Harding bewijst zich als dirigent

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Daniel Harding m.m.v. Hélène Grimaud (piano), Victor Ledbeter (bariton) en Vlatka Orsanic (sopraan). Gehoord: 22/2 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Oxford, 1975. In het geval van Daniel Harding zijn geboorteplaats en -jaar veelzeggend. Oxford staat voor intellect, goede smaak en hoogstaande kwaliteit; 1975 voor de bloedjonge leeftijd van deze dirigent, die met zijn 21 jaren nog veel jonger is is dan onze veelbelovende landgenoot Lawrence Renes.

Op 17-jarige leeftijd zocht Daniel Harding met jeugdige overmoed een clubje musici bij elkaar om Schönbergs Pierrot Lunaire uit te voeren. Hij toog ermee naar Simon Rattle, werd diens assistent en kwam vervolgens in contact met tal van grote namen uit de muziekwereld en is nu reeds een gezocht dirigent. In de nabije toekomst aanvaardt hij bij het orkest van het Noorse Trondheim zijn eerste chefdirigentschap.

Het programma dat Harding dezer dagen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest dirigeerde was veeleisend. Zozeer zelfs dat op het laatste moment nog tot een programmawijziging werd besloten, mede om de lasten te verlichten van het door de Parsifal-voorstellingen onder Simon Rattle vermoeide orkest. Geen Pianosonate van Berg in een orkestratie van Theo Verbey daarom, maar enkele Fantasieën voor piano-solo van Brahms. Een bedenkelijk alternatief als begin voor een symfonisch concert, bedenkelijk gespeeld bovendien door de Française Hélène Grimaud.

Grimaud bleek vervolgens in de Burleske voor piano en orkest van Richard Strauss een hopeloos geval om te begeleiden. De Burleske van de jonge Strauss is zo'n compositie waarvan Stravinsky waarschijnlijk zou zeggen dat zij eindigt lang na haar einde. Het muzikale materiaal is beperkt en wordt eindeloos met cadensjes uitgemolken. Een damesconcert is het wel genoemd, maar voor Grimaud was het niet weggelegd. Al bij haar eerste inzet vloog zij eruit, herstelde zich om de resterende twintig minuten risicoloos voort te kabbelen. In haar onvoorspelbare fraseringen keek Harding soms hopeloos over zijn schouder om tegen beter weten in ergens een duidelijke eerste tel te ontwaren.

Het was de hoogromantische Lyrische Symphonie van Alexander von Zemlinsky waarmee Harding alle eventueel gerezen twijfel over zijn talent overtuigend wegnam. Vocaal bijgestaan door bariton Victor Ledbetter en de fantastische Kroatische sopraan Vlatka Orsanic, te elfder ure ingevallen voor Roberta Alexander, wist Harding van deze grootse compositie kippenvel-muziek te maken, even lavend als een Wagner-opera of een symfonie van Mahler. Dirigent Daniel Harding mag ogen als een vlasbaard, klinken doet hij als een grijsaard in de positieve zin des woords. Wie op zijn leeftijd al een zo dramatisch doorleefde en orkestraal gedetailleerde Lyrische Symphonie kan neerzetten, mag de toekomst goudgerand tegemoet zien.

    • Emile Wennekes