Euforie in Canada na aantal magere jaren

MONTREAL, 22 FEBR. Paul Martin, de Canadese minister van financiën, wilde er geen misverstand over laten bestaan: van grote verrassingen was geen sprake in de federale begroting die hij deze week presenteerde. De lang van tevoren uitgelekte hoofdlijnen van het plan - nadruk op het versneld terugdringen van het begrotingstekort, met bescheiden belastingverlagingen en een kleine toename in overheidsuitgaven - moesten wat Martin betrof aantonen dat het ging om een voortzetting van beproefd fiscaal beleid.

Zijn zelfverzekerdheid over de begroting hangt samen met het brede optimisme over de staat van de Canadese overheidsfinanciën. Als de tekenen niet bedriegen, is in Canada na zeven magere jaren een periode aangebroken van uitzonderlijke economische groei.

Een reeks gunstige economische factoren, van een voortdurend lage inflatie tot het in zicht komen van een balanced budget, heeft geleid tot een zekere euforie over de Canadese economische vooruitzichten onder analisten en investeerders uit binnen- en buitenland. En dat wil Martin graag zo houden.

Zo heeft het Duitse Morgan Grenfell, evenals eind vorig jaar het Internationaal Monetair Fonds (IMF), voorspeld dat Canada in 1997 de hoogste economische groei zal boeken binnen de G7, de groep van de zeven rijke industrielanden. Verwacht wordt dat het Canadese bruto nationaal produkt dit jaar zal groeien met drie tot vier procent, vergeleken met 1,6 procent vorig jaar.

BZW Securities in Londen wees bovendien de Canadese dollar aan als “onze favoriete valuta van 1997”. Volgens sommige voorspellingen zou de Canadese munt dit jaar kunnen stijgen van 74 tot 78 of zelfs 80 Amerikaanse cent. Beleggingsmaatschappij Canada Trust in Toronto noemde de Canadese economie “zo krachtig als een locomotief.”

Na jaren van depressie (1990-1993) en tegenvallend herstel (1994-96) zal Canada, zo wordt voorspeld, dit jaar de stimulans ondervinden van een langdurig gevoerd strak fiscaal en monetair beleid. Het federale kabinet van premier Jean Chrétien heeft, evenals de regeringen van de tien deelstaten, terugdringing van het begrotingstekort tot hoofddoelstelling gemaakt, terwijl de Canadese centrale bank de economie tracht te prikkelen door een blijvende, zeer lage inflatie te combineren met uitzonderlijk lage rentetarieven.

Dat beleid lijkt nu zijn vruchten af te werpen. Het tekort op de begroting is, vooral dankzij forse bezuinigingen op overheidsuitgaven en privatisering van een aantal grote staatsbedrijven, geslonken van 42 miljard Canadese dollar (ongeveer 54 miljard gulden) in 1993-94 tot minder dan 19 miljard over het huidige boekjaar.

Minister Martin bevestigde deze week zijn voornemen om het tekort in 1999 terug te dringen tot 9 miljard dollar, ofwel 1 procent van het bnp (het huidige gemiddelde in de G7 is 2,9 procent). Het is de bedoeling dat de Canadese overheid, die met ongeveer 600 miljard dollar een van de relatief hoogste staatsschulden heeft binnen de G7, rond het einde van de eeuw een balanced budget zal bereiken en geen nieuwe leningen meer nodig zal hebben om al haar uitgaven te dekken. Het resultaat, aldus Martin, is “een groeiend vertrouwen in de economische toekomst van Canada.”

De afgelopen jaren heeft de Canadese economie het vooral moeten hebben van voorspoed in de exportsector. Met name de stabiele economische groei in de Verenigde Staten, die tachtig procent van Canadese exporten afnemen ter waarde van meer dan 150 miljard Canadese dollar per jaar, heeft inmiddels geleid tot een overschot op de handelsbalans van Ottawa. Een lage Canadese valuta (0,74 Amerikaanse dollar) houdt 's lands produkten aantrekkelijk, terwijl lage rentetarieven afbetalingen aan buitenlandse leners voordeliger maken.

Sinds eind vorig jaar lijkt echter ook de binnenlandse economie aan te trekken, een ontwikkeling waar de centrale bank lange tijd op uit is geweest. De Bank van Canada heeft sinds begin 1995 het disconto met vijf procentpunten verlaagd tot 3,25 procent. Gestimuleerd door de laagste rentetarieven in veertig jaar, lijkt de Canadese consument inmiddels aan het kopen geslagen te zijn. Rentegevoelige sectoren als onroerend goed, auto's en andere duurzame goederen gaven in de laatste maanden van 1996 een langverwachte stijging in vraag te zien, die naar verwachting dit jaar zal doorzetten. Ook ondernemers maken van de gelegenheid gebruik om te investeren.

