De ondoordringbare jungle van de voetbalmakelaars

Voordat voetballers van club verwisselen, wordt in hotellobby's het pad geëffend door hun makelaars. Ger Lagendijk en Ton van Dalen over een wereld vol haat en nijd.

AMSTERDAM / DEVENTER, 22 FEBR. Vanuit een fauteuil in de lobby van Schiphol Hilton, waar zoveel transfers worden beklonken, plaatst spelersmakelaar Ger Lagendijk een oproep aan alle profvoetballers in Nederland. “Blijf lid van de VVCS. Uit respect voor wat de spelersvakbond door de jaren heen voor jullie heeft gedaan. Rob Jansen mag dan momenteel niet huilen, zijn vader Karel en moeder Wil doen dat wel. Zij hebben dag in dag uit op hun knieën gelegen voor een organisatie die tijdens hun pensioen wordt afgebroken.Feitelijk zou Rob Jansen op de barricades moeten klimmen om het levenswerk van zijn ouders, bestuursleden en verschillende pro deo-medewerkers te redden.”

Rob Jansen verblijft op dit moment in het buitenland om te onderhandelen voor een van de vedetten uit zijn rijke stal. Veel topvoetballers volgden hem toen hij zich afscheidde van de spelersvakbond VVCS, die is aangesloten bij de FNV. Jansen ging met Sport Promotion op de commerciële toer. Bij de VVCS namen Sigi Lens en Peter Gerards zijn werkzaamheden over. Zij zijn nu ontslagen omdat de VVCS hen ervan verdenkt dat ze zich persoonlijk hebben verrijkt bij de transfers van Kluivert en Bogarde naar AC Milan. Hun ontslag heeft grote onrust veroorzaakt in de voetbalwereld. Makelaars en spelersbegeleiders voelen zich in een kwaad daglicht gesteld. En voetballers, die juist in deze periode onderhandelen over hun contract, weten niet meer waar ze aan toe zijn.

“De problemen zijn onder meer onstaan doordat de VVCS de commerciële tak voor een appel en een ei aan Rob Jansen heeft verkocht”, zegt Lagendijk. “Ik neem dat het VVCS-bestuur inclusief Karel Jansen hoogst kwalijk. Dat was tegen de erecode die het bestuur al in juni 1973 heeft afgesproken. Oorspronkelijk zouden de commerciële revenuen terugvloeien naar de verenigingskas waarmee de kwaliteit van de contractbegeleiding kon worden verbeterd.” Lagendijk is erelid van de VVCS, begon in 1969 als eerste met contractbegeleiding bij de vakbond, maar was ook de eerste begeleider die voor zichzelf begon. De VVCS hield zich eerst alleen bezig met contractbegeleiding, en zoekt pas sinds kort ook naar een club voor spelers. “Ik vond dat contractbegeleiding en arbeidsbemiddeling grotendeels door elkaar heen liepen. Ik voelde me gebonden, terwijl ik als begeleider de spelers ook wilde adviseren op het gebied van verzekeringen, lijfrentes, pensioenen, hypotheken, bankdeposito's en sponsor- en relameactiviteiten.”

Lagendijk heeft geen goed woord over voor Lens en Gerards, nu is gebleken dat zij al sinds 1995 een eigen BV erop nahouden. “Ze roepen eerst dat ze niets fout hebben gedaan, dan blijkt dat ze de boel toch bedonderen. Iedereen mag zijn eigen weg gaan. Maar als je een aanslag pleegt op de ruif waar je altijd uit hebt gegeten, is dat schandalig en maak je je ongeloofwaardig. Te meer daar in hun arbeidsovereenkomst staat dat ze geen neveninkomsten op dit gebied mogen hebben.”

Concurrent Ton van Dalen, die samen met Bob Maaskant en Henk van Ginkel het bureau World Soccer Consult heeft opgericht, denkt dat de onderste steen in de affaire nog lang niet boven is. “Ik vermoed dat er meer aan de hand is. Als de heren zonder medeweten van Van Seggelen al in september in Milaan zijn geweest om over Kluivert te praten, dan kun je toch wel nagaan dat daar dingen zijn gebeurd. Een etentje en het nuttigen van een snack, zoals Davids en Reiziger beweerden? Ja, dáág. Ach, jongen, ze moesten eens weten die spelers. Elke commerciële makelaar had bij de transfers van Kluivert en Bogarde gezegd: 'Geef mij ook een aardige bijdrage.' In dit geval was zes, zeven ton helemaal geen gek bedrag geweest.”

