Uitslag Buitenlust-prijsvraag; Edele, belangwekkende en eetbare bomen

Twee maanden geleden riep Sarah Hart lezers op een boomtuin te ontwerpen. Eén boom, mocht het zijn, op een stukje grond van zo'n twaalf vierkante meter. Meer dan honderd lezers hebben gereageerd. Vandaag maakt de jury de winnaars bekend.

Wat voor boom zoudt u planten als u het voor 't zeggen had? Hoe wilt u herinnerd worden? Want bomen, in iets mindere mate dan diamanten, gaan lang mee. Een boom planten is geen lichtvaardige daad. En toch staan de tuinen van de wereld vol uitzonderlijk vervelende bomen, somber van blad, saai van bloei, gespeend van herfstkleuren of zelfs maar eetbare vruchten: gewoon bomen, door onze vergeten voorgangers geplant en door ons, faute de mieux, geduld in lijdzaamheid. Maar nu, sinds de Buitenlustprijsvraag, is dat verleden tijd. Over heel Nederland spoelt een golf van edele, belangwekkende en wondermooie bomen, allemaal het resultaat van overwogen keuzes en vervolmaakt door verstandige onderbeplanting.

De gedachte was dit jaar één enkele boom uit te kiezen en onder te brengen in een 'boomtuin' van bescheiden afmetingen; ik was heel nieuwsgierig te zien welke soorten het populairst zouden zijn. Vruchtbomen of zuivere sierbomen? Bloeiende bomen of coniferen? Exoten of Europese inheemse soorten?

De inzenders hadden buitengewoon vastomlijnde ideeën over de boom van hun keuze; slechts enkelen - niet-tuiniers vermoed ik, want de helft van het genot van tuinieren is planten uitkiezen - schreven luchtig 'een beukachtige boom' of 'een of andere conifeer'.

De meest populaire boom bleek, zoals misschien te verwachten gezien de nogal beperkte ruimte, de es te zijn, in verschillende variëteiten. Daarna, op een gedeelde tweede plaats, de meer uit de kluiten gewassen Ginkgo biloba en treurwilg. Vervolgens kwamen prunus, pinus en eik, en Robina pseudoacacia, Sequoia gigantea (ja waarachtig!), appel en meidoorn. Gevolgd, op enige afstand, door mispel, tamme kastanje, acacia, kweepeer, magnolia, walnoot, linde en Paulownia tormentosa; met een gemarkeerde voorkeur, wat deze laatste betreft, voor de eetbare.

Sommige inzenders beschreven echte bomen, in hun tuin, buiten op straat, in een arboretum of op de binnenplaats van een museum. Of het waren bomen in hun herinnering, uit hun kinderjaren (maar vreemd genoeg geen palmen, geen bamboe, geen waringin), bomen die zij eens hoopten te planten. Kinderen hebben meer oog voor bomen dan voor planten; je moet vermoedelijk boven de dertig zijn om een band te hebben met vaste planten, maar één boom kan een hele jeugd beheersen. Wat mij ook bevreemdde was dat in geen van al deze boomtuinen een boomhut voorkwam, zelfs niet een kleintje: echt in je boomtuin wonen is toch bijna in de hemel?

Een inzendster klom in haar boom en las er een boek; zij beschreef ook iets waar ik in geen jaren meer aan had gedacht: kinderen die naar hun boom stormen, roepend: “Eigen tak! Eigen tak!” Dat deden wij ook en aangezien ik de oudste was kreeg ik altijd de hoogste en beste tak van onze appelboom en ik was ook de enige die over de kruin heen kon kijken.

Een paar inzenders hadden zelf een boom ontworpen, maar dat was een andere opgave; deze keer moesten ze echt bestaand zijn. Zo kregen we een 'defensieve boom', bedoeld om de tuin af te schermen van de blikken van de buurman; er waren ook een paar nogal sombere tuinen, allemaal groenblijvende planten, waar je zou denken dat geen zonnestraal ooit doordrong. Er waren tuinen voor in de stad, met tegels en vijvertjes, en er waren er ook als monumenten op het platteland, zoals Heleen Hilderings 'oude bonsai pijnboom op wit-grijze zuil temidden van een vijver met goudvissen omringd door grassen en riet - en dit in een leeg weiland.'

Sommige ginkgo's waren een beetje mystiek angehaucht, zoniet door New Age, terwijl meer aardse bomen ook meer grofstoffelijke aanpassingen vergden, zoals de foto van een - bestaande - sering in een kooi van kippengaas, tegen de geiten van een kinderboerderij.

