De Groene als eerste opinieblad op Internet

Met een digitale camera trekt de eind- en webredacteur van de Groene Amsterdammer, Marianne van den Boomen, door de redactieruimtes van het weekblad. De bezoeker van de vernieuwde website van de Groene ziet zorgelijke gezichten op de abonnementenadministratie en leest dat op het kantoor van scheidend hoofdredacteur Martin van Amerongen altijd klassieke muziek klinkt vanwege het lawaaierige toilet dat aan zijn kamer grenst. Ook met de buurman op de trap maakt de bezoeker kennis. Fotograaf Bob Bronshof werkt niet alleen in het pand, hij woont er ook.

Uit enthousiasme over het nieuwe medium en om meer lezers te bereiken, nam de Groene Amsterdammer drie jaar geleden zijn intrek in de Digitale Stad, één van de eerste publieke Internetvoorzieningen in Nederland. Daarmee was de Groene het eerste Nederlandse opinieblad op het net. Toen Van den Boomen met de eerste website begon, hadden haar collega's weinig besef van haar werk als webredacteur. “Tegenwoordig heeft de rest van de redactie ook een Internetaansluiting. Een paar redacteuren begint nu enthousiast te worden en komt zelf met ideeën.”

Een week na verschijning plaatst de webredactie zeven artikelen uit het tijdschrift op de site, vrijwel de gehele inhoud van de papieren Groene. De artikelen zijn gratis op te vragen en met een paar muisklikken te lezen. Met 3.500 bezoekers per maand lijkt de website daarmee een serieuze bedreiging te vormen voor de traditionele Groene Amsterdammer dat een abonnee-aantal van circa twaalfduizend heeft. Schiet het weekblad zichzelf niet in de voet met zo'n uitgebreide en mooie en bovenal gratis versie op Internet? Van den Boomen vindt die angst ongegrond. “Het zou anders zijn als ik alles direct op het net zette en als mensen gewend waren van het beeldscherm te lezen. Ik zie de website van de Groene meer als een soort uitgebreide advertentie.” Uit de bezoekersstatistieken blijkt dat de pagina met informatie over abonnementen en tarieven opvallend vaak wordt opgevraagd. Er melden zich enkele nieuwe abonnees per maand aan via het elektronische formulier op de webpagina's. Of dit extra abonnees zijn, durft Van den Boomen niet te zeggen.

Het is de bedoeling dat de digitale versie van het blad uitgroeit tot een interactief forum, waar lezers makkelijk hun stem kunnen laten horen en in debat kunnen treden met de redacteuren. De meerwaarde van Internet schuilt volgens Van den Boomen in de laagdrempelige discussiemogelijkheden die het medium biedt. De bezoeker van de online Groene heeft ook toegang tot het archief van het blad. Vanaf 1994 zijn er oude nummers te raadplegen. Binnenkort krijgt de site zelfs een zoekmachine waarmee met trefwoorden naar artikelen gezocht kan worden. Ook voor deze service is de Groene niet van plan geld te gaan vragen.

Het initiatief van de Groene om een busbelangrijk deel van de inhoud via Internet te verspreiden, heeft geen navolging gevonden onder andere Nederlandse opinie- en weekbladen. Terwijl de grootste Nederlandse dagbladen, NRC Handelsblad, de Volkskrant en de Telegraaf, elke dag een selectie uit het nieuws op het net zetten en ook het ANP de belangrijkste persberichten in digitale versie gratis openbaar maakt, bestaat er bij de opiniebladen tot nu toe grote terughoudendheid om een website op te zetten waarop een deel van de artikelen te lezen is.

Niet bekend

Volgens HP-webredacteur Michiel van den Berg heeft de hoofdredactie van HP/De Tijd verklaard dat ze alleen akkoord gaat met een online versie als de reguliere redactie er geen tijd aan hoeft te besteden.

Bij Elsevier bestaan nog helemaal geen plannen om online te gaan. Bladmanager A. van Herwaarden van Bonaventura, Elseviers uitgever, gelooft niet in de toegevoegde waarde van een website. Gratis artikelen beschikbaar stellen op Internet acht hij voor een commercieel bedrijf niet interessant. Hoofdredacteur H. Schoo meent dat 'in dit stadium' Internet als medium niet serieus te nemen is. Aan een online discussieforum zouden de lezers van Elsevier geen behoefte hebben. Daarvoor wordt Internet te zeer bevolkt door ludieke minderheden. Het 'speeltuinkarakter' van Internet ('het is toch een soort talk radio') weerhoudt Schoo er van een 'pioniersrol' te spelen. Een webuitgave van Elsevier zou ook te veel geld kosten, zeggen zowel de redactie als de uitgever.

VNU Business Publications Amsterdam geeft ruim 25 vakbladen op het gebied van personal computers, informatietechnologie en management uit. Een aantal van deze uitgaves biedt ook online informatie aan. Volgens E. Busweiler, directeur bij VNU, hebben de webversies van de meeste VNU tijdschriften vooral een “titelondersteunende waarde”.

Een uitzondering is de site van Intermediair met maar liefst 70.000 bezoekers per maand. Intermediair Online is een zelfstandig produkt dat in de toekomst in staat moet zijn zichzelf te bedruipen door advertenties en betaalde informatiediensten. Terwijl de papieren versie nieuws en achtergrondverhalen bevat, is Intermediair Online vooral gericht op feitelijke informatie over de arbeidsmarkt, arbeidsrechtelijke kwesties, salarissen en loopbaanontwikkeling. De informatie over solliciteren en de gratis advertentierubriek worden het meest geraadpleegd en zijn snel op te vragen. Vanuit dat perspectief vormt Intermediair Online een belangrijke aanvulling op het papieren tijdschrift. Dat Intermediair als gedrukt tijdschrift zou verdwijnen, zoals onlangs in de pers werd gesuggereerd, is volgens hoofdredacteur Ben Rogmans pertinent onjuist. “Internet vormt de komende twintig jaar geen bedreiging voor de gedrukte media.”

http://www.groene.nl

http://www.bpa.nl/intermediair