EMU-landen (2)

De interessante opmerkingen van de fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer Bolkestein in het interview in NRC HANDELSBLAD van 11 februari geven mij aanleiding tot een enkele korte kanttekening.

In de eerste plaats spreekt Bolkestein over de zogenoemde asymmetrische schokken, veroorzaakt door een ongelijke conjuncturele ontwikkeling in de EMU-ledenlanden. Hij zegt dat in de EMU geen mechanismen zijn om deze op te vangen, zoals depreciatie van de munt, of arbeidsmobiliteit, of herschikking van financiële dromen zoals in de VS. Hij vermeldt niet dat de EMU-landen als mechanisme houden het mechanisme dat zij ook nu hebben, namelijk het aanvaarden van een oplopend begrotingstekort tijdens een conjuncturele terugval. Zolang het tekort niet groter wordt dan 3 procent van het nationaal inkomen past dit mechanisme in de EMU-afspraken. Uiteraard moeten we niet alleen maar over een conjuncturele terugval spreken: het gaat ook wel eens goed met de conjunctuur. Vandaar het belang van de 'close to balance'-afspraken inzake het begrotingstekort: gemiddeld, door de conjunctuurgolven heen, zou het tekort 'close to balance' moeten zijn.

In de tweede plaats de 'no-bail out clausule': deze clausule is erop gericht landen die voortdurend (door de conjunctuurgolven heen) hoge en hogere terkorten hebben duidelijk te maken dat zij niet uit de financiële problemen zullen worden geholpen als zij op de kapitaalmarkt geen leningen ter financiering van hun tekort meer kunnen sluiten. Wanneer EMU-landen weten dat anderen hen niet uit de financiële problemen zullen halen, zullen ze ook niet in de problemen komen: dat is de gedachte achter de 'no-bail' clausule.

In de derde plaats spreekt Bolkestein over het opvangen van economische schokken door depreciatie van de wisselkoers van het getroffen land. Deze mogelijkheid bestaat niet meer in een muntunie. Maar in het EMS wordt deze mogelijkheid ook nu al niet gebruikt. Depreciatie wordt vaak gezien als een onmisbaar aanpassingsinstrument, maar depreciatie is een tweesnijdend zwaard: de inflatiedruk van hogere invoerprijzen moet toch altijd weer worden tegengegaan door krap monetair beleid.

In de vierde plaats: als Nederland straks aan de voorwaarden voldoet kan Nederland ingevolge het Verdrag niet zelf zeggen: ik doe niet mee. Tenzij Nederland het Verdrag zou opzeggen. Dat is een besluit dat wel zeer vergaande gevolgen zou hebben voor ons land. Het ziet er dus naar uit dat op 1 januari 1999 Nederland aan de EMU zal deelnemen. Wanneer vaststaat dat meerdere grote landen niet aan de criteria voldoen rijst wel de vraag of er voor de EMU wel voldoende draagvlak is.

Ik ben voorstander van het Verdrag, om vele redenen, zowel economische, als politiek-historische. Ik kan Bolkestein verzekeren dat economen, of zij nu een naam hebben of niet, over economische aangelegenheden veelal grondig van mening verschillen.