'Kabinet rekent zich rijk met lage premies'

Had het kabinet maar naar ons geluisterd, menen de drie beheerders van de sociale fondsen. Dan was er nooit een tegenvaller van 8,4 miljard gulden geweest. “In plaats daarvan heeft de overheid zich rijk gerekend.”

DEN HAAG, 22 FEBR. Premier Kok heeft zijn 'wave' te vroeg ingezet, constateren de drie beheerders van de sociale fondsen. De Nederlandse economie leverde de afgelopen jaren honderdduizenden nieuwe banen op, maar aan het einde van dit jaar komt de premier volkomen onverwacht 8,4 miljard gulden, mogelijk een miljard meer, tekort voor de uitkeringen.

Kok zegt in het duister te tasten over de reden voor het tekort. Maar volgens de drie fondsbeheerders is de verklaring heel simpel: het kabinet heeft de effecten van zijn beleid consequent te optimistisch inschat. Daardoor stelde het kabinet de verzekeringspremies steeds te laag vast - en vielen de inkomsten voor de sociale fondsen tegen. Uit deze fondsen (Tica, Sociale Verzekeringsbank, Ziekenfondsraad) worden de uitkeringen betaald. Hun inkomsten bestaan voor het grootste deel uit de premies voor de volks- en werknemersverzekeringen. “De overheid heeft zich rijk gerekend”, vat Tica-voorzitter F. Buurmeijer samen. Het Tica keert jaarlijks 26 miljard gulden aan arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsuitkeringen uit (AAW, WAO en WW) en is met een tekort van 4,8 miljard verantwoordelijk voor het grootste deel van de tegenvaller.

Nog maar enkele weken geleden meldde Den Haag een forse belastingmeevaller van 4,7 miljard. Inmiddels is die opgevolgd door een grotere tegenvaller. “Die lastenverlichting waar iedereen het over had, hebben de mensen al in hun zak gestoken. Ze hebben netto meer gekregen dan wat hen toekwam”, is de conclusie van B. de Vries. De voorganger van minister Melkert op Sociale Zaken is voorzitter van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) die jaarlijks onder meer 37 miljard aan AOW-uitkeringen verstrekt. De bank kampt met een tekort van minstens 2,4 miljard, mogelijk drie miljard.

“Jaar in jaar uit hebben we het kabinet gewaarschuwd, steeds feller, maar de waarschuwing is elke keer in de wind geslagen”, stelt L. de Graaf bitter vast. Hij is voorzitter van de Ziekenfondsraad, die jaarlijks bijna vijftig miljard gulden uitkeert op grond van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De Ziekenfondsraad voorziet een tekort van 1,2 miljard.

Buurmeijer staaft de woorden van De Graaf met een recent voorbeeld. Hij stelde namens het Tica een WW-premie voor van 4,85 procent voor 1997, maar het kabinet besloot tot een premie van bijna een halve procent lager. “Ik kan u verzekeren dat dat een enorme slok op een borrel scheelt”, zegt Buurmeijer. Ruim één miljard gulden blijkt na enig rekenwerk.

In het verlengde van de simpele oorzaak - te lage premies - ligt wat de drie fondsvoorzitters betreft de al even simpele oplossing: verhoging van de premies. “Dat moet nu gebeuren”, zegt Buurmeijer, “als het straks economisch weer minder gaat is het te laat.” De Vries stelt het nog scherper: “Als je zelfs in deze jaren van ongekend hoge groei met hogere premies de tekorten niet weg kunt werken, dan weet ik echt niet in welk jaar dat wel zou moeten gebeuren.”

Om de tekorten van de drie fondsen in één jaar weg te werken, zouden alle premies tezamen met 3,9 procent moeten stijgen. Een ondenkbaar scenario, want arbeid wordt daardoor in één klap aanzienlijk duurder, met alle nadelige werkgelegenheidseffecten vandien. Om die reden hanteren de fondsen meestal een periode van drie jaar om de tekorten weg te werken. Dan nog dienen de premies met 1,3 procent verhoogd te worden.

Een aanzienlijke stijging van de premies gooit de door het kabinet met zorg vastgestelde koopkrachtplaatjes flink door de war. “Maar als je het nu niet doet”, zegt De Vries, “zadel je het volgende kabinet met een enorme erfenis op.” Een forse verhoging van de premies in het eerste van de drie jaar is wat de oud-minister betreft dan ook bittere noodzaak.

De drie fondsbeheerders realiseren zich dat hun pleidooi voor premiestijging slecht uitkomt. Allen hebben jarenlange ervaring in de politiek en herinneren zich nog goed hun eigen reactie op adviezen om de premies te verhogen. De Graaf was ruim tien jaar staatssecretaris en kort minister van Sociale Zaken. “Nu zeg ik: verhoog die premies nu het nog kan. Maar ik heb in het verleden in een andere stoel ook het tegenovergestelde voorgesteld.”

