'Een zwakke Commissie betekent een zwakke EU'

PARIJS, 22 FEBR. “Vóór men dit idee van de hand wijst, moet men goed nadenken. Ik begrijp de bezwaren heel goed. De Europese Commissie is een centrum van macht. Daar wil iedereen bij zijn. Maar waar wordt het Nederlandse nationale belang, of het Portugese, het Franse, of het Duitse het best behartigd? In een Commissie van 26 man? Een grote Commissie is een zwakke Commissie. Dat betekent een zwakke Europese Unie.”

Michel Barnier, de onderminister die namens Frankrijk onderhandelt over de institutionele hervorming van de Unie, wil niets weten over mislukken van de Top van Amsterdam. Mits alle vijftien lidstaten van de Europese Unie de ambitie opbrengen om tot zaken te komen. Bijvoorbeeld over verkleining van de Europese Commissie, “de sleutel voor het slagen van de Unie in de komende decennia”. De Commissie herstellen als sterk orgaan dat het gemeenschappelijk belang van de lidstaten behartigt, dat moet nu gebeuren, zegt hij. “Die kans om van een supermarkt een supermogendheid te maken komt niet meer terug.”

Barnier: “Straks, als er 26, 27 of 28 lidstaten zijn, lukt verkleining niet meer. Een sterke Commissie is in onze ogen een collegiale Commissie, waarin ieder lid - zonder zijn nationaliteit te verloochenen - onafhankelijk is van de regering van zijn land, waarin ieder lid een duidelijk omschreven taak heeft, bekend is, met een voorzitter die gezag heeft over de leden. Het college legt verantwoording af aan de Europese Raad en het Parlement.”

In het idee van de Franse bewindsman heeft iedere lidstaat een gelijk recht op een commissaris. Uitgaande van tien commissarissen zou ieder land in twee zittingsperiodes van vier of vijf jaar volgens een rotatie-systeem één keer aan de beurt komen. Landen die een periode buiten de Commissie blijven, zouden gecompenseerd kunnen worden met directeur-generaalsposten of andere hoge ambtelijke functies binnen de Unie. Op de vraag of het in deze gedachtengang denkbaar is dat Frankrijk of Duitsland een periode geen commissaris levert, antwoordt Barnier: “Ja.” En kan het ook voorkomen dat èn Frankrijk èn Duitsland ontbreken? De minister: “Dat kan ik niet zeggen. Het is aan de voorzitter zijn Commissie samen te stellen.” De aanwijzing van de Commissie-voorzitter kan blijven verlopen zoals nu: door de Europese Raad, met goedkeuring door het parlement. In de visie van Barnier moeten deze commissarissen-nieuwe-stijl “het gezag hebben van een minister, om gerespecteerd te worden door hun directoraten-generaal”. Uiteindelijk moet “de kwaliteit van deze mannen en vrouwen de doorslag geven”.

Een ander heet hangijzer is de weging van de stemmen. Naarmate de Unie meer leden krijgt, zal vaker met gekwalificeerde meerderheden besloten moeten worden. “Anders kan een willekeurige lidstaat ieder besluit ophouden.” Het is nu al zo dat grotere landen meer stemmen hebben dan kleinere, maar lang niet in verhouding tot hun bevolkingsgetal. Dat geeft een “legitimiteits-tekort”, dat alleen maar toeneemt naarmate het aantal lidstaten toeneemt.

Zonder in exacte formules te vervallen maakt Barnier duidelijk dat het “eerlijker” en daarmee “efficiënter” maken van de weging van de stemmen per land “onverbrekelijk verbonden” is aan een werkbare uitbreiding van de Unie. Juist de grote landen zijn vaak netto-betalers aan de Unie en hebben dus extra verantwoording aan hun eigen bevolking af te leggen. Dan moet de bijbehorende invloed wel enigszins kloppen. Maar opnieuw geruststellende woorden: “Wij willen de kleinere landen niet vermorzelen. In een toekomstig stemsysteem zullen de landen met een kleinere bevolking nog steeds overgerepresenteerd blijven.”

Een derde terrein waarop voortgang door Frankrijk en Duitsland wordt gewenst is wat in Nederland wordt aangeduid als 'flexibiliteit', en in Frankrijk 'coopération renforcée'. Het is de gedachte dat landen op een bepaald terrein moeten kunnen besluiten versneld intensiever samen te werken dan de Unie als geheel heeft afgesproken. Niemand mag van zo'n snellere groep worden uitgesloten en niemand kan zo'n verband verbieden. In de straks vergrote Unie zal daar volgens Parijs steeds vaker behoefte aan zijn, en dan liever binnen dan buiten de Unie.

Het Verdrag van Schengen is een voorbeeld van zo'n groep die met zijn zevenen vast verder is gegaan. “Wij zouden die samenwerking ter vorming van een 'espace de liberté et sécurité', een gebied van vrij verkeer en gemeenschappelijke veiligheid, liever binnen de EU met alle lidstaten delen. En ook dat moet vóór uitbreiding gebeuren, opdat met die nieuwe lidstaten geen nieuwe risico's worden geïntroduceerd, aldus Barnier. Met Bonn heeft Parijs een 'sokkel van harmonisatie' voorgesteld, een basis van gemeenschappelijk beleid op het gebied van drugs, transnationale georganiseerde misdaad, terrorisme, immigratiebeleid.

Volgens Barnier moet die nieuwe EU-sokkel wel meer omvatten dan Schengen nu, anders hoeft het niet. Hij erkent dat Nederland daar moeite mee heeft. “Nederland is bang zo gedwongen te worden zijn beleid ten aanzien van gebruik en produktie van soft drugs te wijzigen. Dat is een probleem waar we onder vrienden eerlijk over moeten praten.” De grenscontroles tussen Frankrijk en de Benelux zal Parijs, in afwijking van Schengen, handhaven zolang de effecten van het door Nederland voor Nederland gekozen beleid in Frankrijk merkbaar blijven. “Een gebied van vrij verkeer betekent niet dat de risico's voor drugshandelaren kleiner moeten worden. In tegendeel. Ik hoop dat de dag nog eens komt dat wij ook met de Benelux-landen gezamenlijke mobiele controle-eenheden kunnen instellen.”

In het kantoortje van de Turkse moskee voorspelt Van der Krabben dat de AOW-kwestie hem waarschijnlijk 'een zeteltje' gaat kosten. Hij legt uit dat 'stemmen op het CDA in deze tijd geen automatisme meer is''. Alle energie zou moeten worden gestoken in het bereiken van de zwevende kiezer: in Den Bosch zo'n twintigduizend stemgerechtigden. Nu moet de afdeling een twee frontenoorlog voeren. Van der Krabben: 'Mag ik het zo zeggen: de mensen boven de zestig vormden altijd een trouwe aanhang van het CDA. Die moest je daarvoor uit hoffelijkheid bedanken, maar veel extra aandacht hoefde je hen niet te geven. Nu heb ik mijn handen er vol aan om de moeilijke boodschap over te brengen.''