VARKENSVOER

In zijn column in de bijlage W&O van 8 februari vermeldt Piet Borst dat boeren sinds 1974 hun varkens een vancomycine-analoog inspuiten en dat een verbod op dit product is afgewezen.

Dit is een onjuiste weergave van de werkelijkheid. Aan varkensvoer worden op natuurlijke wijze geproduceerde, producten toegevoegd die het dier helpen bij de vertering van het met name uit plantaardige stoffen bestaand veevoeder. Deze stoffen heten voederbespaarders, ze worden toegevoegd aan het veevoeder en worden dus niet ingespoten.

Eén van deze voederbespaarders is avoparcine. Dit (het in het artikel genoemde analoog) wordt alleen verwerkt in veevoeder terwijl vancomycine uitsluitend worden toegepast in de humane geneeskunde. Per 1 april is het gebruik van avoparcine in veevoeder verboden. Dit is het gevolg van een politieke beslissing die niet wetenschappelijk is onderbouwd. Het 'SCAN-committee' (wetenschappelijk comité van de EU) meldt in zijn rapport over avoparcine dat op basis van wetenschappelijk onderzoek de bezwaren tegen dit product niet relevant zijn. Echter de EU heeft besloten om als voorlopige voorzorgsmaatregel het product te verbieden in afwachting van verdere onderzoeksresultaten.

Het gebruik van voederbespaarders komt ten goede aan het dier en aan het milieu. Voor de toelating van deze producten hebben fabrikanten dossiers met wetenschappelijke gegevens ingediend waarin effectiviteit, controleerbaarheid en veiligheid voor mens, dier en milieu uitvoerig bewezen zijn.

Tenslotte willen wij Piet Borst erop wijzen dat het in Nederland wettelijk niet is toegestaan om diermeel, door hem 'vermalen kadavers' genoemd, in rundveevoeder te verwerken.

Naschrift Piet Borst:

Ik ben geroerd door de zorg van de NEFATO voor dier en milieu, maar avoparcine is behalve een voederbespaarder ook een antibioticum en een vancomycine-analoog. Waar het om draait is of deze analoog bij kan dragen aan besmetting van mensen met vancomycine-resistente bacteriën, die een serieus medisch probleem vormen in ziekenhuizen. Omdat de NEFATO vindt dat de bezwaren tegen avoparcine 'niet relevant zijn' heb ik nu zelf de varkensliteratuur over resistentie nageslagen. Daaruit blijkt mijns inziens zonneklaar dat avoparcine, dat zo biglievend door het varkensvoedsel wordt gemengd, leidt tot vancomycine-resistentie van bacteriën in de varkensdarm. Die bacteriën zijn vervolgens bij de mens teruggevonden. Kippen worden ook met avoparcine verwend en dat is een andere bron van resistente bacteriën bij de mens.

Interessant is een ingezonden brief in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 11 januari 1997. Hierin schrijven Endtz en medewerkers dat twee van de honderd Nederlandse ziekenhuispatiënten vancomycine-resistente bacteriën dragen, maar dat dit aantal even hoog is bij doorsnee Nederlanders die hun huisarts met diarreeklachten bezoeken. Waar komen die resistente bacteriën bij de doorsnee Nederlander vandaan? Immers, tien jaar geleden kwam vancomycine-resistentie nog bijna niet voor. 'De voedselketen moet, zeker in Europa, als potentiële transmissieroute worden genoemd', schrijven de auteurs en zij vervolgen met wat zout in de wonde te wrijven: 'Voorlopige gegevens uit Nederland laten zien dat ook hier vancomycine-resistente bacteriën kunnen worden gekweekt uit kipproducten, zoals deze aan de consument worden aangeboden (N. van den Braak, schriftelijke mededeling, 1996). Belangrijk lijkt in dit verband dat glycopeptide-analogen zoals avoparcine, als voedseladditieven (dat wil zeggen als groeibevorderaars) in de bio-industrie in veel Europese landen op grote schaal worden toegepast. In de VS zijn deze middelen als voedseladditief niet toegelaten.'

De 'politieke' beslissing om avoparcine niet meer als voederbespaarder te gebruiken, lijkt mij daarom niet zo gek. Een geraadpleegde bacterioloog was het met mij eens. Onnodig gebruik van vancomycine door dokters draagt uiteraard ook sterk bij aan verspreiding van resistente bacteriën.

Mijn opmerking over 'vermalen kadavers' sloeg uiteraard op Engeland en de BSE-epidemie. Ik heb ook niet willen suggereren dat de Engelse boeren zelf die kadavers vermaalden. Het zullen de veevoederfabrikanten zijn geweest, of wellicht zelfs de fabrikanten van veevoedertoevoegingen.

Ten slotte mijn dank aan de NEFATO voor de correctie. Avoparcine is een veevoedertoevoeging en wordt niet gespoten. Ik had dat 'inspuiten' overgeschreven uit het aangehaalde boek 'Als Vanco valt' (p.99), maar ik had dat natuurlijk bij een varkensdeskundige moeten natrekken. De schrijver van die pagina 99, mijn vereerde voorganger columnist Dunning, weet veel, maar is geen echte varkoloog. Mijn excuses aan de lezer voor deze fout.