Door HANS AARSMAN

De telefoon gaat. Een stem zegt: “Ze zijn opgestaan! Jansma en Van Gelder zijn opgestaan! Halleluja!”

Vorige week heeft Zapman zich druk gemaakt over het gebrek aan fatsoen bij Kees Jansma en Jack van Gelder. De heren staan niet op als ze een gast verwelkomen in hun praatprogramma. Zapman heeft ze vorige week een lesje gegeven in beleefdheidsvormen.

Woensdagavond dorst ik niet te kijken of de heren gehoor hadden gegeven aan Zapmans wensen. Om eerlijk te zijn, ik rekende nergens op. Twee ervaren televisie-commentatoren tegen een krantencolumnpje dat geen mens weet te vinden op wat familie en vrienden na. En toch is het wonder gebeurd. De telefoon ging en de stem zei dat ze waren opgestaan. Hosanna in den hoge!

De volgende dag heb ik het met eigen ogen kunnen zien, donderdags wordt hun programma altijd herhaald. Ik zag hoe Jansma zich onwennig ophees uit zijn fauteuil om Danny Blind een hand te geven. Toen zei hij, alsof hij zich wilde verontschuldigen: “Ik ga even staan, want er is wat kritiek geweest dat wij blijven zitten.”

Het oordeel van Zapman wordt gevreesd! Er wordt naar hem geluisterd! Hij zapt niet voor niets! Daar moet meer uit te slepen zijn. Er is nog zoveel waaraan een eind moet komen. De presentatoren van Studio Sport moeten ophouden met hun geschiedenislesjes bij de aankondiging van de wedstrijd. Wie kan het schelen wanneer Ajax voor het eerst tegen Feyenoord speelde en wat de uitslag was. Barend en Van Dorp moeten ophouden met hun gezeik over geld. Wat kan het schelen of er buiten Barend en Van Dorp nog meer geldwolven zijn. De sportverslaggevers moeten geen vragen meer stellen met een ondertoon van: “Het gaat niet goed, hè? Dat wordt niets zo, hè?” Laat ze allemaal ophouden, of Zapman schrijft ze aan gort!

Maar eerst komt de harde kern van Feyenoord aan bod: “Jongens, Zapman bidt jullie. Schreeuw de longen uit je lijf, maar weet wat je zegt en weet wat je doet. Zo niet, dan krijgen jullie het met mij aan de stok!”

Ik heb gisterenavond weer niet durven kijken of er naar Zapman werd geluisterd. De ochtendkrant heb ik niet ingekeken. Ik wacht op het telefoontje en de stem die zegt: “Er waren geen ongeregeldheden in de stad. Zapman is verhoord.”

Als een columnist zoiets zou kunnen bereiken, dat zou toch de bekroning van zijn loopbaan zijn.