Temperatuurdaling verhoogde het koolstof-14-gehalte

Ongeveer tienduizend jaar geleden liep de laatste ijstijd op z'n eind. De klimatologische omstandigheden in onze streken verbeterden aanzienlijk. Het is echter een misvatting te menen dat die omstandigheden geleidelijk, en min of meer rechtlijnig, naar het huidige peil klommen.

In de tussentijd hebben zich klimaatomslagen voorgedaan, waaronder een aantal nogal abrupte. Een dergelijke verandering is bekend uit de eerste helft van het laatste millennium v.Chr., ongeveer samenvallend met de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd. Afkoeling en vernatting traden op. Deze verslechtering is op verschillende manieren gedocumenteerd. Geologisch, onder meer door de waarneming van een stijging van de grondwaterspiegel en van een geringere invloed van de zee op het kustgebied. Paleo-ecologisch, door observaties van wijzigingen in de veengroei en de samenstelling van veenvegetatie. Het verdwijnen bijvoorbeeld van Sphagnum sectie Acutifolia en het opduiken van de koelte en vocht minnende Sphagnum papillosum en Sphagnum imbricatum. En ook archeologisch is zichtbaar geworden dat er iets aan de hand was. De bewoners van West-Friesland (Noord-Holland) en de lager gelegen delen van Drenthe en Friesland verlieten tussen 750 en 700 v.Chr. namelijk hun boerderijen. In hun toch al marginale gebied wisten ze waarschijnlijk de problemen die de verhoogde grondwaterstand met zich meebracht, niet te overwinnen. De verandering in de veenvorming bleek met de koolstof-14-methode vrij precies gekoppeld te kunnen worden aan deze archeologische waarnemingen.

B. van Geel (Interuniversitair Centrum voor Geo-oecologisch Onderzoek), J. Buurman (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek) en H.T. Waterbolk (Vakgroep Archeologie, Rijksuniversiteit Groningen) hebben een verband gelegd tussen de bovengenoemde verschijnselen en een wereldwijde, forse stijging van het koolstof-14-gehalte in de atmosfeer. De onderzoekers wijten de opgetreden verkoeling aan een vermindering in door de aarde ingevangen zonnewarmte. De temperatuurdaling op haar beurt moet volgens hen de oorzaak voor het verhoogde koolstof-14-gehalte zijn, doordat zij een toename van de binnendringende kosmische straling mogelijk zou maken. Kosmische straling wordt geacht de 'motor' te zijn achter de aanmaak van koolstof-14.

Boeren die hun land als gevolg van de vernatting verloren zagen gaan, verhuisden naar de eerste kweldergebieden aan de kust van Friesland en Groningen. De kwelders waren inmiddels ontstaan door een verlaging van het zeewaterpeil, die optrad in het kielzog van dezelfde klimaatomslag.