De toon van d'Hondt inspireert en verlamt

Burgemeester E.M. d'Hondt van Nijmegen is de laatste maand verzeild geraakt in een aantal bestuurlijke affaires. Een bijzonder man, deze sociaal-democraat met 'machiavellistische trekjes'. Bewonderd om zijn kennis en intellect, verguisd om zijn eigendunk.

Het waren de dagen van watervrees en angst voor dijkdoorbraken. Volksverhuizingen en chaos in het Nederlandse rivierengebied. Die eerste maanden van 1995 waren voor velen om nooit te vergeten. Dat geldt zeker voor Ed d'Hondt, burgemeester van Nijmegen en destijds verantwoordelijk voor het regionaal coördinatiecentrum in die streek. Hij kreeg het aan de stok met zowel de toenmalige commissaris der koningin, Terlouw, als met minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) over het tijdstip waarop de 55.000 inwoners van de Ooipolder en het Land van Maas en Waal naar hun huizen zouden mogen terugkeren. D'Hondt gaf eerder dan Dijkstal het sein veilig. Uiteindelijk kreeg hìj gelijk. Het is een gebeurtenis die de burgemeester in meerdere opzichten tekende: eigenwijs, maar met lef. Overtuigd van zijn eigen gelijk, en moeilijk op andere gedachten te brengen. Iemand met het geheugen van een olifant; want wie er afgelopen najaar allemaal op het afscheid van Terlouw als commissaris der koningin zijn geweest, d'Hondt in ieder geval niet.

In de afgelopen periode is d'Hondt in zijn rol van burgemeester verzeild geraakt in een aantal bestuurlijk onverkwikkelijke affaires. Zo was daar de vet-affaire, waarbij medewerkers van de dienst Milieu op illegale wijze vet in het riool loosden. En natuurlijk de zaak die al snel 'de vuile-grondaffaire' is gaan heten. Een zaak waarbij het gemeentebestuur zelf beschuldigd werd van gesjoemel met ernstig vervuilde grond. Het Openbaar Ministerie deed liefst anderhalf jaar onderzoek naar de vervuiling, maar liet eind vorig jaar weten vanwege het Pikmeer-arrest niet tot strafvervolging over te (kunnen) gaan. In deze affaire kwam d'Hondt zo goed als met iedereen in aanvaring: de provincie Gelderland, de politie, het Openbaar Ministerie, minister Sorgdrager (Justitie) en met de oppositie in de raad.

Mensen die de burgemeester al wat langer kennen, wisten van te voren wat er zou gebeuren: de kans dat d'Hondt zijn ongelijk zou toegeven was zo goed als uitgesloten. “Hij denkt altijd dat hij de beste van de klas is, dat hij als enige de juiste argumenten heeft”, zo zegt iemand op het stadhuis. De 'vuile grond-zaak' is nog niet afgerond - een aantal milieu-groeperingen heeft van justitie geëist dat de gemeente alsnog strafrechterlijk vervolgd wordt - maar D'Hondt zal niet op zijn schreden terugkeren: het openbaar ministerie zit ernaast, vindt hij.

Wat voor man is het eigenlijk, de Nijmeegse burgemeester? Gesprekken met mensen uit zijn omgeving leveren het beeld op van uitersten. Sommigen voelen zich door zijn eloquentie 'opgetild' en genieten van zijn zelfbewuste gevatheid en belezenheid, terwijl anderen daardoor een gevoel van onbeholpenheid bekruipt. Zij kunnen slechts verlamd zwijgen. Zijn voornaam is net zo bijzonder als de manier waarop hij zijn bril recht zet. Edumond Marie d'Hondt doet dat met de wijsvingers op de hoeken, de ogen naar de hemel gericht.

Ooit zei hij dat zijn familienaam wijst op een relatie met de Hugenoten, in de zeventiende eeuw tijdens het bewind van Lodewijk XIV naar ons land gevlucht. De familie d'Hondt maakte het zichzelf toen niet te moeilijk en koos Hulst, vlak over de Belgische grens in Zeeland, als woonplaats. Ed d'Hondt werd op 17 mei 1944 in Oostburg geboren; daar groeide hij ook op. Hij zat gedurende een jaar op het gymnasium in Breda en vertrok toen naar het Groot-seminarie in Hoeven. In 1969, op vijfentwintigjarige leeftijd, studeerde hij in Utrecht af in de rechten, waarna hij op het kabinet van de commissaris der koningin in Gelderland ging werken. Naar verluidt schreef hij hier vele speeches voor onder meer commissaris 'Molly' Geertsema. En met plezier, d'Hondt vindt het de moeite waard om zijn mening en zijn argumenten aan het papier toe te vertrouwen. Hij schrijft columns in Binnenlands Bestuur en lange tijd ook in het blad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

