Limburgs

Niet zonder ontroering las ik dat het Limburgs thans als streektaal is erkend (15 februari). Maar één ding moet me toch van het hart.

Wanneer ik een willekeurig iemand in Schaesberg of Weustenrade bel, zal ik er niet van opkijken als ik in vloeiend Limburgs te woord word gestaan. Anders wordt het natuurlijk als ik een officiële instantie als het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds in Heerlen benader, ominformatie te krijgen over zoiets belangrijks als mijn pensioen. Dat degene, die mijn oproep beantwoordt, mij toespreekt in een taal, waarvan ik net zoveel versta als van Zeeuws of Drents, is iets dat mijn begrip te boven gaat. Het gaat hier niet om de plaatselijke fietsenmaker, maar om een landelijk opererend orgaan en ik mag dan ook verwachten dat de man of vrouw aan de andere kant van de lijn in algemeen beschaafd Nederlands antwoordt en die mag dan gerust een Limburgs accent hebben. Diverse mensen in mijn omgeving hebben dezelfde ervaring: men spreekt met iemand wiens mededelingen men slechts bij flarden verstaat en bij een gevoelige materie is dat een hachelijke zaak.

Ik gun iedereen zijn neandertaal, maar dit gaat me toch werkelijk iets te ver. Het zou de leiding van het ABP dan ook sieren indien zij haar medewerkers hier met enige nadruk op zou willen wijzen.