De oud-sportjournalist en voormalig manager van FC Twente en FC Groningen kan enig gegniffel over de ontstane situatie niet onderdrukken. “Bob Maaskant en ik waren de slechte jongens. Wij moesten destijds weg bij de Stichting Arbeidszaken, waar de vakbond ook in participeerde. Nu heeft de VVCS zelf de rekening gepresenteerd gekregen, zij het wat laat. De VVCS had zich puur moeten beperken tot contractbegeleiding. Vorige week kwam er op tv een factuur van twee ton in beeld. Door de vakbond ingediende kosten bij Milan. Zoveel geld hebben wij zelden aan een transfer verdiend. Al zijn dit soort bedragen voor AC Milan nog aan de magere kant.”

Verbijsterd, maar ook zeer geamuseerd heeft Van Dalen de afgelopen weken naar de VVCS-soap in het tv-programma Barend & Van Dorp gekeken, waarin spelers plotseling met nota's en een door voorzitter Van Seggelen gesigneerde overeenkomst zwaaiden. Van Dalen: “Hier is een rioolgevecht aan de gang, dat niets meer te maken heeft met een normaal meningsverschil. Die vertoningen waren in scène gezet om Van Seggelen onderuit te halen. Ik heb vorige week in een uur tijd nog nooit zoveel leugens horen vertellen. Het is uitermate vreemd dat Reiziger en Davids over die facturen beschikten. En het is toch een gotspe dat Kluivert in zijn trainingspak zonder tas plotseling zo'n papier uit z'n zak tovert?”

Van Dalen begrijpt overigens niet dat Davids en Reiziger zich nu gedragen als paladijnen van Lens en Gerards. “Hoe kunnen ze zich zo voor een karretje laten spannen? Ik heb met hen in februari 1996 aan tafel gezeten in een oriënterend gesprek met voorzitter Martin Edwards en manager Alex Ferguson van Manchester United. Beide spelers maakten toen een heel goede indruk, Davids zelfs een fabelachtig goede. Hij vroeg aan Ferguson: 'Teken eens uit hoe je me wil laten spelen.' Ferguson deed dat, waarop Davids zei: 'Dat kan niet want daar heb je de verdediging niet voor.' Later vertelde Ferguson mij dat hij had genoten van het gesprek en de mondigheid van die jonge spelers.”

Het lijkt of iedereen in de ondoordringbare jungle van het makelaarswereldje boter op z'n hoofd heeft. Elke begeleider of makelaar torst wel een verdachtmaking met zich mee. Al of niet conform de waarheid. De onderlinge haat en nijd is groot. Waar het om draait bij de commerciële makelaars is uiteraard de commissie, ofwel de zogenaamde fee, die zij in rekening brengen. Elke zaakwaarnemer heeft zo zijn eigen tarieven en methodiek. Vroeger werden de vergoedingen gerelateerd aan transferbedragen. Bijvoorbeeld tien procent. Dat is met de groei van de vergoedingssommen en het Bosman-arrest al lang niet meer het geval.

Van Dalen, begeleider van onder anderen Pieter Huistra, Harry Decheiver en Raimond van de Gouw: “Er is geen makelaar in Nederland die geld van een speler vraagt. Iedereen laat zich betalen door de clubs. Geen speler kan zeggen dat hij ook maar een gulden aan mij heeft betaald.” Maar hoe dan wel? “Wij berekenen tien procent van het jaarsalaris van een speler. De fee komt altijd pas aan de orde als de zaak is gedaan en wordt betaald door de club. Als wij voor een club een speler aanbrengen dan praat je over bedragen tussen de tien en de vijftigduizend gulden. De clubs vragen meestal: wat wil je hebben? Wij hanteren daarin echter redelijk vaste tarieven, te vergelijken met die van headhunters. Het zal echter best gebeuren dat bij sommige andere makelaars in bepaalde transfers heel wat aan de strijkstok blijft hangen.”

