Hänsel und Gretel geeft na de opera nog veel te denken

Voorstelling: Hänsel und Gretel van E. Humperdinck door Opera en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard. Gezien: 22/2 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Herhalingen: t/m 20/3. Inl.: 043-3210166.

De verhouding tussen ouders en kinderen is een beladen onderwerp, zeker sinds de recente moorden van ouders op hun kinderen - het omgekeerde kwam al veel langer veel vaker voor. Humperdincks opera Hänsel und Gretel (1893), die zaterdagavond bij Opera Zuid in het Maastrichtse Theater aan het Vrijthof in première ging, raakt direct aan deze problematiek.

Het volwassen worden van kinderen kent verschrikkingen en ook verstandig ouderschap kan opperste vertwijfeling veroorzaken. Dat is iets van alle tijden. Toen ik de zondagochtend na de première in de Maastrichtse O.L. Vrouwekerk de latijnse Hoogmis bijwoonde, werd daar het verhaal voorgelezen van Abraham en Isaäc: hoe de vader, op last van God, bereid was zijn zoon aan Hem te offeren en hem het mes op de keel zette. En God de Vader zelf liet zijn zoon Jezus sterven, zo voegde pastoor Wagenaar er in de vastentijd aan toe.

Het boosaardige Hans en Grietje-sprookje van Grimm is in de operaversie wel van wat gruwelijks ontdaan. Maar wat overblijft kan voor kinderen nog angstaanjagend genoeg zijn: arme ouders die hun kinderen niet te eten kunnen geven en hen kinderarbeid laten verrichten, een andere volwassene - een heks - wil hen opeten.

De Hänsel und Gretel-produktie van de Engelsman David Pountney, die in 1990 bij de Nederlandse Opera ging, had een sterk demonische dimensie. De moeder en de heks werden door zangeres Felicity Palmer samengevoegd tot een Jekyll and Hyde-achtig personage met drie verschijningsvormen: de ontaarde moeder, de Knusperhexe en de liefhebbende moeder. Ze had ook nog een omgekeerd Oidipous-complex en verlangde incestueus naar het vingertje van haar puberzoon Hans: knibbel, knabbel, kruisje.... En ook toen konden zulke scènes in verband worden gebracht met de actuele realiteit, zoals de vermeende seks met kinderen te Oude Pekela.

Bij Opera Zuid laat de scheidende artistiek leider en regisseur Aidan Lang de moeder en de heks ook door één zangeres (Linda McLeod) vertolken. Maar hier lijkt dat meer een kwestie van economie dan van dramaturgie: de heks en de moeder vormen niet een herkenbaar tweekoppig wezen. Dat maakt het verhaal zoals Lang dat vertelt minder omineus dan destijds de versie van zijn landgenoot Pountney. Wel berijdt Langs heks hier haar bezem op dezelfde fallus-symbolische wijze als het geval was bij Pountney.

Maar die verwijzing is, voor wie het wil zien, dan ook wel het enige vrijzinnige aan deze heel aardig gezongen en door Ed Spanjaard heel goed gedirigeerde produktie, die verder zo weinig mogelijk expliciet gruwelijks toont. Deze Hänsel und Gretel, met goede titelrollen van Ann Taylor en Marisca Mulder, is vooral Schatjes volgens een hedendaagse Anton Pieck en dat soms dan nog op zoetelijke, bijna bidprentjes-achtige wijze.

Het liedje 's Avonds als ik slapen ga, komen mij veertien engelen na. (-) en twee die mij wijzen naar 's hemels paradijzen wordt fraai en toverachtig in beeld gebracht als de droom van de kinderen. Zij wanen zich in de zilver-witte hemel en hervinden zich na hun ontwaken in het snoepluilekkerland van de boze heks, die zij in de oven weten te stoppen.

De strijd tussen goed en kwaad wordt hier gevoerd met gelijke middelen: met 'koekjes van haar eigen deeg' - 'zo de zonde, zo de straf'. Maar het goede overwint niet zomaar en ouders en kinderen komen niet als vanzelfsprekend tot elkaar. 'Zien wij echt geen uitweg meer, dan komt hulp van God de Heer!' Die slotregel geeft nog lang te denken.