Pag.18: Kabinet negeerde steeds advies van sociale fondsen

De vraag ligt voor de hand waarom het kabinet de adviezen van de fondsen jaar in jaar uit naast zich neer legt. Volgens Tica-voorzitter Buurmeijer komt dat omdat de fondsen hun premie-adviezen vaststellen op basis van ongewijzigd beleid. In opdracht van het kabinet rekent het Centraal Planbureau juist de gevolgen van gewijzigd beleid door, bijvoorbeeld plannen om het aantal arbeidsongeschikten of werklozen terug te dringen. Wanneer de voorspellingen van het CPB gunstig zijn, hoeven de premies wat het kabinet betreft niet omhoog.

Ondanks de berekeningen van het CPB kampen de fondsen sinds 1992 met een miljardentekort. Omdat het kabinet de premies onvoldoende aanpaste, schoof het tekort steeds een jaar door. Hierdoor zijn de tekorten steeds van jaar op jaar verdubbeld tot een bedrag van bijna tien miljard eind 1996.

Dit jaar had een kentering moeten komen in deze ontwikkeling, als gevolg van het zogenoemde 'geïntegreerde middelenbeheer'. Bij deze vorm van beheer vangt de overheid eventuele tijdelijke tekorten op. Deze tekorten treden bijvoorbeeld op in de zomermaanden als de fondsen de vakantietoeslag uitkeren.

Omdat de fondsen dergelijke piektekorten niet meer op hoeven te vangen, kon hun 'buffervermogen' dalen. “Hierdoor verdampte in één klap de helft van het aanvankelijk geraamde tekort voor 1997 van 8,5 miljard”, legt voorzitter De Vries van de Sociale Verzekeringsbank uit. “Zonder die boekhoudkundige truc had het kabinet dus te maken gehad met een tekort dat vier miljard meer was geweest dan de bijna tien miljard waar we het nu over hebben. Kortom, het kabinet staat voor majeure politieke problemen.”

Volgens Buurmeijer (Tica) zijn de problemen begonnen met het kabinet waar De Vries deel van uit maakte. “Had het kabinet in 1993 meteen de premies kostendekkend vastgesteld, dan was er nu niets aan de hand geweest”, aldus Buurmeijer.

Fijntjes wijst Buurmeijer (PvdA) op een motie uit 1993 van VVD-leider Bolkestein die het kabinet opriep de premies zodanig vast te stellen dat de fondsen evenveel binnen krijgen als ze aan uitkeringen moeten uitgeven. “De heren Buurmeijer en Vermeend waren de enige van de PvdA-fractie die voor stemden”, weet de Tica-voorzitter zich te herinneren. De motie werd aangenomen, maar door het kabinet genegeerd, blijkens de tekorten.

Voor het vaststellen van de premies vaart het kabinet op het kompas van het Centraal Planbureau, het CPB. Dat rekent uit wat het kabinetsbeleid kost en oplevert en voorspelt de tekorten bij de sociale fondsen. Het verschil met de berekeningen van de fondsen liep de afgelopen jaren sterk op, tot vorige week. Toen bleek dat het CPB op hetzelfde bedrag uitkwam als de fondsen. Kennelijk is het CPB wakker geworden, zo menen de fondsbeheerders, en is het rekencentrum erachter gekomen dat het kabinetsbeleid er niet toe heeft geleid dat het beroep op de sociale zekerheid is afgenomen.

“Het CPB heeft goede prognoses gegeven over de banengroei, maar heeft zich al die tijd vergist in wie die banen krijgen”, meent Buurmeijer. De nieuwe banen zijn volgens hem niet gegaan naar mensen met een WW-uitkering, maar naar mensen die voordien geen uitkering (schoolverlaters en herintredende vrouwen) of een bijstandsuitkering hadden. Daardoor veranderde er niets voor het WW-fonds dat Buurmeijer beheert. Buurmeijer deelt in dat opzicht de analyse van minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), die van Kok opdracht heeft gekregen uit te zoeken hoe het tekort is ontstaan.

Premier Kok (PvdA) hekelde gisteren de opstelling van D66 en CDA richting Melkert. Deze fracties suggereerden dat Melkert zijn ministerie niet goed onder controle heeft omdat de uitgaven voor de sociale uitkeringen niet goed zijn geraamd. Kok noemde dit “een manier van op de man spelen die ik niet erg kan waarderen”.

Melkert heeft wat zijn voorganger De Vries betreft niets fout gedaan, behalve dat hij “bij zijn volle verstand” een fors risico heeft genomen. Melkert heeft, zo legt De Vries uit, geaccepteerd dat - volgens het CPB - aan het eind van het jaar een tekort van 3,8 miljard zou ontstaan. “En dan kom je jezelf dubbel tegen als je beleid nadelig uitpakt.” Dat Melkert door de tegenvaller is overvallen, wil er bij De Vries niet in: “We hebben hem niet zomaar gewaarschuwd.”

De Vries, Buurmeijer en De Graaf benadrukken keer op keer dat de problemen niet aan de uitgavenkant zitten, maar aan de inkomstenkant, oftewel de premies. De Vries heeft zich naar eigen zeggen bijzonder geërgerd aan de berichten van de afgelopen dagen. Hij interpreteert de opmerkingen van diverse politici als een motie van wantrouwen jegens de sociale fondsen. “Het lijkt wel alsof de fondsen de politiek voor verrasingen heeft geplaatst”, zegt De Vries. “Onzin, wij hebben onze zaakjes op orde.”