China wantrouwt bedoelingen van president Clinton

PEKING, 24 FEBR. Doorzichtigheid is niet een van de sterkste kanten van het China-beleid van de VS. De kans dat Madeleine Albright, de kersverse Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, daar vandaag tijdens haar bliksembezoek aan China verandering in brengt, is naar verwachting van menigeen in Peking, gering.

De verwachtingen in Azië waren gespannen nadat de Amerikaanse president Bill Clinton eind vorige maand had verklaard dat zijn politiek van 'constructieve betrokkenheid' had gefaald. Vanaf het moment dat Clinton in het voorjaar van 1994 China's handelsstatus niet langer liet afhangen van de situatie rond de rechten van de mens in China is het juist met die mensenrechten hard achteruit gegaan. Het aantal dissidente stemmen in China is na vier jaren van stringent overheidsoptreden tot nul gereduceerd, en de anti-criminele campagne van het afgelopen jaar heeft op een weinig humane wijze paal en perk gesteld aan de sociale uitwassen van het land. Dat alles had volgens Clinton niet mogen gebeuren en nu de president zelf heeft toegegeven dat het allemaal niet zo best heeft gewerkt, rest de vraag: hoe nu verder?

Volgens Albright biedt een politiek van 'verschillende facetten' de oplossing. Niet langer moet het Amerikaanse China-beleid de nadruk op één onderwerp, mensenrechten, leggen, maar dient men oog te hebben voor de uiteenlopende kwesties die spelen. Op bepaalde gebieden kunnen China en de VS het nu eenmaal veel beter met elkaar vinden dan op andere. Vooral de volgorde van die vaststelling is volgens het nieuwe team van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken van belang.

Voor de makers van China's buitenlandse politiek, die zich slechts weten te bedienen van een uitgesproken reactief beleid, klinkt dat allemaal zeer acceptabel, maar wat moeten zij in dit verband denken van Clintons opmerking eind vorige maand, dat “de toename van de vrijheidsgeest [in China] zo onvermijdelijk is als de val van de Berlijnse Muur.” Met andere woorden: 'constructieve betrokkenheid' leidt volgens Clinton wel degelijk ergens toe. Erger nog, meent Peking, Clinton is ondanks veel mooi-praterij nog altijd uit op de val van het communistische bewind.

Het botert niet tussen China en de VS en het evenwicht tussen beide landen, bezegeld tijdens het bezoek van de voormalige veiligheidsadviseur Antony Lake in juli vorig jaar, is uiterst instabiel. Toen kwam, na eindeloos gebekvecht over Taiwan, Tibet en de situatie van de rechten van de mens, een eind aan een lange periode van moeizame betrekkingen. Albright is zich hier uiteraard van bewust, maar ook deze bewindsvrouwe heeft laten weten dat zij niet van plan is onderwerpen aangaande mensenrechten en democratie te laten rusten.

Pagina 4: 'China kan zijn eigen weg wel bepalen'

De onderwerpen 'mensenrechten' en 'democratie' mogen alleen niet langer de boventoon voeren, aldus Albright. Peking weet evenwel wat voor een vlees het in de kuip heeft. Albright immers, heeft door haar achtergrond, afkomstig uit een familie die het slachtoffer is geweest van Nazi-geweld en communisme, een hekel aan totalitaire regimes.

Over mensenrechten zal hoe dan ook gesproken worden, zij het, door het overlijden van Deng Xiaoping, kort en vluchtig. En als de Amerikaanse media geloofd mogen worden, zit zelfs een baanbrekende overeenkomst in de pijplijn. Peking zou overwegen acht politieke gevangen vrij te laten en mee te werken aan inspectiebezoeken van het Internationale Rode Kruis aan Chinese gevangenissen.

Als dat waar is, dan heeft Albright tijdens haar eerste bezoek aan China direct gescoord. Het betekent echter geenszins dat Peking een andere koers bewandelt. Het recente verleden bewijst dat China dikwijls voorafgaand aan belangrijke internationale politieke besluiten over de brug is gekomen om daarna weer vrolijk op de oude manier verder te gaan. Ook nu ligt de jaarlijks terugkerende mensenrechtenresolutie van de VN in het verschiet en China heeft er veel voor over de vernederende kritiek tegen te gaan.

Recente publikaties in de Chinese media vertellen nog het duidelijkst hoe volgens Peking de rollen zijn verdeeld. “Als supermacht placht de VS er vanuit te gaan dat het het recht heeft te oordelen over anderen”, aldus een artikel in de Engelstalige China Daily. “Waarschijnlijk willen zij dat China een beter land wordt - misschien een land dat meer weg heeft van de VS.” Dat mag niet de bedoeling zijn, zo concludeert het artikel. “China is heel wel in staat zijn eigen weg te bepalen, daar heeft het de VS niet voor nodig.”