Franse handreiking is antwoord waard

De Franse onderminister voor Europese Zaken reist morgen niet met lege handen naar Den Haag. Hij komt Nederland een rol als volwassen, zelfbewuste, middelgrote lidstaat van de Europese Unie aanbieden. Als zodanig is de handreiking te zien waar Michel Barnier zaterdag in deze krant een voorproefje van gaf.

Voor de gebruikelijke Nederlandse argwaan tegen Frankrijk herleeft, is het misschien goed de boodschap van de vierde man in de Franse Europa-hiërarchie in haar context te plaatsen. Barnier opperde en concretiseerde een aantal Franse ideeën over de institutionele hervorming van de EU. Onder Nederlands voorzitterschap moeten de onderhandelingen daarover in juni tot een Verdrag van Amsterdam leiden.

Maar er zaten meer dan alleen voorstellen en wensen in de boodschap. Barnier sprak goed voorbereid. Hij had dit gesprek gewild en is ervaren en politiek geverseerd genoeg om niets te zeggen waarmee hij zijn superieuren (partijgenoten president Chirac en premier Juppé, en minister Charette van Buitenlandse Zaken) onplezierig zou verrassen. Daarom is Barniers voorstel om de dreigende bestuurlijke verlamming van de EU te doorbreken, door te komen tot een Europese Commissie met tien slagvaardige leden onder een sterke voorzitter een serieus te nemen Frans voorstel.

Dat wil niet zeggen dat Chirac het idee niet kan laten vallen als de compromisvorming de komende maanden een andere pionnenruil nodig maakt. Maar op dit moment - en daar komt Barnier met de voorzitter Nederland èn de lidstaat Nederland over praten - is Frankrijk bereid een Commissie in het leven te roepen waar iedere tweede periode van vier of vijf jaar geen Fransman in zit. Dat betekent nogal wat. Frankrijk heeft nu, net als Groot-Brittannië, Duitsland en Italië twee commissarissen.

Het voorstel is ook interessant omdat Frankrijk van oudsher hecht aan een Europa van samenwerkende naties, en de Commissie zeker nooit tot een soort Europese regering wilde zien uitgroeien. Dat blijft zo, maar Barnier formuleerde op verschillende manieren de wil van Parijs de Commissie weer in slagvaardigheid te doen toenemen. De Commissie zou nog steeds verantwoording afleggen aan de Europese Raad, maar moet weer “een centrum van kracht” worden.

Met zijn definitie van de Europese Unie zoekt Barnier het midden tussen “een partnership van naties, zoals de heer Major dat voorstaat” en een “federatie van naties waarin men fuseert en het risico loopt zijn ziel en traditie te verliezen”. Kortom: “Frankrijk wil meedoen aan een gemeenschap van naties om samen sterker te zijn, waar men politieke acties inbrengt, ja zelfs bepaalde elementen van soevereiniteit, zoals bijvoorbeeld de monetaire unie.” Barnier zei ook: “De waarheid is dat het in de essentie van deze onderhandelingen er om gaat of we met de Europese Unie op de drempel van de 21ste eeuw uit het stadium van de supermarkt weten te gaan naar het stadium van de supermogendheid.”

Dat is een europositief verhaal waarmee een neogaullist in eigen land de grens van het verkoopbare mee benadert. Zeker in een Parijs, waar op het ogenblik veel rekening wordt gehouden met volkssentimenten die eerder neigen naar het sluiten van de grenzen dan naar internationale allianties. Het is niet toevallig dat, nu het spook van het Front National de verkiezingen van volgend jaar bedreigt en de nationale identiteit als een kwetsbaar kleinood gekoesterd moet worden, het Elysée van Jacques Chirac bereid is zo nodig niet terug te keren in de militaire structuur van de NAVO als er niet voldoende Europese gezichtswinst tegenover staat.

Natuurlijk streeft Frankrijk Franse belangen na bij het zoeken naar een nieuwe bestuurlijke opzet van de Europese Unie. Maar de manier waarop Barnier Nederland daarover tegemoettreedt, is hoffelijk, serieus en houdt rekening met wat hij “begrijpelijke angsten” van een kleinere lidstaat noemt. Hij doet met historisch gevoel een beroep op Nederlands' traditionele communautaire instelling en treedt de onderhandelingen tegemoet zonder Den Haag aan te kijken op het vorige voorzitterschap: “Van Maastricht hebben we allemaal geleerd”. En dan bedoelt de Euro-minister dat de onderhandelingen nu op politiek niveau zijn gebracht en niet meer tot het laatste moment in gesloten ambtelijke lokalen worden gevoerd.

Van de versterkte Nederlandse oriëntatie op Duitsland en Frankrijk, baken in zee van schipper Van Mierlo bij zijn aantreden, heeft Parijs niet zo veel gemerkt, zeker na de Tigre-affaire, toen Nederland toch maar weer een oude trouwe Amerikaanse helikopter koos boven de nieuwe Frans-Duitse.

Nu deze uitgestoken hand van Barnier zonder Calimero-complex aanvaarden en vervolgens volwassen voor Nederlandse belangen in Europees verband opkomen, dat zou kunnen leiden tot het slaan van meer vliegen in één klap. Parijs denkt aan een tussentop in de eerste helft van mei, als met een nieuwe Britse premier zaken te doen zijn. Europese zaken zijn dit halfjaar nog meer dan anders Nederlandse zaken.