Kroon op de inspanningen van de centrale bank is de aanhoudend lage inflatie. Met ruim een procent per jaar heeft Canada een van de laagste inflatiecijfers in de geïndustrialiseerde wereld. De centrale bank hanteert sinds 1991 als monetaire hoofddoelstelling het handhaven van de jaarlijkse inflatie binnen een band van een tot drie procent. Een zeer beperkte jaarlijkse stijging van het algemeen prijspeil, zo is de redenering, is goed voor behoud van koopkracht en schept een gunstig investeringsklimaat. Zo steken Amerikaanse speculanten hun geld graag in Canadese obligaties, omdat de opbrengsten, gecorrigeerd naar inflatie, vaak gunstiger zijn dan in de Verenigde Staten.

Buitenlandse waarnemers zijn onder de indruk van de Canadese combinatie van een stabiele, zeer lage inflatie, afnemende begrotingstekorten, overschotten op de handelsbalans, lage rentetarieven, en een gekalmeerd politiek klimaat na het referendum over afscheiding van de deelstaat Québec in 1995.

“Het is een krachtige lijst positieve factoren,” beaamt Patricia Croft, econoom bij Canada Trust. Zij concludeert dat “1997 een glansrijk jaar wordt voor de Canadese economie.”

Toch is het niet al goud wat er blinkt. De voornaamste smet op het Canadese economische succes is een hardnekkige werkloosheid: 9,7 procent van de Canadese beroepsbevolking (1,5 miljoen mensen) zit zonder werk, vergeleken met 5,4 procent in de Verenigde Staten.

Ottawa heeft weliswaar succes geboekt in het scheppen van werkgelegenheid - sinds de Liberalen in 1993 tot regeringspartij werden gekozen zijn er 715.000 banen bijgekomen - maar die groei is zo goed als ongedaan gemaakt door groei van de beroepsbevolking en de terugkeer op de arbeidsmarkt van Canadezen die het zoeken naar een baan tijdens de recessie hadden opgegeven.

Critici brengen de hoge werkloosheid in Canada in verband met relatief hoge werkloosheidsuitkeringen en met de lage inflatie. Zo'n lage inflatie maakt een reële loondaling moeilijker te realiseren, wat leidt tot starheid van de arbeidsmarkt.

Anderen trekken de conclusie dat het kabinet de opbrengsten van bezuinigingen beter zou kunnen benutten. Volgens Avery Shenfield, econoom bij beleggingsmaatschappij Wood Gundy in Toronto, schiet de regering haar doel voorbij door alle bezuinigingen te steken in het terugdringen van het begrotingstekort, zelfs nadat doelstellingen daartoe al zijn gerealiseerd.

Het uitblijven van hetzij uitgaven om banen te scheppen, hetzij belastingverlagingen om groei te bevorderen, heeft volgens hem een “remmende werking”, die spoedig de vaart uit de beginnende opbloei kan halen. Oppositiepartijen in het Canadese parlement delen die opvatting.

Minister Martin wil echter vooralsnog niets weten van drastische koerswijzigingen in zijn beleid. Een ruime belastingverlaging zou zijn reputatie als een degelijk financieel beheerder op het spel zetten en bovendien op de internationale financiële markten de indruk wekken dat het Canadese kabinet de strijd tegen het begrotingstekort voortijdig laat varen. Met een sobere en eenduidige begroting voor komend jaar heeft Martin duidelijk willen maken dat het Canadese kabinet onverstoorbaar afgaat op de eliminatie van het begrotingstekort.

“We willen de inkomstenbelastingen graag verlagen,” reageerde Martin bij de presentatie van de begroting op oproepen van oppositieleden. “Maar we zullen het pas doen als het land zich dat kan veroorloven.”

Op bescheiden belastingvoordelen voor studenten en gezinnen met lage inkomens en kinderen na, zullen belastingverlagingen moeten wachten tot het begrotingstekort over een paar jaar volledig onder controle is, zo liet de minister weten. Voor de bestrijding van de in zijn woorden “onaanvaardbaar hoge” werkloosheid heeft hij zijn hoop gevestigd op een aanhoudend binnenlands economisch herstel onder invloed van blijvend lage rentetarieven.

Croft juicht de vasthoudendheid van Martin toe. “De regering staat onder enorme druk wat meer geld uit te geven om de economie verder op gang te brengen,” zegt zij. “Dat zou door de internationale markten echter worden beschouwd als een slecht teken.”