Medische behandeling is grootste oorzaak van afname hartdood

De afname van de sterfte aan hartaanvallen is tussen 1980 en 1990 voor 70 procent toe te schrijven aan de succesvolle behandeling van patiënten die hun eerste hartaanval hebben overleefd.

Preventie van het ontstaan van ziekteverschijnselen (in de vorm van middelen tegen hoge bloeddruk, cholesterolverlagers en stoppen met roken), droeg veel minder bij aan de afname van hartziekten die worden veroorzaakt door zuurstoftekort van de hartspier. Behalve hartaanvallen vallen onder die zogenoemde ischemische hartziekten ook angina pectoris.

Tussen 1980 en 1990 daalde de sterfte aan hartziekten veroorzaakt door verstopte kransslagaderen in de Verenigde Staten met een procent per jaar. Dat lijkt een geringe daling, maar ongeveer een derde van de Amerikaanse doden sterft aan een ischemische hartziekte. Jaarlijks gaat het om 400.000 sterfgevallen. Vergeleken met 1980 betreurt de VS dus jaarlijks 40.000 minder doden door ischemische hartziekten. De sterfte aan het acute hartinfarct daalde zelfs met 3% per jaar.

Epidemiologe dr. Maria Hunink, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Harvard School of Public Health, onderzocht met acht Harvardcollega's waar de sterfte-afname door is ontstaan. Het voorkomen van de ziekte droeg voor een kwart bij aan de sterfte-afname. Het voorkomen van sterfte onder mensen die hun eerste infarct hebben overleefd of al behoorlijk last hebben van angina-pectoris, draagt volgens de modelberekening van Hunink voor 71% bij aan de verminderde sterfte (Journal of the American Medical Association, 21 febr).Verlagen van de bloeddruk (14% totale reductie), medicatie tegen cholesterolgehalte (33% totale reductie), stoppen met roken (6%), snelle interventie bij hartaanvallen (15% sterftereductie) en medische ingrepen als dotteren gaven de grootste afnamen bij zowel de primaire als secundaire preventie van sterfte aan kransslagaderlijden.

Dat primaire preventie (maatregelen tegen het optreden van de ziekte) niet zo'n groot effect heeft komt wellicht, schrijft Hunink, doordat preventie zijn grootste effect al in het decennium voor 1980 heeft gehad. Het grotere effect van de secundaire preventie (maatregelen tegen het verergeren van de ziekte) betekent wel dat er steeds meer mensen met ischemische hartziekten in leven blijven. Het sterven neemt dus af, maar het aantal patiënten neemt toe. Dat is een verschijnsel dat niet alleen in de Verenigde Staten optreedt, maar ook in Nederland, waar bijvoorbeeld het aantal ziekenhuisopnamen wegens hartziekten zeer sterk is toegenomen.