Soms kan het voorkomen dat de makelaar van twee walletjes eet. “Als de verkopende club, die niet je opdrachtgever is, zo content is en zegt: 'Stuur ook maar een rekening', dan zou je wel een mafkees zijn als je dat niet doet. Per jaar ben je met veertig, vijftig zaken bezig. Daarvan gaan er tien of vijftien door. En na aftrek van de kosten praat je echt niet meer over krankzinnige bedragen. Als we met z'n drieën ieder twaalf transfers per jaar afronden, is het net mooi. We hopen natuurlijk allemaal dat we een keer een Bergkamp in de stal hebben. Maar we doen ook nog weleens voor vijfduizend gulden een speler naar Heracles.”

Rob Jansen werkt vanaf het moment dat hij Bergkamp en Jonk naar Internazionale bracht met management-contracten. Voor een x-bedrag, dat op dit niveau meestal in de tonnen loopt, doet hij voor een speler alle juridische, fiscale en andere financiële zaken zoals sponsoring. Op kosten van de club. Van Dalen: “Hier beginnen wij niet aan. Vroeger of later zal de fiscus er toch een einde aan maken. Het is een vorm van belastingontduiking. In Engeland werken heel veel clubs niet mee aan zo'n regeling. Overigens blijkt uit die managementcontracten dat het Jansen tegenwoordig net zo goed om de pegels gaat als ons.”

Ger Lagendijk, zaakwaarnemer van onder meer John Bosman en Ronald Koeman, stelt ook managementcontracten op. Maar volgens hem zijn deze niet te vergelijken met die van Jansen. “Ik vraag een percentage van de merchandising en sponsorcontracten van een speler. Dat kan variëren van nul procent voor een beginnende profvoetballer tot tien procent voor een arrivé. In de verbintenis die ik met de speler heb, staat dat ik geen commissie mag rekenen voor arbeidsbemiddeling want dat is bij de wet verboden. Daarvoor dien ik wel een nota in bij de club. In de meeste gevallen hanteer ik verder voor het aanbrengen van de speler een uurtarief en een kostentarief.”

Lagendijk noemt het voorbeeld van John Bosman. De voetballer koos na langdurige onderhandelingen met Anderlecht, dat een contract van één jaar aanbood, voor een driejarig contract bij FC Twente. “Op een jaarsalaris van vier ton heb ik 26.000 gulden voor contractbegeleiding in rekening gebracht. Dat bedrag kan ik laag houden omdat ik door mijn verzekeringsbedrijf niet afhankelijk ben van het voetbal.”

Als spelers Ton van Dalen bellen, vragen ze hem meestal uit te kijken naar een buitenlandse club. Om hun carrière te completeren én nog een keer een slag te kunnen slaan. Van Dalen heeft veel contacten op de Britse markt. Lagendijk: “Ik ben een van de weinige makelaars die in het buitenland niet lopen te leuren met een speler. Maar soms valt een voetballer in Nederland uit de boot en wil hij weg. Zoals Eric van der Luer, die bij Roda JC niet meer aan de bak komt. In overleg met alle partijen heb ik voor hem een club gevonden in Zuid-Korea: Pohang Steelers.”

Van Dalen en Lagendijk zijn beiden in het bezit van een FIFA-licentie. Die is pas te verkrijgen na een screening door de nationale voetbalbond. Licentie-houders moeten een waarborgsom storten van 200.000 Zwitserse frank (270.000 gulden). De clubs mogen in principe alleen zaken doen met door de wereldvoetbalbond erkende makelaars. Desondanks tiert de wildgroei welig in het illegale circuit. Van Dalen: “Eigenlijk vooral in Nederland omdat de KNVB er nauwelijks op toeziet wie de spelers aanbrengen bij de clubs. Het wordt ook steeds makkelijker om die FIFA-licentie te krijgen.” En Ger Lagendijk tenslotte: “De IAFA, de internationale vakbond van erkende makelaars, groeit. De clubs moeten het lef hebben alleen nog zaken te doen met begeleiders die over een FIFA-licentie beschikken.”