Naakt

Steffi Graf in badpak, ik zag het licht van de schijndood. Een prachtig schijnsel om niet meer te vergeten. Nooit had ik in de Duitse toptennisster een vrouw vermoed en dan ineens kijkt ze op een druilerige donderdag deze krant uit.

Bijna bloot. De wimpers lichtjes ontstoken alsof ze net gehuild heeft. De blik in een waas gevat door kristallen paarden op een verre horizon. De haren los van zweetbandjes, spelden en lak. Gedroogde zwemharen, zoiets. Ademloos zit ze tegen een muurtje. Weerloos ook: de rechterhand rust boven de enkel; de knieën plakken aan elkaar - er kan geen briesje tussen; de oorschelp zo kwetsbaar mooi gevormd dat je er droevig van wordt. De verklarende schoonheid van een bikini, waarom heeft het zo lang geduurd?

Ze moest er wel voor gaan zitten, maar ik weet het nu zeker: Steffi is vrouw geworden. Het snijdend geluid van de service-volley komt van over de oceaan. In haar neuriet de roep van de buik en, nog mooier, in haar hals rilt de warmte van koorts. De Franse flisooof Bernard-Henri Lévy had een heuse film - een festival van blote konten - nodig om weer eens van zichzelf en zijn driften te zijn. Steffi doet het met een bikini, het schamelste instrument van haar eigen, roerloze naakt.

Het maakt mij niet meer uit of ze lesbisch is of voor de mannen. Ik zie alleen nog de autonomie van haar schoonheid, van haar huiveringwekkende vrouwelijkheid. Ontdaan van ijzeren rokjes en rackets is de kromming van haar rug de enige place to be geworden. Door de relatieve ontbloting van haarzelf heeft ze zich uit de carcan van het monogame geld-elitarisme getild en is ze weer sterveling onder stervelingen geworden. Zo zou het altijd moeten zijn.

Sport is vaak te pretentieus, zoekt de scheiding, koestert het dualisme van kerk en staat. Althans wanneer het geld binnen is. Graf, Sampras, Agassi die zich laten mummificeren in een maskerade van Wimbledon, Nike, Opel of Rabobank, wat is dat toch voor een rare zelfhaat. Lachen om niet te moeten janken doe ik ook wel, maar niet onder de karwats van meneer Van den Herik of van meneer Van Os. Zelfs mijn lieve vader heeft mij nooit kunnen dwingen met twee woorden te spreken. Steffi Graf in bikini zou die macht wel hebben, bedenk ik nu.

Steffi heeft zich jaren verschanst in de lijkwades van haar sponsors en van het succes. Haar (late) coming out voor de jaarlijkse badpakken-special van het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated heeft haar in een klap weggecatapulteerd uit de functionele begeerte die een vedette of diva er op na hoort te houden. Steffi is nu van ons. A lady for the night, misschien wel met meeëters achter het oorlelletje. Het deert niet meer dat haar vader een fiscale fraudeur is en dat ze in vervlogen tijden journalisten met vervelende vragen het liefst ophing aan hun puberale pukkels. Ze is haar eigen kwetsbaarheid geworden. Gewoon vrouw dus.

Als Steffi het aandurft om na een Stasi-achtig bestaan dat jaren heeft geduurd min of meer uit de kleren te gaan, wat let dan Nederlandse sporters - die legendarische vrijdenkers - om eindelijk af te pellen tot ze zijn wie ze zijn: homo of hetero? “Homosporters kom uit de kast,” riep Erica Terpstra deze week tijdens een symposium. Ik zou bange mensen iets subtieler toespreken, maar afgezien van het bouwvakkerige vocabulaire blijft het een dieptepunt dat een staatssecretaris de spierbundels van het volk moet aanmoedigen tot een ongegeneerde zelfontplooiing. Wat maakt het in godsnaam uit of Dennis de Nooijer voor zijn kapper in de tribune scoort of voor een blondine? Homoseksualiteit kan overal een taboe zijn, maar niet in de sport. Waar de cultus van het lichaam alle zorg in en rond de ziekbedden van de wereld overstijgt. Het monomane gebaar van handen in het kruis bij elke vrije trap geeft perfect aan dat voetballers weten waar hun echte toekomst ligt. Niet op het scorebord dus.

Sport is een orgie van lijflustigheid. Behalve wanneer de beoefenaars gesolliciteerd worden naar hun seksuele geaardheid. Dan staan al die kleerkasten er bij als bescheten klerken uit een vorige eeuw. Ze willen nog steeds het mannetje zijn, maar niemand mag weten voor wie. Het obscurantisme blijft ouder dan de eeuw. Al heeft Steffi Graf haar best gedaan om dat enigszins te verhelpen.