Het hoogzomert tussen Roemenië en Hongarije

BOEDAPEST, 22 FEBR. Eén weekje politiek verkeer tussen Boedapest en Boekarest: de ministers van Defensie van Hongarije en Roemenië ondertekenden een overeenkomst over de oprichting van een gezamenlijk vredeskorps en de bescherming van militaire geheimen die de landen onderling uitwisselen; de ministers van Binnenlandse Zaken sloten een akkoord over gezamenlijke bestrijding van georganiseerde misdaad, terrorisme en drugshandel; en de Roemeense president Emil Constantinescu ontving een delegatie van de Vrije Democraten (SzDSz), de kleinste regeringspartij in Hongarije.

Het dooit niet meer in de verhoudingen tussen Hongarije en Roemenië, het is hoogzomer. Na de komst van de centrum-rechtse regering-Constantinescu in Roemenië in november vorig jaar is het klimaat van koel nabuurschap veranderd in innige samenwerking. Generaties lang zijn de bilaterale betrekkingen overschaduwd door het conflict over Transsylvanië, de regio die Hongarije na de Eerste Wereldoorlog moest afstaan aan Roemenië. Nu verloopt de toenadering in zo'n hoog tempo, dat optimistische diplomaten al een 'as Boedapest-Boekarest' zien opdoemen in Midden-Europa, analoog aan de Duits-Franse samenwerking in West-Europa.

Deze buitenlands-politieke prioriteit is onderdeel van het hevige Roemeense offensief om alsnog tot de eerste nieuwe NAVO-leden te behoren. Tot nu toe gelden Polen, Tsjechië en Hongarije als de favorieten om bij de NAVO-conferentie in juli in Madrid als kandidaat-leden te worden binnengehaald. Vooral door een nauwe militaire en diplomatieke samenwerking met het buurland Hongarije, de vijand van vroeger, hoopt Roemenië te kunnen aanklampen bij dit drietal. Want alle landen in Midden- en Oost-Europa die niet bij “de eerste golf” van nieuwe NAVO-leden dreigen te horen, of het nu Roemenië, Bulgarije, of de Baltische staten betreft, stellen zich dezelfde vraag: komt er ooit een tweede golf?

De verzoening tussen Hongarije en Roemenië kreeg in september vorig jaar de eerste aanzet met het basisverdrag dat de twee landen in Timisoara ondertekenden. Dat moest een einde maken aan de vijandigheid: Hongarije erkende de westgrens van Roemenië, en zweeg daarmee definitief over aanspraken op Transsylvanië, en Roemenië garandeerde de rechten van de 1,6 miljoen etnische Hongaren op zijn grondgebied. Aldus hoopten de landen het belangrijkste obstakel weg te nemen voor toetreding tot de NAVO en de Europese Unie. Maar het wantrouwen bleek veel moeilijker weg te nemen. De regering van oud-communisten van president Ion Iliescu leunde immers op de steun van extreem-nationalistische partijen. En toen Iliescu zelf tijdens de verkiezingscampagne in het nauw kwam, schroomde hij niet als vanouds anti-Hongaarse sentimenten in de strijd te werpen.

Met de afgang van de oud-communisten en het aantreden van Constantinescu's coalitie van christen-democraten en rechts-liberalen werd het basisverdrag meer dan papier. De nieuwe Roemeense president nam in zijn regering twee ministers op van UDMR (RMDSz), de politieke partij van de Hongaren, van wie er een de gevoelige portefeuille van Nationale Minderheden kreeg. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Adrian Severin, maakte twee weken na zijn aantreden zijn eerste reis naar Boedapest. Met zijn Hongaarse collega László Kovács riep hij een aantal gezamenlijke werkgroepen in het leven voor de uitvoering en naleving van het basisverdrag.

De partijen kwamen bovendien overeen dat ze binnenkort een Roemeens consulaat zullen openen in Szeged, Hongarije, en een Hongaars consulaat in Cluj (Koloszvár) in Transsylvanië. De defensie-overeenkomst van deze week is de meest vergaande samenwerking tot nu toe. De ministers van Defensie besloten tot de oprichting van een vredeskorps van tweehonderd militairen. Ze krijgen een gezamenlijk commando en zullen gezamenlijke oefeningen houden. De eenheid staat ter beschikking van de NAVO, de VN en de OVSE, als die er behoefte aan hebben. Tevens sloot Hongarije voor het eerst met een buurland een akkoord over de uitwisseling en bescherming van geheime militaire gegevens.

De Hongaren lijken het soms nog nauwelijks te kunnen geloven, zoveel warmte uit het zuidoosten. “De besprekingen met mijn Roemeense collega zijn zeer constructief”, verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Kovács vorige week tevreden. “De Roemeense regering spant zich werkelijk ten zeerste in om de relaties te verbeteren en het basisverdrag in te voeren.” Hongarije steunt volgens de bewindsman de “Euro-Atlantische integratie” van het buurland, maar vindt het te ver gaan om een plaats aan te bieden op de bagagedrager naar Brussel. “Een Roemeens lidmaatschap van de NAVO zou zeker voordelig zijn voor de stabiliteit in de regio. Maar ieder land moet op zijn eigen verdiensten worden beoordeeld. Wij verwerpen iedere koppeling.” Psychologisch is de koppeling er voor veel Roemenen wel: als Hongarije wel wordt toegelaten tot de NAVO - wat in Oosteuropese ogen een diploma van goedkeuring van 'het Westen' betekent - en Roemenië dientengevolge veroordeeld is tot 'het Oosten' kunnen de rivaliteitsgevoelens gemakkelijk weer opvlammen.

Aansluiting bij de NAVO en de EU was ook een prioriteit voor de vorige Roemeense regering, maar met het nieuwe politieke klimaat hoopt Boekarest op meer rugwind. In Boekarest willen de beleidsmakers de “golf van sympathie” benutten, die de geweldloze wisseling van de macht internationaal teweeg heeft gebracht.

De Britse minister Rifkind prees de Roemeense regering tijdens een bezoek vorige maand voor haar samenwerking met Hongarije en de Oekraïne, en vandaag hopen de Roemenen op een politieke omhelzing nu de Franse president Chirac op bezoek is. Zo zal Roemenië zich de komende maanden nadrukkelijk presenteren als een baken van stabiliteit op de Balkan, een onmisbare NAVO-partner in een woelige regio. De onrust in Servië, Bulgarije en Albanië kan in die beeldvorming alleen maar helpen.