Testspellen

Afgelopen weekeinde viel de beslissing in de strijd om de landstitel paren. Wegens een kortstondig verblijf in het buitenland kan ik u daar op dit moment niet over berichten.

Binnenkort hoop ik die schade in te halen. Deze keer laat ik u meedenken met de selectie voor het Nederlands Open Team, die onder leiding van de nieuwe bondstrainer Erik Kirchhoff zich aan het prepareren is voor het EK landenteams dat in juni in Montecatini (Italië) wordt gehouden. Eerst een klassiek verdedigingsprobleem:

West gever Noord

Allen kw. Schoppen HV9

Harten H74

Ruiten AHVB

Klaver B63

West

Schoppen 64

Harten VB1053

Ruiten 10932

Klaver AH

Zuid speel 4Schoppen. Het biedverloop doet er niet toe. West start met KlaverH. Oost speelt Klaver2 bij, een drie- of een vijfkaart, zuid bekent. West incasseert ook KlaverA. Iedereen bekent. West, die weet dat zuid nog ten minste één klaveren heeft, wil oost snel aan slag brengen. Die immers kan nog een derde ronde klaveren spelen. Welke kaart moet west naspelen en waarom? De oplossing staat aan het eind van dit artikel. Eerst mag u uw tanden stukbijten op een groot slem: 7Schoppen. Het ambitieuze biedverloop laat ik achterwege. Dat speelt in dit geval voor het afspel geen rol van betekenis.

Oost gever Noord

Niemand kw. Schoppen AH1092

Harten AH96

Ruiten HV4

Klaver A

West Oost

Schoppen 64 Schoppen B75

Harten VB84 Harten 1052

Ruiten B752 Ruiten 106

Klaver HB4 Klaver 98762

Zuid

Schoppen V83

Harten 73

Ruiten A983

Klaver V1053

Zoals het spel ligt is 7Schoppen na iedere uitkomst vrij simpel te maken. Stel noord is leider en oost start klaveren voor het aas. De leider slaat nu HartenA-H, troeft een harten in dummy, gaat terug naar de hand met een klaverenaftroever of met ruiten en speelt de vierde harten. Omdat SchoppenB bij oost zit kan ook deze harten veilig op tafel worden afgetroefd. De leider haalt dertien slagen: vijf schoppen, vier harten, drie ruiten en KlaverA. Een betere speelwijze, die in ieder geval niet afhankelijk is van het zitsel van SchoppenB, werkt als volgt. De eerste vier slagen verlopen identiek. Daarna speelt de leider alle troeven uit en gooit op tafel de resterende drie klaveren af. West, die de harten en de ruiten stopt en ook nog de hoge klaveren heeft, komt onherroepelijk in dwang. De dubbele dwang werkt altijd, ook als oost een, twee of drie van de kleuren stopt. Bovendien kunnen de ruiten nog 3-3 zitten.

Terug naar het verdedigingsprobleem. Met open kaarten is te zien dat oost direct aan slag moet worden gebracht met troefaas. Anders verdwijnt de derde klaveren op de derde hoge ruiten van dummy.

West gever Noord

Allen kw. Schoppen HV9

Harten H74

Ruiten AHVB

Klaver B63

West Oost

Schoppen 64 Schoppen A53

Harten VB1053 Harten 82

Ruiten 10932 Ruiten 854

Klaver AH Klaver V10952

Zuid

Schoppen B10872

Harten A96

Ruiten 76

Klaver 874

De vraag is uiteraard hoe west kon weten dat hij troef moest naspelen en niet harten. Het antwoord is leerzaam. Een béétje paar speelt tegenwoordig Lavinthalsignalen: een onnodig hoge kaart vraagt om de hoogste van de twee in aanmerking komende kleuren, een lage kaart vraagt om de laagste. In dit voorbeeld had oost in de tweede klaverenronde Klaver10 moeten bijspelen. Deze onnodig hoge kaart vraagt om naspel in de hoogste kleur: schoppen!