De Balkan kan de verloren kansen nu opnieuw grijpen

In Belgrado sloeg de politie de al maanden durende demonstraties uit elkaar, Albanië wordt half afgebroken door gedupeerden van piramidefondsen en protesten en stakingen overspoelen Bulgarije. Beelden en verhalen van politieke instabiliteit op de Balkan gaan de hele wereld over. In combinatie met het toch al slechte imago van dit deel van Europa wordt het idee dat het eigenlijk nooit goed kan komen op de Balkan deze dagen bij velen bevestigd.

Ondanks alle sombere verhalen in de media - sommige analisten voorzien een nieuwe Balkanoorlog, terwijl anderen het gebied beschrijven als 'een vloek' of 'de achterbuurt van Europa' - beleeft de Balkan echter juist een van zijn meer hoopvolle periodes.

Het valt niet te ontkennen dat het Balkangebied vol zit met potentiële brandhaarden. Cultureel uiteenlopende volkeren wonen dwars door elkaar en houden zich niet aan staatkundige grenzen. Oude, voor buitenstaanders vaak moeilijk te begrijpen ressentimenten spelen met regelmaat op en hebben gruwelijke gevolgen.

Het idee dat het Balkangebied door een ander soort mensen wordt bewoond, die niet veel te maken hebben met de Europese normen en beschaving, dringt zich op. De landen die daar het dichtst bij liggen, doen daar overigens het hardst aan mee. Landen als Roemenië, Slovenië en zelfs Kroatië ontkennen met klem onderdeel van de Balkan te zijn. Maar ook het Westen draagt daaraan bij door bijvoorbeeld het lidmaatschap van de EU en de NAVO voor de zogenaamde Midden-Europese landen in het vooruitzicht te stellen en de Balkanlanden te verbannen tot een volgende golf in de ver gelegen toekomst.

Toch zit de werkelijkheid anders in elkaar en blijkt de Balkanmens niet zo'n barbaar als verondersteld. Het is waar dat het gebied vele politieke, etnische en economische crises heeft gekend en tot op de dag van vandaag nog steeds kent. De oorzaak van deze crises lag echter veelal buiten de Balkan zelf. De ellende begon in het jaar 395, toen het Romeinse rijk in tweeën werd gesplitst. De grens tussen het Westromeinse en het Oostromeinse Rijk liep dwars door het Balkan-schiereiland en de twee delen ontwikkelden zich dus politiek, economisch en cultureel in totaal andere richtingen. Om meer precies te zijn: de grens liep door het huidige westen van Bosnië, op de plek waar 1600 jaar later een hevige oorlog woedde.

Tot in de huidige tijd blijven machten van buiten de regio zich mengen in de Balkan en spelen hun eigen kaart ten koste van de stabiliteit. Het meest schrijnend kwam dit naar voren gedurende de recente oorlog. De internationale gemeenschap bleek verlamd doordat Duitsland onvoorwaardelijk het 'gelijkgestemde' Kroatië steunde, Rusland zich achter de broeders in Servië opstelde en Turkije en de overige islamitische landen de zijde van de Bosnische moslims kozen. De Verenigde Staten baseerden hun keus voor Sarajevo weer op het inperken van zowel Russische als islamitische invloeden in hun Europese achtertuin. Italië speelde zijn destabiliserende rol door buurland Slovenië lange tijd buiten elke EU-samenwerking te houden.

Wijzen de recente onlusten in Servië, Albanië en Bulgarije nu weer op een nieuwe uitbarsting?

De één-na-laatste internationale kaart die op de Balkan werd gespeeld, dus voor het uitbreken van de oorlog in Joegoslavië, had te maken met de val van het communisme. Door de verzwakking en desoriëntatie van de Sovjet-Unie konden in 1989 en 1990 de communistische regimes in heel Oost-Europa met Westerse steun plaats maken voor democratische systemen gebaseerd op het principe van de vrije markt.

In een aantal landen was er sprake van een brede volksbeweging (DDR, Tsjechoslowakije, Polen, Roemenië). Bovendien was er in een aantal landen een democratische elite die het landsbestuur redelijk soepel kon overnemen (Polen, Tsjechoslowakije).

Opvallend is dat in een aantal Balkanlanden noch sprake was van een brede volksbeweging, noch van een democratisch ingestelde elite die het bestuur kon overnemen. De democratische revolutie overkwam Bulgarije en Albanië, maar kwam zeker niet van binnenuit. Deze landen, inclusief Servië, schakelden in naam over naar een markteconomie, maar met een besturende elite die zijn wortels openlijk of heimelijk in de oude nomenclatuur vindt, waren werkelijke hervormingen ver te zoeken. Waar privatiseringen werden doorgevoerd, belandden bedrijven vaak in handen van aan het oude regime gelieerden. Bedrijven werden uitgezogen en ontredderd achtergelaten. De revolutie van 1989-1990 heeft voor deze landen, ondanks ruime steun van Westerse landen en instellingen als Wereldbank, EBRD (Oost-Europa Bank) en IMF, voornamelijk geleid tot werkloosheid en een scherpe daling van produktie en welvaart.

Wat wij nu zien in Zuidoost-Europa is dus een tweede golf van protesten tegen een cliëntelistisch en ondemocratisch systeem. Dit keer, acht jaar na de val van de Muur, is er sprake van een brede volksbeweging van binnenuit en dit keer hebben zich in de betreffende landen elites gevormd die een alternatief kunnen vormen tegenover het ancien regime. Toen waren de Albanezen, Bulgaren en Serviërs niet voorbereid op de ontwikkelingen en kon, in de sfeer van desoriëntatie, niet veel meer dan een paleisrevolutie plaatsvinden. Nu zijn zij zelfbewust en weten ze wat ze willen: een staat die ze ter verantwoording kunnen roepen en een open economie. Deze tweede golf maakt grote kans succesvol te zijn. De Balkan is dus niet in zijn donkerste dagen beland, maar kan nu de misgelopen kansen opnieuw grijpen. Dat deze nieuwe democratische golf alle steun van het Westen verdient, behoeft natuurlijk geen betoog.