Ook vanille-seks is bij Serrano in ruime mate aanwezig

A history of Andres Serrano, a History of Sex. T/m 19 mei in het Groninger Museum, Museumeiland 1. Catalogus ƒ 49,50.

GRONINGEN, 22 FEBR. Provocatie is het handelsmerk van de Amerikaanse kunstenaar Andres Serrano, van wie vandaag een overzichtsexpositie opent in het Groninger Museum. Voordat er nog maar iets te zien is, heeft Serrano (1950) al een media-hype teweeg gebracht met het inmiddels welbekende 'plasseks-affiche.' Het is een reproductie van het fotowerk Leo's Phantasy, dat een vrouw met ontbloot geslachtsdeel toont die een man in zijn mond plast.

Opmerkelijk is, dat al eerder een kunstwerk van Serrano waarop urine voorkomt, nationale verontwaardiging wekte: acht jaar geleden in de Verenigde Staten was dat de reactie op Piss Christ, een in stralend-gele urine gedompeld kruisbeeld. Het is één van de bijna tachtig werken van de Amerikaan die nu in Groningen te zien zijn.

Serrano werkt altijd in series. Zo maakte hij gewaagde interpretaties van religieuze thema's, zoals Black Jesus (Serrano is een kleurling) waarin een zwarte Christus aan het kruis hangt. Ook politiek gevoelige thema's schuwt hij niet: hij maakte opnames van Ku Klux Klan-leiders en fotografeerde daklozen in New York. Nomads behoort tot de beste werken van Serrano: het is een reeks prachtige monumentale portretten van zelfbewust poserende zwervers.

Vorig jaar begon hij met de serie The history of Sex, die grotendeels in ons land, met Nederlandse modellen, is gemaakt. Happy Hooker Xaviera Hollander verzorgde introducties voor de kunstenaars bij haar kennissen. Bijvoorbeeld bij een 86-jarige vrouw met haar jonge vriend: ze poseert met haar fijn gerimpelde gezicht tegen de buik van de jongen, die een reeks piercings in zijn balzak heeft. In The Fisting zien we een vrouw die kennelijk haar hand in het achterste van een man heeft gestoken. Hij ziet er lichtelijk opgewonden uit, zij kijkt koeltjes de andere kant op.

Is zo'n foto nou schokkend? Veel minder dan je uit de beschrijving zou concluderen, vind ik. Minder confronterend dan ruim tien jaar geleden de sm-foto's van Robert Mapplethorpe, die ongetwijfeld in belangrijke mate de weg geëffend heeft voor expliciete seksualiteit in de kunst. Dat wil zeggen, bij het kunstpubliek; niet bij het grote publiek, want Mapplethorpe was lange tijd vooral een cult-figuur in kleine kring.

Een regelmatige museumbezoeker zal behalve naar de inhoud ook naar de vorm kijken, en ziet dan in één oogopslag dat er nogal wat verschillen zijn met de pornografie waarmee tegenstanders van Serrano zijn werk vergelijken. Serrano's modellen zien er zelfbewust uit, niet beschaamd, en ze poseren niet met in quasi-extase vertrokken gezichten. Vaak kijken ze recht het beeld uit, onze ogen in, trots op hun lichaam. Bovendien zijn veel beelden opmerkelijk politiek correct (een zwarte man wordt door een geknielde witte man gepijpt, en niet andersom) en soms uitgesproken lief en onschuldig. Vanille-seks is ruim voorhanden in Groningen.

De hele ophef over de sex-pictures lijkt mij een achterhoedegevecht als het over de voorstellingen zelf gaat. Over de vorm kan ik kort zijn: die vind ik saai. Al die roze lichamen tegen de achtergrond van arcadische landschappen vormen een sjabloon dat zich steeds herhaalt. Daardoor worden al die billen, borsten en penissen eenvormig - en dat is niet spannend.

Het vreemde aan de rel rond het plasseks-affiche is, dat hier in mijn ogen sprake is van een collectieve misser. Niet de seksbeelden, maar de beelden van doden zijn de meest confronterende fotowerken in deze overzichtsexpositie. Terwijl de modellen van de sex-pictures volwassen mensen zijn die welbeust geposeerd hebben, zou ik eerder ethische bezwaren verwachten bij opnames van weerloze mensen, wier ontzielde lichamen ongevraagd tentoongesteld worden.

De dood trof Serrano in 1992 in overvloed aan in het gemeentelijk mortuarium van New York, waar sectie wordt verricht op lichamen van veelal gewelddadig aan hun eind gekomen mensen. De museumzaal waarin ze te zien zijn is door zijn stemmige verlichting - de bezoeker staat in het schemerdonker - veranderd in een gruwelkabinet.

Het misvormde gezicht van een vrouw die met een kapotte fles is doodgeslagen (Broken bottle murder); de vrouw die met gebalde vuisten door de rigor mortis is overvallen; twee babyvoetjes met een identificatiekaartje eraan: vreemd genoeg bieden ze tegelijk een ontluisterende èn een serene aanblik.

Serrano past ook hier zijn onmiskenbaar esthetisch talent toe: hij maakt uitsnedes en belicht details die een bijna elegante compositie vormen. Het onderwerp van deze beelden is net zo rauw als de onthutsende persfoto's uit oorlogsgebieden, maar daar wenden we liever onze ogen van af. Serrano's manier van in beeld brengen is gestileerder, de glossy foto's stoten niet in eerste instantie af, maar verlokken tot kijken.

Het is de paradox die Serrano voordurend gebruikt in zijn werk: dat de kunst niet ethisch is maar esthetisch, en dat ze in die zin nooit over de waarheid of werkelijkheid gaat - al zien we die rauw voor onze ogen - maar over kijken. En het oog wil verleid worden, het is bereid zelfs in de meest gruwelijke voorstelling schoonheid te ontdekken. Serrano is het best te vergelijken met Oliviero Toscani, de man die de controversiële Benetton-campagnes met beelden van dood en seks bedacht. Ook deze billboards wekten een storm van protest, sommige ervan zijn zelfs verboden. Serrano weet wat verkoopt, en hij verkoopt het goed.