Een eigen schuur

We moesten de oude schuur wel kopen. Het dak is ingewaaid, er groeit vlier op de grond, en de deuren hangen er nog maar half in. Laat hij onherstelbaar vervallen zijn, hij ligt strategisch. Tegenover het buitenhuisje in Frankrijk beneemt de schilderachtige ruïne ons het uitzicht op de beige bungalowtjes van de gepensioneerde agrariërs.

En om tien over half tien 's avonds, zomertijd, betrekt de kerkuil het bovenraampje als uitkijkpost over zijn jachtterrein. Wat ons echt deed besluiten te kopen was de mededeling tussen neus en lippen door van de boerin dat iemand uit de stad er een huis wilde bouwen. “Ja, iemand van staatsbosbeheer, hij weet wat hij doet.” Dat betekende dus kaalslag. Het vooruitzicht bij de koffie op het terras naar de rituele autowassingen van de buurman te moeten kijken gaf de doorslag. Omdat wij zo trouw hun zoete 'Pineau de Charente' afnemen, en omdat we dan ook altijd een Hollands kaasje meenemen en een vrolijk praatje, vonden de boerin en de boer het goed dat wij het bod van de ingenieur overnamen. Vijfduizend gulden is in de Charente, waar de grondprijs op drieduizend gulden per hectare ligt, een fors bedrag voor een kapotte schuur, een braambos en een vijgenboom. Maar mensenschuwheid won het van zakelijkheid.

Dus spoedden wij ons van de zomer met de eigenaren naar de notaris om voorbereidende maatregelen te treffen. 'Maître H.' bleek een druk baasje dat zijn gewichtigheid met sussende gebaartjes relativeerde. De boer en de boerin, anders vol luim en jolijt, bewaarden in zijn burelen een eerbiedig stilzwijgen, behalve als kleine kwinkslagen om instemming vroegen. Er moest nog een dekselse boel gebeuren, waarschuwde de notaris. Nee, we moesten het ons niet aantrekken, het zou wel loslopen. Daar dacht een gewoon mens niet aan als hij zijn oog op een stukje land wierp, maar daar groeiden ook allemaal cijfertjes en aktes tussen de klaver en de haver. Zo'n terrein kwam niet uit de lucht vallen, nietwaar Mme. en Mr... - het echtpaar grijnsde verlegen - daar zat een hele historie aan. In ons geval moest er eerst een landmeter aan te pas komen, want het gewenste stukje terrein kwam uit twee verschillende erfenissen, en het stond kadastraal onder twee nummers. Door onze 'monumentenzorg', haha, zouden die nu onder eén hoofd worden gebracht. Nou wist hij wel een landmeter. Kosten koper. De notaris zweeg. Wij keken zo neutraal mogelijk. Er was een heel goede, die van toewijding doodbleef op het werk, ja, wel wat duurder. Een andere, meer een gemiddelde kracht, was er ook... Ik deelde mee dat ik niet uitzag naar meteen een lijk op onze aanwinst, en dat ik met een luie maar levende landmeter genoegen nam. Haha. Dan moest een commissie die erop toeziet dat de boeren niet door lepe stadslui worden opgelicht zijn fiat nog aan de overdracht geven, en de koopsom vermeerderd met zijn honorarium en leges moest nog overgemaakt worden, maar het zou allemaal voor elkaar zijn als we weer in het land waren, verzekerde de notaris. Wanneer dat was? Met Kerstmis zeiden wij. Afgesproken. Bericht zou volgen. Het hoffelijke gebaar waarmee hij ons de deur uitzette ging naadloos over in de uitnodiging aan zijn volgende klanten om binnen te treden.

Er volgde geen bericht, alleen de rekening van de landmeter. Vierhonderd gulden. We vroegen ons af of een overijverige landmeter ons meer berekend zou hebben voor duizendnegenentwintig vierkante meters. Vlak voor Kerstmis dienden wij ons aan bij de boer en de boerin. Tja, er was een secretaresse ziek geworden, legde ze uit, en de notaris had gezegd dat we het maar zelf op de bank moesten regelen. Als we die schuur niet als garage wilden inrichten kwam dat wel duurder uit met de leges, had hij ook gezegd. Met het honorarium werd het dan bijna tweeduizend gulden. Dat was nog eens wat anders dan 10 procent k.k.! En morgen moesten we tekenen, voegde ze er doodgemoedereerd aan toe. Knarsetandend over zoveel Franse slag fietste ik naar de bank en regelde de zaken.

De volgende dag huppelde de 'maître' geaffaireerd tussen zijn bureau en de balie, want “het gaf me een drukte, zo, die laatste dagen van het jaar, als iedereen nog even van de goedkope tarieven wilde profiteren”. “Ach, u hebt daar geen last van in Holland, met u gaat het alweer bergopwaarts. Bij u hoeft het dus niet allemaal op een koopje. Maar, och here, als je in dit land eens wat hervormingen wil doorvoeren...” De welsprekende handjes hieven zich ten hemel. Tot de kerkuil weer op zijn post terugkeert is deze sluwe vleierij onze troost.