Tribune

Om het Nederlands kampioenschap atletiek interessanter te maken, laat de atletiekunie dit weekeinde een aantal Belgen toe. Is een gecombineerd kampioenschap de toekomst voor meer sporten?

Bert Paauw, technisch directeur van de atletiekunie: “Twee weken geleden hebben ook vijftien Nederlanders meegedaan aan de Belgische titelstrijd. We hebben voor deze formule gekozen om de kampioenschappen interessanter te maken en omdat voor een aantal atleten maar weinig wedstrijden voorhanden zijn. We doen overigens al een aantal dingen samen met de Belgische bond. Zo vaardigen we op 1 maart een Benelux-ploeg af naar een interland in Frankrijk en in mei houden we een Benelux-kampioenschap voor atleten van 20 tot 22 jaar. Misschien kunnen we de wedstrijden in de toekomst nog veel verder uitbreiden. Er kwamen voor dit weekeinde al aanvragen voor deelname binnen uit landen als Engeland, Israel en Japan.”

Jacqueline Poelman, Nederlandse winnares op de 200 meter bij het Belgisch kampioenschap: “Ik vind dit een goede zet zolang slechts één buitenlander de finale kan halen. Als er dit weekeinde bij een onderdeel drie Belgen in de finale komen, vallen er daardoor drie Nederlanders buiten de eindstrijd. Dat lijkt me niet de bedoeling. De Belgen waren heel enthousiast over onze deelname aan hun kampioenschap, maar dat zijn ze altijd. Ja, zelfs de nummer twee op de 200 meter was erg blij met mijn deelname. Ik trok ze een beetje mee en dat was voldoende voor haar om een limiet voor het WK-indoor te lopen. Misschien had ze dat in haar eentje niet gehaald.”

Inge de Bruijn, zwemster: “Ik denk dat het zeker voor zwemmen een heel goed plan zou zijn. Meer concurrentie leidt tot betere prestaties. Er zijn voor ons heel veel internationale wedstrijden, waardoor het Nederlands kampioenschap een beetje doodbloedt.”

Adri van der Poel, wielrenner: “Dat slaat nergens op. We praten niet over één stap terug, maar over tien. Een Belgisch kampioenschap is een Belgisch kampioenschap en hetzelfde geldt voor Nederland. Als je wilt combineren, moet je er iedereen bij betrekken. Dus ook de Fransen, de Duitsers en noem maar op. Dan heb je onderhand een WK. Ik zie het ook niet zitten de Belgische en Nederlandse wedstrijd gelijktijdig te rijden. Het zijn twee verschillende landen en een nationaal kampioenschap moet in eigen land gehouden worden.”

Erik Wymeersch, Belgisch en Europees indoorkampioen op de 200 meter: “Een goede oplossing voor de top en de subtop. De atleten die daarbuiten vallen zijn de dupe, maar dat is natuurlijk niet mijn zaak. Ik vind wel dat de finale voor de helft uit Nederlanders en de helft uit Belgen moet bestaan. Voor mij kwam het goed uit dat er Nederlanders mee mochten doen bij onze kampioenschappen in Gent. Normaal gesproken zou ik geen tegenstand hebben, nu kon ik tegen jongens als Patrick van Balkom lopen.”

Toon Gerbrands, trainer van Nederlands volleybalkampioen Dynamo: “Deze discussie is al langer gaande en zelfs al een keer ver uitgewerkt. De bedoeling was de top vier van Nederland, België en Duitsland een soort West-Europese competitie te laten spelen. Door de top is dat geweldig onthaald, maar de rest was niet erg enthousiast. De competitie is niet interessant voor ons en de bekerstrijd al helemaal niet. We hebben dit jaar in Limburg een wedstrijd van 32 minuten tegen een ploeg uit de derde divisie gespeeld. Tja, dan geef je er maar een gratis clinic bij en train je die dag nog wat.”

Pim Rietbroek, trainer van handbalploeg V & L: “Er zijn in de handbalwereld al wat opzetjes in die richting gemaakt. Je kunt de toestand bij het atletiek vergelijken met die bij handbal. Nederland is op dit moment vrij zwak bezet. Er zijn vier of vijf ploegen die boven de rest uitsteken. In België is het net zo. Als je die samen kunt voegen, krijg je meer wedstrijden op hoger niveau en dat is bevorderlijk voor de kwaliteit.”