“Veel bomen vallen bij nadere beschouwing af”, schreef een inzender en dat is waar, wanneer je moet kiezen uit alle bomen van de wereld. De beschikbare ruimte is ongeveer die van een gangbare voortuin, waar elke zichzelf respecterende tuinier een boom in zou willen, en er waren een of twee interessante beschrijvingen van hoe je te werk gaat om te kiezen.

Een inzender beschreef de smartelijke ervaring, een boom te moeten omhakken die hij zelf geplant had - alleen te verwerken wanneer je onmiddellijk een andere plant. Er was één dode boom vol klimplanten, een 'vogelboom' om dode vogels onder te begraven, en een 'liefdesboom'. Een wat vrolijker noot was een beschrijving van (kennelijk) de Beestenmarkt in Leiden, waar ze een zogenaamd 'evenementenplein' van hebben gemaakt, en de treurige bomen die ze daar geplant hebben, na eerst wat er stond te hebben omgehakt; ware een Sequoia gigantea daar niet te prefereren, vroeg men, en dat zou inderdaad een enorme verbetering zijn. Nog een Sequoia zal verrijzen in een volkstuintje onder de rook van Den Haag; lang na 'plantertje dood' zullen volgens Joan Jansen Lubiewski de mensen niet meer zeggen “ik woon in het Bezuidenhout of in Voorburg bij het spoor”, maar: “Ik woon vlak bij De Boom.”

Na over al deze fabelachtige bomen gelezen te hebben is mijn eigen keuze onachterhaalbaar ingewikkelder geworden: mijn eigen voorkeur ging uit naar een eenvoudige zwarte moerbei, maar nu zijn er extra tuinen nodig, voor onder andere de Acer griseum aanbevolen door dr. H.J. Oterdoom, met zijn fraaie vervellende stam, het hele jaar mooi, misschien het minst spectaculair in het voorjaar, maar er is dan zoveel meer dat je het door de vingers ziet. Dan is er Florentine van Eeghens Sorbus hupehensis: “De bladeren zijn dof zeegroen en verkleuren in de herfst naar een regenboog van blauwgroen, schuimig rose en oranje.” Of, om emotionele redenen, een acacia zoals beschreven door S. Houppermans, een boom herinnerend aan Frankrijk, aan Claude Simon, aan de Allée des Acacias in Proust, met “zoals in het Frans, de nadruk op de laatste 'a', als steeds herhaalde verwondering.”

Nu de prijzen. Niet een eenvoudige zaak: zowel de keuze van de boom als de beplanting eronder legden hun specifieke gewicht in de schaal. De keuze van de jury, zoals ieder jaar bestaande uit Lien Heyting en mijzelf, moge een idee geven van de grote verscheidenheid der inzendingen.

De eerste prijs (boekenbon ƒ 250,-) gaat naar Karen Veenland-Heineman uit Zeist voor haar Boom der Kennis in het Paradijs, zijnde een appelboom, in een Linnaeïsche 'bloemenklok' (zie kader). Deze is gebaseerd op het uur van de dag waarop bloemen ontluiken en zich weer sluiten, en vertegenwoordigt een flinke hoeveelheid uitkienerij. Linnaeus heeft er een beschrijving van gegeven, maar in een rechthoekige tuin; hier is hij rond, als een echte klok. Het thema is tijd: “Uit de praktijk en de geschiedenis van het tuinieren weten we dat niets zo vergangelijk is als een tuin.” De winnares voegt er aan toe dat zij van plan is deze gewassen komende zomer in haar tuin te planten “om te kijken of ik buiten mijn horloge kan”.

De tweede prijs (boekenbon ƒ 150,-) werd toegekend aan J.H. van Driel uit Haren voor haar cirkelvormige tuin, met zich herhalende planten, rond een Cornus controversa 'variegata'. Er zijn varens en grassen en helleborussen en een aangename ingetogen vorm van symmetrieën: een betoverende tuin.

De derde prijs (boekenbon ƒ 100,-) is voor I. Boone-Hupkes uit Wijk bij Duurstede. “De plaats waar ik mijn boom mag planten ligt op een (...) open plek midden in een naaldbomenbos bij mijn geboortedorp aan de Veluwezoom. Precies midden in die cirkel plant ik mijn volwassen SPAR - Pinus sylvestris. Het bijzondere van deze spar is namelijk dat zijn wortels - hij komt uit Polen - vol zitten met de schimmeldraden van de Cantharellus cibarus, de eetbare, heerlijke paddestoel. Ik ben ervan overtuigd dat op deze manier de cantharel zich weer - als in mijn jeugd - door het bos zal verspreiden en ben dan ook erg dankbaar voor deze mij geboden kans.”