In 1976 werd hij burgemeester van het Brabantse Hilvarenbeek, een gemeente met 10.000 inwoners en part-time wethouders. Nog altijd is men daar te spreken over de inbreng van d'Hondt. “Hij ontpopte zich als een gedreven bestuurder”, zegt VVD'er H. van den Heuvel, die in deze periode wethouder was. “Hij was een vechter, die stond voor zijn mening.” In 1985 zocht d'Hondt een nieuwe uitdaging: hij werd eerste burger in het Utrechtse Maarssen. Daar ging het er al heel wat scherper aan toe dan in Hilvarenbeek. D'Hondt joeg een groot aantal ambtenaren tegen zich in het harnas door zijn weinig sociale manier van optreden: hij voerde weinig of geen overleg en drukte vaak zijn eigen mening door. Ook botste het met de gemeente-secretaris. De twee verschilden compleet van karakter, zo zeggen mensen die de conflicten meemaakten. De burgemeester ontpopte zich in de Utrechtse gemeente als de man die het wel even zou doen. “Hij liep meestal voor de troepen uit en verraste de rest van het college door afspraken te maken met derden over de portefeuilles van wethouders. Dat was niet altijd even prettig”, zegt oud-wethouder S. Swane (VVD), die overigens te kennen geeft dat de wethouders er nooit een probleem van maakten. Swane noemt d'Hondt een inspirerende leider, die dolgraag wil laten zien dat hij de beste is. “Het is een heel sterke persoonlijkheid, die overtuigd is van zijn eigen visie.”

D'Hondt ontwikkelde voor Maarssen een structuurvisie (een totaalplan voor de planologische ontwikkeling) toen de rest van het college nog niet eens wist wat een dergelijke stuk zou kunnen inhouden. Door deze en andere activiteiten kwam hij in beeld voor een grotere gemeente. In 1990 werd hij gevraagd door de toenmalig burgemeester I. Dales om naar Nijmegen te komen. Zij vertrok naar Den Haag om minister van Binnenlandse Zaken te worden. Vlak voordat d'Hondt in Nijmegen werd benoemd ging hij enkele avonden achtereen daar 's avonds wandelen, om de sfeer te snuiven, de stad te leren kennen.

De aanwezigheid van d'Hondt gaf na de vaak wat rommelige presentatie van Dales een schok. De vroegere woordvoerder van het college, S. Lammers, herinnert zich met enige bewondering de beheerste presentatie van haar baas. “Als bijvoorbeeld bij de aankomst van de Vierdaagse iedereen op de eretribune in de hitte zat te blazen met een rood hoofd en klamme boordjes, zag je de burgemeester daar tussen zitten alsof hij zojuist uit een auto met airco was gestapt. Alles tot in de puntjes.” Die keurige presentatie, alles zit altijd op zijn plaats, bezorgde hem de bijnaam: het heertje. Zijn stijl van leiding geven werd in Nijmegen verder geperfectioneerd. De ambtelijke organisatie kwam er al snel achter dat de burgemeester alleen ontvankelijk was voor zwaarwegende argumenten, die bovendien ook nog eens helder en bondig geformuleerd moesten worden. En snel graag. Niet iedereen in de organisatie was in staat tot dergelijke retoriek. D'Hondt gebruikt zijn welsprekendheid om zijn gelijk te halen, zo zeggen mensen in zijn omgeving. “In zijn directe werk-omgeving bestaat er angst voor de burgemeester. Hij kan buitengewoon slecht tegen kritiek en is wraakzuchtig”, zo zegt een ambtenaar die anoniem wil blijven. Een verslaggever van De Gelderlander die de gemeentepolitiek kritisch volgt, is voor d'Hondt niet meer acceptabel als interviewer.

De meeste betrokkenen zijn het er over eens dat d'Hondt een afstandelijk man is. Voor voormalig woordvoerder Lammers is d'Hondt niet iemand waar je gemakkelijk je of jij tegen zegt, maar dat doet niets af aan zijn gedrevenheid en inzet als bestuurder. Hij is ook niet iemand die op vrijdagmiddag het café zal opzoeken om even joviaal wat te gaan drinken met medewerkers of wethouders. Het lijkt of hij medewerkers in zijn omgeving niet ziet staan. Hij geeft vrijwel nooit schouderklopjes, maar professionaliteit bevalt hem zeer. Hij leeft snel, doet veel op intuïtie, maar is niet impulsief.

“Ik kan me voorstellen dat het voor veel mensen een ondankbare zaak is om hem te adviseren”, zegt F. Tas van de stafafdeling Bestuursondersteuning en Juridische Zaken in Nijmegen. Tas had in zijn vorige werkkring, op Binnenlandse Zaken, al veel met hem te maken. Hij weet dat adviezen niet ongelezen in een la verdwijnen, maar voor d'Hondt juist dienen om de puzzel in elkaar te leggen. Hij verwerkt de informatie, interpreteert, en combineert die met wat hijzelf al over een kwestie weet. Wie er twee keer naast heeft gezeten, kan het wel vergeten. Hij houdt bovendien niet van zeurpieten, zo heeft Tas in de afgelopen jaren ervaren.

