Maase ongrijpbaar voor de concurrentie

DEN HAAG, 24 FEBR. Hij bedankte in eerste instantie hartelijk voor de eer. Atleet Kamiel Maase won tijdens zijn indoordebuut in Den Haag meteen op soevereine wijze de nationale titel op de 3.000 meter en ondanks dat zijn tijd van 7.56,16 minuut ruim een seconde boven de limiet was, werd hij toch uitgenodigd mee te doen aan de WK in Parijs. “Het lijkt me verstandig om niet te gaan”, liet Maase echter meteen na zijn race weten aan technisch directeur Bert Paauw van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie.

Een paar uur later hing Maase bij Paauw aan de telefoon. Of hij toch nog meedoen. Dat kon. Hij was van harte welkom, zei Paauw. Maase legde uit dat hij was overrompeld door het verzoek. Hij was omringd geweest door journalisten en zijn trainer Bram Wassenaar had een negatief advies gegeven. “Als je het mij vraagt, moet je het niet doen.”

Later bleek dat Maase en Wassenaar zich hadden vergist in de kalender. Ze waren van mening dat een week na de mondiale strijd in Parijs (7-9 maart) al het WK cross op het programma stond. Dat bleek echter twee weken nadien te zijn. Dus zou de belasting toch niet zo groot te zijn. En waarom zou hij dan “zo'n mooi kampioenschap” als het WK indoor laten schieten? Het kan hem nuttige naamsbekendheid opleveren, realiseerde Maase zich, vooral als hij, zoals trainer Wassenaar optimistisch voorspelde, vijfde of zesde wordt. “Ik zie wel hoe ver ik kom. Het is leuk om mee te doen en het blijkt nu wel in te passen.”

Maase geeft in de winter vooral de voorkeur aan veldlopen. Hij liep in Den Haag ook pas de eerste serieuze indoorwedstrijd uit zijn carrière. “Ik voelde me sterk en dacht: waarom ook niet.” Want het is altijd leuk een titel te winnen. Maar hij zag de wedstrijd toch vooral als oefening. “Een snelheidstestje voor volgende week”, typeerde zijn trainer Bram Wassenaar het. Komende zondag staat in Apeldoorn het NK cross op het programma. “Als hij deze vorm houdt, is er niemand die hem kan verslaan”, voorspelt Wassenaar.

De 25-jarige Maase was gisteren in het Haagse Houtrust Sport ijzersterk. Hij had gerenommeerde atleten als Laros, Godlieb, Liefers en Vroemen als tegenstanders. Ze namen allen even de kop, maar twee ronden voor het einde ging de tempobeul Maase er vandoor en was ongrijpbaar voor de concurrentie. “We hadden vooraf afgesproken dat we een beetje zouden doorlopen, maar niet wie er aan kop zou gaan lopen”, vertelde Maase. Het 18-jarige talent Gert-Jan Liefers eindigde op een behoorlijke afstand als tweede, maar liep wel een fraai nieuw nationaal jeugdrecord (8.00,40 minuut).

Technisch directeur Paauw meldde zich na de NK indoor ook bij hordenloper Robin Korving. Hij mag ook mee naar Parijs. Korving verbeterde dit indoorseizoen al drie keer zijn nationale record op de 60 meter horden. Maar hij bleef nog wel een fractie, 0,06 seconde, verwijderd van de limiet - tegenwoordig richttijd genoemd - voor de WK. De KNAU vond dat na ampel beraad echter voldoende voor een uitzending.

Korving had de WK graag helemaal op eigen kracht gehaald. Hij zei gisteren in Den Haag in een Nederlands record-vorm te steken, maar kampte met een kleine, vervelende blessure. Hij liep nog wel de serie van de NK, maar moest tweeëneenhalf uur later in de finale verstek laten gaan. “Hier baal ik enorm van”, zei Korving op de tribune, terwijl zijn collega's zich inliepen voor de eindstrijd. “Alles klopt, behalve dat ene stukje.” Hij wees op zijn linkerbeen waarvan de hamstring tegenwerkte.

Woensdag vond Korving het nodig om, tot woede van zijn trainster Ineke Bonsen, uitgebreid buitenshuis te poseren voor een fotograaf van een krant. De pijn die hij later in zijn been voelde, werd daaraan toegeschreven. Eerder had hij al een zelfde blessure aan de rechterkant gehad, nu was het links. “Ik hou van variatie”, zei Korving gisteren vol zelfspot. Hij besloot tijdens het opwarmen dat hij wel aan de serie zou kunnen meedoen.