Eervolle vermeldingen (ƒ 50,-) naar:

Leo G.M. van der Maarel (Velsen-Zuid) voor zijn boomvormige tekst 'met een hekje er omheen'. De boom zelf is wat vaag en de klaprozen een beetje onwaarschijnlijk, maar het klinkt prachtig.

M.E. van Leeuwen-Bennett (Amersfoort) voor de echte acaciatuin in het trottoir voor haar huis: “Bij het opruimen in de voortuin begon ik overtollige plantjes, bolletjes en zaden willekeurig naar het boomperkje toe te brengen en onder te stoppen in plaats van naar de compostplaats (...) binnenkort bloeien de blauwe druifjes weer, dan wat bosviolen, roze papavers, wolfsmelk, wat witte alyssum en leeuwenbekjes.” Het kwam zonder plan of opzet tot stand, schrijft zij, maar het geeft een 'beschermend gevoel van ouderschap erover'.

M. Wind ('s Hertogenbosch) voor de eik op het fietspad. Ik heb fietspaden altijd al monotoon gevonden; hier is een kans om er iets aan te doen; het herinnert ook onweerstaanbaar aan de skisporen aan weerskanten van een boom op een tekening van Charles Addams.

En ten slotte een eervolle vermelding voor Billie van der Linde (Nijmegen), 12 jaar oud en daarmee de jongste inzender, voor 'de Liefdesboom'. De tekening zegt meer dan duizend woorden.

Karen Veenland-Heineman (eerste prijs):

Mijn tuin is het cirkelvormige stukje grond (...) In het midden zet ik een niet te grote appelboom. In gedachten zie ik sterappeltjes, die prachtig rood hangen te blozen als het zo ver is. Maar eerst verheug ik mij om in de prille voorjaarszon op een zodenbankje rondom de boom te genieten van de bloesem. Erg breed mag het bankje niet zijn, maar de zachte graszoden compenseren dit ongemak. In de zomer biedt de boom wat schaduw, maar ik denk dat ik met de zon meedraai, omdat ik niets wil missen...

“Langs een van de vier smalle paadjes, gericht op de vier windstreken, bereik ik deze plek. De tussenliggende vakken verdeel ik met buxus elk in drie taartpunten. En dáár gaat het gebeuren van 's ochtends 6 uur tot 's middags 5 uur.

“In de twaalf vakken plant ik in navolging van Linnaeus een bloemenklok. Een vinding die hij precies 270 jaar geleden bij toeval deed: Flora's klok. In de loop van een etmaal sluiten en openen bloemen zich op bepaalde tijden. De bloemen vertellen ons hoe laat het is.

“In het eerste vak naast het paadje op het noorden zetten we Kattekruid, dat 's ochtends om 6 uur opent. Om 7 uur zien we in het tweede vak Afrikaantjes zich openen. Muizenoor volgt daarnaast om 8 uur. Voor Melkdistel zit het er om 9 uur alweer op; de bloem sluit zich. Akkerkool sluit een uur later, om 10 uur. Vogelmelk is een uitslaper; om 11 uur gaan de bloemen open. Als de zon om 12 uur in het zuiden staat, opent de Passiebloem zich. In het vak ernaast sluit de Anjelier om 13 uur. Guichelheil een uur later. Havikskruid, dat op het westen staat, sluit 's middags om 3 uur. De Windebloem , waarvoor ik een bescheiden treillage zal maken, sluit om 16 uur. En in een kom in het twaalfde vak sluit de Waterlelie om 17 uur. Dan is de dag gevallen in mijn tuin, behalve voor de merel die - hoog gezeten in de appelboom - tot de schemering een concert verzorgt.”

Annet van Driel (tweede prijs):

1. Cornus controversa 'Variegata'

2. Polystichum setiferum 'Herrenhausen'

3. Molinia caerulea 'Moorflamme'

4. Melica ciliata 'Alba'

5. Luzula nivea 'Schneehäschen'

6. Hakonechloa macra

7. Helleborus abchasicus

8. Helleborus x nigercors

9. Trillium grandiflorum;

10. Adiantum pedatum

11. Tiarella wherryi

12. Pulmonaria saccharata

'Sissinghurst White'

13. Heuchera 'Red Spangles'

14. Astrantia carniolica

15. Hosta plantaginea grandiflora

16. Dicentra eximia 'Alba'

Cyclamen hederifolium 'Album'

Erythronium californicum 'White Beauty'

Arum italicum 'Pictum'