Ron Fords Salomé heeft het tempo van Bugs Bunny

Concert: Asko Ensemble o.l.v. van Stefan Asbury. Werken van Ford, Obst en anderen. Gehoord 20/2. Concertgebouw Amsterdam.

De visie van John Cage op 101 opera's in zijn Europeras 1 & 2 resulteerde in een collage op de band, in combinatie met zang, orkest en orgel, die binnen enkele minuten voorbij zoeft. De reactie van Ron Ford op Strauss' Salome, zoals die werd gespeeld aan het slot van een geanimeerd Asko concert in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, had daar veel van weg. Ook hier was een synopsis teruggebracht tot een licht absurdistische tekst van slechts enkele bladzijden en ook hier was snelheid troef.

Terwijl Cage werd beïnvloed door Helzapoppin' en de Marx Brothers, verwijst Ford voor zijn ruige boogie-woogie (bij Salomé's striptease) naar een Bugs Bunnyfilmpje. Is dan toch Mickey Mouse het belangrijkste dat de Amerikaanse cultuur in de loop der jaren heeft weten bij te dragen? Nee dus, dat zou te gemakkelijk zijn, maar soms overvalt je deze simplificatie.

Cornelis de Bondt schreef een complement voor Salomé met striptease op het podium, maar Ford ziet voor zijn compositie Salome fast geheel af van enige visualisering. Het zou een steun kunnen zijn, waar de tekst in het Aramees wordt voorgelezen en bovendien geleidelijk aan steeds slechter is te verstaan. Dat laatste is bewust het geval, want het hoort bij de dramatische opzet, waarin Salomé verandert van een schuchtere maagd in een blaffend beest, een woeste hellehond. Dit is zeldzaam realistisch weergegeven, Mauricio Kagels basse bouvier uit Un Chien Andalou is er niets bij.

De belangrijkste melodische kern van drie noten groeit geleidelijk uit tot een achttal chromatische tonen, later in een versnelde triolenbeweging gebracht. De inzet met wild uitschietende crescendi ondersteund door tikken in slagwerk en piano zet de toon. En die blijkt een constante; het crescendi-idee verliest door een herhaling aan kracht. Brute muziek dus, Strauss' zinnelijk vibrerende klanken moet men vergeten; ook bij Cage is er ten slotte geen verschil meer tussen Gluck en Puccini.

Nu duurt een Bugs Bunny-film slechts enkele minuten en Ford schreef inderdaad opmerkelijk veel stukken van slechts drie à vijf minuten, zijn Salomé-onderzoek neemt er elf in beslag. Daar waar de vaart eruit is valt er weinig te genieten, Ford moet het hebben van zijn Louis-Andriessen-achtige 'overval' en zo resulteerden gemengde indrukken. Maar de gedurfd gekke opzet bleef intrigeren.

Het tweede mij onbekende werk op deze verrassende avond, Michael Obst's Fresko is mij ronduit tegengevallen. Ik vind zijn elektronische muziek veel interessanter, deze Skrjabin-uitvergroting is te amorf uitgevallen. Wel is het uitstekend geschreven voor de instrumenten, het Asko Ensemble met harpiste Ernestine Stoop voorop greep dankbaar zijn kans. Er werd deze avond trouwens toch met veel flair gemusiceerd.