Hervormers 'weg', leger wint macht in Noord-Korea

SEOUL, 24 FEBR. Binnen de communistische regering van Noord-Korea is de macht van het leger gegroeid. Waarnemers leiden dat af uit de lijst van 85 leden van de zogeheten 'rouw-commissie' die zaterdag in Noord-Korea werd gepubliceerd, direct na het bekend maken van het overlijden van de Noordkoreaanse minister van Defensie, maarschalk Choe Kwang.

Analisten in Zuid Korea leggen de groeiende invloed van het leger uit als een versterking van de positie van de Noordkoreaanse leider Kim Jong-Il. Minister Choe overleed afgelopen vrijdag op 78-jarige leeftijd. De publicatie van 'rouwlijsten' biedt buitenlanders een aangrijpingspunt om de machtsverhoudingen in Noord-Korea te analiseren. De afgelopen zaterdag verschenen lijst is dan ook direkt vergeleken met de lijst van de rouwcommissie, die in 1995 werd opgesteld na het overlijden van Choe's voorganger, maarschalk O Jin-U. Het verschil tussen de lijsten is de toename van het aantal militairen in hoge posities. Zo zijn de drie topmilitairen de secretarissen van de alleenheersende Arbeiderspartij voorbij gestreefd.

“Kim Jong-Il lijkt het land te besturen alsof het zich in een noodtoestand bevindt, met het leger in een centrale rol”, concludeerde het Zuidkoreaanse persbureau Yonhap. In de top dertig staan elf hoge militairen. In 1995 waren dat er slechts twee. Formeel heeft Kim Jong-Il sinds het overlijden in 1994 van zijn vader, Kim Il-Sung, nog steeds niet de belangrijkste functies binnen de staat en het partijapparaat overgenomen. Maar hij is wél de hoogste commandant van het Noordkoreaanse leger met de rang van maarschalk.

In Japan concludeerde de Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Weekblad) dit weekeinde dat “negen technocraten, die worden gezien als hervormingsgezind, van de lijst zijn verdwenen”. Onder deze 'verdwenen' personen bevinden zich voormalig premier Kang Song-San, tweede na Kim Jong-Il op de lijst van 1995, die afgelopen week plotsklaps van zijn functie bleek ontheven, en natuurlijk ook Hwan Jong-Yop, die op 12 februari overliep naar de Zuidkoreaanse ambassade in Peking. Dezelfde krant wees ook op de afwezigheid van de naam van vice-president Kim Pyong-Sik, volgens het blad ooit door Kim Il-Sung geïnstalleerd om zijn zoon Kim Jong-Il “in de hand te houden”.

Dit weekeinde is bekend geworden dat Noord-Korea op 5 maart zal deelnemen aan een 'briefing' over een gezamenlijk overleg met Zuid-Korea, de Verenigde Staten en China. Dit zogeheten 'vier-landen overleg' heeft het bewind in Pyongyang tot dusver afgewezen. De bekendmaking kwam tijdens het kennismakingsbezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, aan Seoul dit weekeinde.

Op ideologische vlak lijkt een verharding plaats te hebben. Zuidkoreaanse analisten stellen dat de Noordkoreaanse 'juche-ideologie' - gericht op totale onafhankelijkheid - vervangen lijkt te worden door Kim Jong-Ils 'Rode-Vlag ideologie', zoals de krant van de Noordkoreaanse Arbeiderspartij het op 1 februari aanduidde. Deze ideologie behelst vooral loyaliteit aan het regime. De krant van de Arbeiderspartij schreef over het overlopen van Hwang Jang-Yop: “Lafaards kunnen gaan als ze willen. Wij zullen de rode vlag en de revolutie tot het eind toe beschermen.” Overloper Hwang Jang-Yop was de belangrijkste man achter de juche-ideologie en hij omschreef in een brief na zijn overlopen de huidige situatie in Noord-Korea als “feodalisme”, waarin de persoonsverheerlijking van Kim Jong-Il centraal staat.