D'Hondt wordt door veel van zijn medewerkers gekenschetst als een uiterst intelligent man, een strategisch denker, die als een schaker een paar stappen in het voren kan denken. Hij wil zeker zaken ter discussie stellen, maar kan dat doen op een manier dat alles weer dood slaat. Het is geen man om ballonnetjes op te laten, het gaat hem om de zaak, maar dat gebeurt met zo'n woordenvloed dat anderen er niets mee kunnen. Tas spreekt in dit verband van een “Hondiaanse redenering”.

Zijn criticasters stappen daar minder gemakkelijk over heen. D'Hondt schept zijn eigen werkelijkheid, zeggen ze. “Hij is feitelijk amoreel. machiavellistisch ook”, zegt de anonieme ambtenaar. “Neem die vuile-grondaffaire. Het OM ziet af van strafvervolging als gevolg van het Pikmeer-arrest. Wat zegt d'Hondt vervolgens in het openbaar? Die zegt: 'Zie je nu wel, we zijn niet schuldig bevonden'. Maar dat was natuurlijk niet het geval. En d'Hondt heeft heel vaak iets dergelijks; een leugenachtige uitleg die zo sterk in elkaar lijkt te zitten dat je er verder niets mee kunt”.

De burgemeester streeft zijn eigen doelen na, is gericht op zijn carrière. Niet alleen ten tijde van het hoogwater botste hij met het kabinet. In het voorjaar van 1996 kwam de burgemeester in aanvaring met de ministers Sorgdrager (Justitie), Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Van Mierlo (Buitenlandse Zaken). Als voorzitter van de korpsbeheerders bazuinde D'Hondt overal rond dat het handhaven van de vijfgrams-norm voor hasj onmogelijk was. Daar wilde hij de politie geen controle op laten uitoefenen, zei hij. Sorgdrager noemde dit een volstrekt verkeerd signaal.

Hij heeft volgens Tas al op wat langere termijn gezien hoe het zal uitpakken, en speelt het daarom zo hard. In de vuile-grondaffaire heeft volgens hem hetzelfde gespeeld. D'Hondt weigert om de dossiers openbaar te maken: “Dat lijkt dan halsstarrig, maar ik denk dat hij een afweging heeft gemaakt. Het gaat hier om de geloofwaardigheid van het bestuur. Wie weet hoe desastreus volledige openbaarheid zou hebben uitgewerkt, al die zaken die je aan niemand kunt uitleggen”. De ergernis van d'Hondt over deze kwestie heeft niks te maken met de politie: “Hij heeft zeer veel waardering voor de professionaliteit van de politie, ook al laat hij dat niet zo blijken”.Wat hij voor het korpsbeheerdersberaad heeft gedaan, is niet gering, meent Tas.Nu is er overleg en worden er zaken gedaan. Niet de korpschefs, maar de beheerders laten hun stem horen. Daar heeft ook de IRT-zaak wel wat aan bijgedragen, maar zeker ook de inspanningen van d'Hondt. De grote motor achter het Nederlands Politie Insitituut heet D'Hondt. Op Binnenlandse Zaken is hij een serieuze gesprekspartner, en dat is voor menig korpsbeheerder eens anders geweest. D'Hondt heeft wat met de politie. Niet voor niets is 'veiligheid' een belangrijk thema van de burgemeester, en niet voor niets heeft hij zitting in de commissie Veiligheid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Van jongs af is d'Hondt gezegend met een ruime dosis interesse in kunst en cultuur, vooral muziek en poëzie. Met regelmaat verzorgt het echtpaar d'Hondt huisconcerten in de 'zelfgebouwde' woning aan de Praetoriumstraat. Het huis is gebouwd rond de woonkamer, waar de vleugel een centrale plaats inneemt. Het echtpaar stelt het publiek voor de huisconcerten zo samen, dat er interessante gesprekken en ontmoetingen mogelijk zijn. Allerlei disciplines zijn vertegenwoordigd, niet alleen topfunctionarissen worden uitgenodigd. Een vereiste is wel dat de gasten slim en ondernemend moeten zijn. Muziek staat centraal in dit huis. De burgemeester zingt zelf graag Italiaans en Engels klassiek, en doet dat met een geoefende tenor.

Nijmegen zal deze 52-jarige bestuurder nog maximaal drie jaar meemaken. Toen hij in 1990 werd benoemd tot burgemeester was dat voor een periode van tien jaar, zo voorspelde hijzelf. Ondanks een aantal affaires lijkt d'Hondt dat vol te kunnen maken. Of hij moet voortijdig naar Den Haag vertrekken voor een ministerspost - iets waar hij zijn loopbaan op uitgestippeld lijkt te hebben. In nationale kwesties heeft hij zich de afgelopen jaren nadrukkelijk gemanifesteerd. Ingewijden die zowel in Nijmegen als in Den Haag met hem te maken hadden, achten hem zeker geschikt als minister. Op zijn minst. Voor een vacature van staatssecretaris wil hij waarschijnlijk niet eens afreizen naar de residentie.