Hartmiddel digitalis na uitgebreide studie nog steeds dubieus

Het voorschrijven van digitalis bij hartfalen is al 200 jaar controversieel, eigenlijk sinds deze stof - oorspronkelijk een extract uit het zeer giftige vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) - voor het eerst in de geneeskunde werd geïntroduceerd.

Digitalis (hier op recept te krijgen onder de namen Digoxine en Lanoxine) heeft zonder twijfel een duidelijk effect op het hart: dat gaat krachtiger en trager kloppen. Bij patiënten met hartfalen is het resultaat dat allerlei vochtophopingen (oedeem) verdwijnen en de grootte van het hart normaliseert. Dat digitalis ondanks deze gunstige effecten altijd omstreden gebleven is, komt doordat dit medicijn een betrekkelijk geringe veiligheidsmarge heeft. Bij overdosering ontstaan ritmestoornissen in het hart die eventueel de dood ten gevolge kunnen hebben.

In het New England Journal of Medicine van 20 februari worden nu de resultaten gepubliceerd van de Digitalis Investigation Group. Deze groep Amerikaanse wetenschappers stelde zich ten doel eens en voor altijd een einde te maken aan de controverse rond digitalis. Aan hun onderzoek namen maar liefst 7.000 patiënten deel, waarvan de helft digitalis kreeg en de andere helft een placebo. Dat laatste was overigens betrekkelijk, want praktisch alle placebo-patiënten kregen naast een nepmiddel ook nog plasmiddelen en ACE-remmers (een vaatverwijdend middel), net als overigens de met digitalis behandelde patiënten.

De uiteindelijke resultaten van dit 'definitieve' onderzoek naar digitalis vielen in zoverre tegen dat zowel de voorstanders als de tegenstanders van het gebruik van dit middel hierin hun mening bevestigd zullen zien. Digitalis was werkzaam en veilig; de met dit middel behandelde patiënten hoefden minder vaak wegens hartfalen in het ziekenhuis te worden opgenomen, terwijl de sterfte onder deze groep niet merkbaar toenam. Tegenstanders zullen erop wijzen dat het gebruik van digitalis juist wel leidde tot een toename van het aantal sterfgevallen, wat echter weer gecompenseerd werd door een geringere sterfte aan hartfalen. Hetzelfde gold voor de ziekenhuisopnamen: bij de digitalispatiënten bleek de kans daarop wegens ritmestoornissen vergroot. Op deze wijze bezien, bevestigen de resultaten van dit onderzoek de aloude vrees, vooral ook omdat de bijwerkingen zich voordeden bij normale - dat wil zeggen niet te hoge - digitalisconcentraties in het bloed.

In een commentaar stelt men dat de al 200 jaar durende controverse over digitalis verre van beslecht is, maar dat men digitalis, zolang er geen betere middelen zijn, moet blijven gebruiken bij hardnekkige hartklachten die niet voldoende reageren op ACE-remmers en plasmiddelen.