wie je zaken kan doen. De vakbonden houdt hij voor dat ze te lang vasthouden aan verworven rechten en achterhaalde systemen. Dat laatste thema heeft het gisteren afgesloten partijcongres gedomineerd. Met zijn oproep voor “een nieuw sociaal pact” heeft D'Alema de vakbonden rechts ingehaald.

Vrijdag had Sergio Cofferati, leider van de linkse vakbond CGIL, de grootste van Italië, D'Alema afgeschilderd als een valse vernieuwer die solidariteit wil opofferen voor kille rekensommen. D'Alema's antwoord een dag later was ongewoon hard. Hij zei dat Cofferati doof was, in zichzelf gekeerd, en dat de rol van de vakbonden marginaal zou worden. “We leven in een samenleving die is ingekapseld, verouderd, en in grote lijnen georganiseerd tegen jongeren”, zei D'Alema. In het slotdocument keert de partij zich tegen een idee van sociale zekerheid “waarin rechten, garanties en mogelijkheden functioneren ten nadele van de efficiency en modernisering van het economische systeem.”

Dergelijke kritiek van een rechts kabinet zou enorme sociale onrust losmaken. Nu zij van de belangrijkste linkse leider komt, de schaduw achter de troon van premier Prodi, zoeken de vakbonden onbehaaglijk naar een passend antwoord. D'Alema zegt dat er geen keus is: vernieuwen of buitenspel komen te staan, ook al betekent dat een politieke koers die in het verleden meer met rechts is geassocieerd. De socialist Felipe Gonzalez heeft dat in de jaren tachtig met succes in Spanje gedaan. Had Giovanni Agnelli, de honorair president van Fiat, bij het aantreden van het kabinet niet gezegd: “Misschien is er in Italië een linkse regering nodig om een rechts beleid te voeren.”

Het andere hoofddoel van D'Alema, naast een nieuw sociaal pact, is een beter werkend politiek bestel. Hij heeft daaraan zijn persoonlijke prestige verbonden door voorzitter te worden van de commissie die grote delen van de grondwet moet herschrijven. D'Alema wil daarbij nauw samenwerken met mediamagnaat Silvio Berlusconi, de leider van de rechtse oppositie.

“Het is tijd om een einde te maken aan de politiek van verdachtmakingen”, zei D'Alema in zijn congrestoespraak. Ook binnen zijn eigen partij bestaat angst voor een koehandel: Berlusconi's steun in ruil voor garanties dat zijn tv-imperium niet wordt aangetast. D'Alema bestreed dat er akkoorden in achterkamertjes worden gesloten. Hij wil samenwerken omdat toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) en politieke hervormingen “gemeenschappelijke doelen” zijn.

Berlusconi heeft vorige week ingespeeld op deze ouverture door een “pact voor Europa” voor te stellen. Onder bepaalde voorwaarden zou rechts het kabinet steunen bij hervormingen van het sociale stelsel die binnen de coalitiepartijen tot verdeeldheid leiden. D'Alema wil dat aanbod aannemen en waarschuwt tegen een defensieve loopgravenoorlog. Links moet nieuwe paden inslaan, waarschuwde hij in zijn slotwoord gisteren, anders mist het een historische kans. D'Alema werd gisteren met ruim 88 procent van de stemmen herkozen als partijsecretaris. Hij heeft nu ook de macht om voor te gaan op die weg van vernieuwing.