Overleg stokt over nieuw verdrag EU

BRUSSEL, 22 FEBR. De onderhandelingen over de herziening van het Verdrag van Maastricht zijn op enkele belangrijke punten volledig vastgelopen.

Volgens diplomaten van verschillende lidstaten van de EU heeft het geen zin verder te praten over bijvoorbeeld de toekomstige omvang van de Europese Commissie en het verschil in gewicht dat aan grote en kleinere landen moet worden toegekend bij stemmingen.

Zij zeggen dat de onderhandelaars van de lidstaten tot nu toe niet meer hebben weten te doen dan alle theoretische mogelijkheden op een rij te zetten. Ze menen dat dit geen onderwerpen meer zijn voor de onderhandelingen die plaatshebben onder voorzitterschap van de Nederlandse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Patijn, en dat alleen de Europese staats- en regeringsleiders hierover tot overeenstemming kunnen komen. De regeringsleiders komen in juni bijeen in Amsterdam, tenzij eerder tot een 'tussentop' wordt besloten.

Het is van groot belang dat de Europese Unie kwesties als de omvang van de Europese Commissie en het aantal stemmen per lidstaat (Duitsland legt bij stemmingen meer gewicht in de schaal dan Luxemburg) regelt voordat nieuwe Midden- en Oosteuropese staten toetreden. Het doel is de onderhandelingen over herziening van het Verdrag van Maastricht in juni in Amsterdam af te ronden. Diplomaten in Brussel houden er echter steeds meer rekening mee dat dat pas in het najaar gaat lukken.

Een ander punt waarvan de onderhandelaars niet weten hoe ze verder moeten, is het Verdrag van Schengen over de opheffing van grenscontroles van personen. Staatssecretaris Patijn heeft bij de onderhandelingen laten weten dat Nederland dit akkoord van negen lidstaten, dat tot nu toe losstaat van de Europese Unie, wil onderbrengen in het herziene Verdrag. In het Schengen-akkoord is een reeks zaken geregeld, zoals uniforme visa en de behandeling van asielaanvragen. Nederland wil dat ten minste een deel van 'Schengen' binnen het nieuwe verdrag communautair wordt geregeld, dat wil zeggen dat lidstaten soevereiniteit opgeven. Een gevolg daarvan is dat tegen beslissingen over asiel of visa beroepsmogelijkheid ontstaat bij het Europese Hof van Justitie.

Sommige landen, waaronder Groot-Brittannië, voelen daar niets voor. Zij willen slechts zoveel mogelijk intergouvernementele samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Staatssecretaris Patijn heeft al erkend dat noch de huidige regering van Groot-Brittannië noch een toekomstige de grenscontroles zal willen afschaffen. Dat probleem hoopt hij te kunnen overwinnen als de lidstaten bij de lopende onderhandelingen tot overeenstemming komen over een regeling van de zogeheten flexibiliteit. Zo'n regeling moet het mogelijk maken dat groepen landen op specifieke gebieden sneller integreren dan andere. Flexibiliteit zou het mogelijk maken dat Groot-Brittannië grenscontroles niet afschaft.

Ook Frankrijk voelt echter niet voor het Nederlandse voorstel, zij het om andere redenen dan het Verenigd Koninkrijk. Franse diplomaten zeggen dat ze heel goed kunnen leven met een Schengen-akkoord dat niet in het Verdrag van Maastricht is ondergebracht. De Fransen vrezen dat als het huidige Verdrag van Schengen communautair binnen de Europese Unie wordt ondergebracht, dit grote gevolgen kan hebben voor de immigratie in de huidige lidstaten. Ze menen dat het Nederlandse voorstel tot gevolg heeft dat na uitbreiding van de Europese Unie veel bewoners uit nieuwe Midden- en Oosteuropese lidstaten zich in West-Europa zullen vestigen.