Korving ging niet voluit, maar won de race met gemak, in 7,98 seconden. “Vroeger had ik de grootste moeite om die tijd te halen”, zei hij na afloop. Helemaal tevreden was hij toch niet, want hij had weer een beetje pijn in zijn been gevoeld. “Ergens bij de vierde, vijfde horde.” Opgeven wilde hij toen nog niet, maar vlak voor de finale bleef de spier trekken en was het het risico te groot om te lopen. Dag, kampioenschap. Korving baalde stevig op de tribune, zijn baan bleef leeg. Maar hij werd in Den Haag uiteindelijk toch nog toch iedereen gefeliciteerd met zijn WK-plaats.

De beste tijd van Korving, 7,80 seconden, stelt internationaal nog niet heel veel voor. Bij een wedstrijd in Gent haalde hij er nog niet eens de finale mee. Maar trainster Bonsen is tevreden over de progressie die Korving doormaakt. Ze werkt heel secuur met hem aan de verbetering van zijn techniek en snelheid. Centimeter voor centimeter, stap voor stap. “We moeten vooral niet ongeduldig worden. Robin is pas 22 jaar.”

Korving was negentien toen hij meedeed aan de EK in Helsinki. Hij werd er in de eerste ronde uitgelopen. Zijn start mislukte en hij liep de race ongemotiveerd uit. Na het toernooi kreeg Korving de volle laag van technisch directeur Paauw die hem een gebrek aan mentaliteit verweet. De atleet haalt zijn schouders op als hij er aan wordt herinnerd. “Ik kom er echt wel, was mijn gedachte toen. Ik moest gewoon hard lopen en dan konden ze niet meer om me heen.” Dat had met het oog op de WK indoor nog wel gekund, want Korving haalde de limiet dus niet. Maar Paauw vindt dat de hordenloper is veranderd. De technisch directeur en de atleet troffen elkaar na de NK op het middenterrein van de inmiddels leeggestroomde zaal. “Robin, je gaat mee!”

Het was niet zo vreemd dat de KNAU Korving en Maase de gelegenheid heeft gegeven in Parijs te starten. De Nederlandse WK-ploeg zou anders wel erg klein zijn geweest. Er zullen nu maximaal acht atleten en atletes meedoen. Patrick van Balkom (60 en 200 meter), Sharon Jaklofsky (verspringen), Stella Jongmans (800 meter) en Marko Koers (800 of 1.500 meter) waren al voor de NK zeker van een startbewijs. Daar kwamen afgelopen weekeinde nog bij: Korving en Maase dus,en kogelstootster Corrie de Bruin (18,06 meter). De in Amerika studerende verspringer Niels Kruller haalde met een sprong van 7,86 meter in Reno ook de WK-limiet, maar hij liet weten van zijn universiteit geen toestemming te krijgen om in Parijs mee te doen.

De kwakkelende Jongmans wil eerst nog een hoogtestage in Zwitserland en een wedstrijd in Duitsland afwachten voordat ze een definitief besluit neemt. Marcel Dost hoopt nog op een uitnodiging van de internationale atletiekfederatie IAAF voor de zevenkamp. Er mogen twaalf atleten meedoen, hij staat vijftiende op de ranglijst.

Eén atleet en drie atletes hebben tijdens de Nederlandse kampioenschappen atletiek in Den Haag in het afgelopen weekeinde dubbele overwinningen behaald: Patrick van Balkom (60 en 200 meter), Sharon Jaklofsky (verspringen en 60 meter horden), Stella Jongmans (800 en 1.500 meter) Annemarie Kramer (60 en 200 meter). Met name Van Balkom maakte indruk door op de 200 meter zijn nationale record van 21 seconden te evenaren.

De enige recordverbetering bij de titelstrijd in Den Haag was van snelwandelaar Harold van Beek die op de 5.000 meter op 20.17,42 uitkwam.

Marko Koers won zaterdag zonder veel moeite de titel op de 1.500 meter in 3.49,20. Een dag later werd hij bij een sterk bezette internationale wedstrijd in Birmingham tweede op de 800 meter.

Met zijn tijd van 1.46,86 was hij niet veel langzamer dan het tien jaar oude Nederlandse record van Rob Druppers (1.46,29). De Noor Rodahl won de race in Birmingham in 1.46,28.