Egyptenaren durven niet meer te werken in Israel

Steeds minder Egyptenaren durven werk te zoeken in Israel. Ze vrezen door de Mossad, de Israelische veiligheidsdienst, te worden ingelijfd.

KAIRO/JERUZALEM, 22 FEBR. “Ik heb twee keer in Israel gewerkt, en veel geld verdiend”, zegt Hamdi Abu Naser. “Maar ik ga niet meer. Ik ben bang dat de Israelische veiligheidsdienst me probeert te ronselen.”

De mannen met wie hij in het koffiehuis in Kairo zit, knikken instemmend. Zij hebben de laatste tijd herhaaldelijk krantenartikelen gelezen over argeloze landgenoten die op een toeristenvisum naar Israel reisden, daar werk vonden in de bouw of een restaurant, en vervolgens werden gerecruteerd door de Israelische veiligheidsdienst Mossad. Of die verhalen waar zijn of niet, is in het licht van de vaak problematische relaties tussen Israel en Egypte moeilijk te bepalen. Maar de mensen geloven het graag. Zo hielden veel Egyptenaren vorige zomer, net na de Israelische verkiezingen, massaal op kauwgom te eten. De Mossad, zo had een Egyptische krant onthuld, had Spaanse vlieg in de pakjes gedaan.

De afgelopen negen maanden zijn vier Egyptenaren wegens spionage voor Israel gearresteerd. Drie van hen zouden door de Mossad zijn gerecruteerd toen ze in Israel werkten. Hoewel Israel dit van de hand wijst (“Het zijn mumbo-jumbo-verhalen”, zegt een woordvoerder van het Ministerie van Buitenlandse Zaken), zijn er steeds minder Egyptenaren die naar Israel durven om een baan te zoeken. Sommigen zijn echt bang voor de Mossad. Anderen vrezen dat zij door familie en vrienden met de nek worden aangekeken als ze naar Israel gaan. Zeker sinds Egypte afgelopen najaar in Kairo de Israelische druus Azzam Azzam oppakte, die bezig zou zijn Egyptische spionnen te werven voor de Mossad, zijn de gevreesde ronselmethodes van Israelische under-cover agenten in de koffiehuizen het gesprek van de dag.

Kairo heeft zelfs een commissie in het leven geroepen, die arbeiders moet beletten naar Israel te gaan op zoek naar werk. Volgens het Israelische Ministerie van Toerisme werden er de eerste negen maanden van 1996 20 procent minder toeristenvisa aan Egyptenaren verstrekt dan in dezelfde periode van 1995: ruim 19.000 tegen ruim 24.000. Maar volgens de Egyptische autoriteiten zouden lang niet al die 19.000 Egyptenaren daadwerkelijk naar Israel zijn gegaan. Zij zeggen dat ze de afgelopen maanden duizenden Egyptenaren aan de grens hebben tegengehouden - ook al hadden die een visum in hun bezit.

Hamdi Abu Naser, de 37-jarige overheidsklerk in het koffiehuis, die van zijn karige salaris zijn zes kinderen amper weet te voeden, reisde in 1995 twee keer probleemloos naar Israel. “Ik vroeg een toeristenvisum aan bij de Israelische ambassade in Kairo, en ging in Rafah de grens over. Omdat veel Palestijnen uit Gaza en de Westelijke Jordaanoever niet naar hun werk in Israel mochten, stonden de joden om ons te springen. Ik kon zo aan het werk.”

In 1995 reisden 30.000 Egyptenaren op een toeristenvisum naar Israel. Volgens de Israelische autoriteiten waren dat met name kopten, die de christelijke heiligdommen in Jeruzalem bezochten. Maar een Egyptische diplomaat in Israel zegt: “Welnee, het waren bijna allemaal mannen op zoek naar tijdelijk werk. Ik ken geen Egyptenaar die in Israel met vakantie gaat. Om politieke redenen, maar ook omdat het duur is.” Het Israelische gerucht dat 14.000 van deze toeristen (bijna de helft dus), na het verlopen van hun visum illegaal in Israel zijn blijven werken, kan hij niet tegenspreken. “Het is de trend. Filippino's, Roemenen en Jordaniërs doen het ook.”

De Israelische regering doet de laatste tijd verwoede pogingen om van de illegale arbeiders af te komen. Men schat dat er - aangetrokken door een groei-economie, het wegvallen van Palestijnse arbeidskrachten en een tot voor kort toegeeflijke vreemdelingenpolitie - in ruim twee jaar tijd zo'n 200.000 illegalen uit de hele wereld in Israel zijn beland. Hoewel Israeliërs niet gelukkig zijn met de Egyptische aantijgingen aan het adres van de Mossad, zijn ze bijzonder tevreden met de neveneffecten van die hetze: het helpt hun in de strijd tegen de illegalen.

Zo wacht de zoon van de Egyptische diplomaat in Israel al tijden op toestemming van de Egyptische autoriteiten om zijn vader te bezoeken. Ook krijgen Egyptenaren die terugkeren uit Israel, steeds vaker onverwacht bezoek van de geheime dienst. In Nawassa Al-Ghait, een dorp in de Delta waar zelfs de onderwijzers tot voor kort geregeld onbetaald verlof namen om een poosje in Israel geld te gaan verdienen, laten ze dat nu wel uit hun hoofd. Een dorpeling werd onlangs tot 25 jaar dwangarbeid veroordeeld omdat hij een Israelische spion zou zijn. Een ambtenaar in Nawassa zei tegen een Egyptische krant: “Iedereen is bang dat hij wordt gearresteerd als hij in Israel is geweest.”

In Rafah en Taba, de twee grensposten met Israel, worden Egyptenaren met een geldig toeristenvisum de laatste maanden zonder pardon teruggestuurd. Zo heeft Hamdi Abu Naser een neef die hard geld nodig had en toch besloot naar Israel te gaan. Die neef werd bij Rafah tegengehouden. “Je ziet eruit als een armoedzaaier”, had een Egyptische soldaat hem toegebeten. “Jij hebt geen geld om in Israel vakantie te vieren. Terug naar huis!” Toen de neef het een dag later bij Taba opnieuw probeerde met zijn geldige toeristenvisum, werd hij weer tegengehouden. Op het vliegveld van Kairo wordt het kaf op vergelijkbare wijze van het koren gescheiden. In de vliegtuigen naar Tel Aviv zitten beduidend minder Egyptenaren dan anders. Een zakenman uit Alexandrië zegt in een nagenoeg leeg toestel van Air Sinai: “Ik ben gegrilld door de douane. Maar ik kom vaak in Israel, ik heb telefoonnummers en connecties, dus ze lieten me door. Ze denken zeker dat gegoede Egyptenaren geen spionnen kunnen zijn.”

Toch hebben niet alle Egyptische gelukszoekers zich door de media of de veiligheidsdienst laten afschrikken. Illegalen zijn, zoals bekend, even politiek incorrect als vindingrijk. Zij hebben al een omweg naar Israel ontdekt: via Cyprus. Zij vliegen naar Larnaka, vragen daar bij de Israelische ambassade een visum aan, en reizen door naar Tel Aviv. Die route is niet duurder dan een rechtstreekse vlucht: 250 dollar. De armen kunnen het zich niet permitteren. Maar de klasse daarboven schraapt het via familieleden wel bij elkaar. Het vooruitzicht op een maandsalaris van 1.200 dollar is hun wel een lening waard.